Het is zo ver. Ik ben op weg. Het voelt allemaal nog wat vreemd aan eigenlijk. De komende weken zal ik het grootste deel in het zadel zitten. Ik ga vast en zeker van alles meemaken, dat staat vast. Ik heb mijn otoplastieken in en zit een beetje onrustig te denken. Ik vraag me af of mijn motor het vol zal houden en of ik het wel aan kan zo lang alleen. Ik stop bij een tankstation, eet een broodje en zet mijn mp3 speler aan met wat actieve muziek. Dat zorgt wel voor afleiding. De lange snelwegrit richting Hamburg is sowieso erg saai. Na 420 km houd ik het bij Buchholz in der Nordheide voor gezien en ga ik een camping zoeken. Ik doe liever een beetje rustig aan in het begin en spaar wat energie.
Na 13 uur slapen word ik wakker. Als ik de tent uitkom vraagt mijn Duitse overbuurman waar ik vandaan kom en wat mijn plan is. Meteen erachteraan roept hij zijn vrouw om koffie voor mij te zetten. Nu was Duits nooit echt mijn lievelingstaal en ik heb na de middelbare school nooit echt wat geoefend. Alles was erg ver weggezakt. Na een dramatische poging doe ik mijn verhaal in het Engels.
Ik pak mijn spullen in en rijd richting Puttgarden, waar ik de boot zal nemen naar Denemarken. Na een uurtje rijden ruik ik de zee. Ik begin om mij heen te turen en zie vliegers van kitesurfers in de lucht hangen. Ik besluit meteen de eerste de beste afslag te nemen.
Er hangt een erg relaxt sfeertje op het strand. De zon schijnt en het waait best lekker. Ik speel nog wat met zand en vervolg daarna mijn weg.
Even later rij ik de boot op samen met een Duits stel op een GS1200. Ze helpen mij met de motor vastzetten, want ze zagen mij al aardig tobben.
Het is echt heerlijk op de boot. Ik kijk over de reling recht naar beneden. De boot slaat het water met flink geweld opzij. Ik voel spetters op mijn gezicht, terwijl de wind de tranen uit mijn ogen waait.
Ik ga zitten en kijk naar de mensen om mij heen. Het zijn voornamelijk jonge gezinnen, pensioneerders en een enkele verdwaalde motorrijder van boven de veertig. Als we in Denemarken zijn aangekomen, begint het hard te regenen. Ik stop en trek mijn regenpak aan. De meeste motorrijders waren erg sacherijnig geworden, want er werd maar sporadisch terug gezwaaid.
Het landschap lijkt toch wel veel op dat van Nederland. Het is alleen iets meer glooiend. Het was lekker rijden na alle snelweg. Na 400km vind ik het wel genoeg geweest en ik zet mijn tent op in Fredensborg.
De volgende dag is toch wel spannend, want ik zal voor het eerst naar Zweden gaan, waar ik 5 weken later voor 4 maanden zal gaan wonen. Ik neem de boot van Helsingør naar Helsingborg.
Als ik Zweden in de verte zie begint mijn hart al harder te kloppen. Even later rijd ik langs een schitterende kustweg door kleine idyllische dorpjes. De huizen zijn erg mooi, maar wel een beetje truttig. Alles is van geverfd hout en er is veel detail te zien in het snijwerk van de raamkozijnen, hekjes en makelaars op de daken.
Dan volgt toch wel een magisch moment. Ik maak kennis met één van Zweeds grootse schoonheden; de vrouwen. Het tempo gaat er flink uit als ik langs de stranden rij, terwijl ik naar massa blondines in bikini kijk. Ik stop bij een lunch café waar ik mijzelf trakteer op een heerlijk zalm gerecht.
Het landschap verandert. Ik zie steeds meer rotspartijen, terwijl ik door steeds hoger wordende heuvels rij. Ik voel mij wel een beetje alleen, want ik zou dit graag met iemand willen delen.
Bij een tankstation spreek ik twee Zwitsers aan op dikke bmw’s en we maken een praatje. Ze zijn beiden advocaat. Ik vraag of ik een stuk met hun kan meerijden. Ze vinden het prima. We rijden verder met z’n drieën terwijl we over de E20 richting Göteborg rijden. Ik begin weer honger te krijgen en mijn concentratie valt weg. De Zwitsers hadden al een broodje op bij het tankstation en ik heb geen zin ze op te houden en zwaai ze uit. Ik eet een hamburger en rij weer in mijn eigen tempo verder. Bij Stenungsund zoek ik weer een camping op.
De volgende dag wil ik Noorwegen halen. Maar de E20 die inmiddels is overgegaan in de E6 is erg saai. Ik bekijk de kaart in mijn Garmin en zie een kronkelende E160 ook richting het noorden gaan. De weg is rustig en er zijn heerlijke bochten. Het gas gaat erop en het is flink smijten met de transalp. Mijn dag begint fantastisch. Maar het is nog een aardig stuk naar Noorwegen dus ik neem de hoofdweg weer.
Als ik langs de E6 sta te tanken zie ik links van mij plotseling een grote blauwe Harley vol met stickers. Ik geloof mijn ogen niet.. wat een toeval. Het is Marcus Kingma die met zijn Noordkaap tocht bezig is. Een dag voor mijn vertrek had ik een filmpje van hem gezien waarin hij over zijn reis vertelt. Hij vertrok op dezelfde dag als ik en nu staat hij even verderop te tanken. Ik loop blij verrast naar hem toe en stel mijzelf voor. Hij vraagt of ik een kort interview wil doen voor zijn film.
Filmpje met het interview
Marcus reed op dat moment samen met Diederik. Hij rijdt op een gele Ducati en was oorspronkelijk van plan naar Frankrijk te rijden, maar wilde toch eerst even in Denemarken een kijkje nemen. Bij de Øresund brug ontmoet hij Marcus en rijdt met hem mee naar Zweden.
Filmpje van Diederik
Marcus moet die dag nog naar een Harley dealer waar hij een afspraak heeft. Ik overtuig Diederik van al het pracht dat ons te wachten staat in Noorwegen en zo besluiten we samen verder te rijden. We rijden naar Vestby, wat onder Oslo ligt. Daar willen we toch weleens gebruik gaan maken van het allemansrecht, maar het is nog een tijdje zoeken naar een geschikte plaats om ergens te staan. Het voelt nog een beetje raar aan om zomaar op iemands terrein een tent op te zetten. We zoeken een beschut plekje en komen uiteindelijk terecht op een heuveltje waar een klein trekkerpad door wat bosjes naar een akker gaat. We zetten onze tent op. Het is best wel fris en er zijn veel muggen. Ik verken de omgeving een beetje en vind de resten van een kampvuur. Ernaast ligt een vuilniszak half open gescheurd. Als ik kijk wat er in zit zie ik lege hulzen van een jachtgeweer en een meter verder een fles kettingzaag olie...
