5200 Coronakilometers op de Strom

David_ZZR

MF veteraan
4 mrt 2010
3.964
642
Kaaiendonk
Al in december was ik begonnen met het maken van de routes voor mijn zomervakantie. Voorpret noem ik dat. Na 4 jaar met de Vespa op reis te zijn geweest zou dit jaar de V-Strom weer van stal gehaald worden. En toen kwam daar de Corona en de grenzen gingen dicht. Ik zag alles al in het honderd lopen en mezelf de hele zomer gewoon op kantoor zitten. Gelukkig gingen 15 juni de grenzen met Frankrijk en 1 juli die met Spanje weer open. Mijn ouders vertrokken 15 juli gelijk naar de Ardèche en zouden het leuk vinden als ik ook nog even bij hen langs zou komen. De route werd dus weer aangepast met een extra tussenstop in de Ardèche.



Vrijdag 3 juli 2020
De Soes stond bepakt klaar en ik hoefde alleen nog even de tanktas er op te klikken om op reis te gaan. Om 8 uur verliet ik mijn huis op weg naar mijn werk, met een volbepakte motor. Nog even een half dagje werken en dan rond de klok van de lunch alvast een eerste stuk rijden.
Om half 1 reed ik de poort van mijn werk uit. Het eerste stuk zou saaie snelweg zijn, maar door de lintbebouwing in Vlaanderen rijden is ook geen pretje. Al ruim voor Antwerpen begonnen de files welke pas na de Kennedytunnel op zouden houden. Vanuit Antwerpen reed ik naar Brussel en vervolgens naar Namur om daar Afslag 16 (Wierde) te nemen. Het snelweggedeelte had door de files wat langer geduurd dan mij lief was maar ik stond halverwege de vrijdagmiddag in de Ardennen.
Vanuit hier volgde ik de Maas, via de heerlijke weg die erlangs loopt, naar het Zuiden. Bij Givet reed ik Frankrijk binnen om bij Revin weer naar het Oosten te gaan langs de Semois terug België in.





In Bohan had ik Camping La Douane uitgekozen. Een camping van bekenden van bekenden direct aan de Semois. Het tentje werd opgezet aan het water en met bekenden die op de camping zaten kon ik lekker mee-BBQ’en. Na een aantal heerlijke koude biertjes welke gewoon op de camping verkrijgbaar waren, was het tijd te gaan slapen.



Zaterdag 4 juli 2020
Zoals gebruikelijk was ik al vroeg wakker. Na een goede douche werd mijn tentje ingepakt, ik zette een bak koffie en at bij Jerom en Hazel die naast mij stonden een ontbijtje. Na afgerekend te hebben verliet ik de camping en begon aan de route van een goede 400 km van vandaag. De wegen door de Champagne schieten altijd heerlijk op. Bij het Ossuaire de Navarin stopte ik even om een foto te maken.





Bij een tankstop kwam ik er achter dat mijn middenbok wel bewoog als ik er op ging staan, maar dat de Strom zelf totaal niet omhoog kwam. Deze was dus door metaalmoeheid geheel verbogen. Voortaan zou ik alleen nog maar kunnen tanken op de zijstandaard. Iets onhandiger, maar ach het gaat ook.



Bij een van de vele Mac Donalds restaurants at ik een snelle lunch om vervolgens de tocht door de Bourgogne en Morvan te vervolgen.
Op den duur stond er een bord in de berm dat de weg over enkele kilometers afgesloten zou zijn. Eigenwijs als ik ben bleef ik stug doorrijden. Eenmaal bij de wegafzetting aangekomen kon ik er met gemak omheen rijden en wat volgde was een paar kilometer aan verlaten wegwerkzaamheden waar ik dus met gemak langs kon rijden.



Aangezien het redelijk vroeg was schoot ik nog even een onverhard pad in om te kijken of dit allemaal nog goed ging, zowel met mij als met de Strom… natuurlijk werkte alles, op de middenbok na, nog perfect!



Als eindbestemming had ik het dorpje Epinac gekozen. Hier was ik ooit als kind met mijn ouders geweest en enkele jaren terug ook met de Vespa. Een heerlijke rustige camping met supergrote plaatsen aan het riviertje La Drée. Naast 2 Afrikanen die in een chaletje op de camping zaten was er naast de beheerder niemand. Ik dronk eerst een biertje op het terras van het restaurantje, waar nu geen eten te krijgen was, en zette daarna mijn tentje op aan het riviertje.


Om toch wat te eten te scoren wandelde ik naar het dorpje. Het enige echte restaurantje had die avond een feest. Ik zag de pauperset en het keybord al klaar staan en had daar geen zin in. Het werd dus een bezoekje aan de lokale dönertent wat een uitstekende keus bleek te zijn.







Eenmaal terug op de camping dronk ik nog een paar biertjes bij het restaurantje waar je dus niet kon eten. De beheerder van de camping zette een grote bak chips voor mijn neus als extraatje welke ik uit beleefdheid op at. De döner had namelijk erg goed gevuld.
Na voor mijn tent nog een kop thee gedronken te hebben bij een zeer mooie zonsondergang was het tijd te gaan slapen.



Zondag 5 juli 2020
Na een heerlijke warme douche en een goede kop koffie uit mijn Bialetti pakte ik al mijn spullen in om de reis weer te vervolgen. Vanuit Epinac reed ik naar Autun wat echt wel een hele mooie stad bleek te zijn. Via de Arroux reed ik naar het zuiden. Bij een bakker, waar zowaar geen rij voor de deur stond, stopte ik even om een croissantje, een pain au chocolat en wat te drinken te halen voor onderweg.
Bij het Chateau de la Roche, wat in de Loire ligt, stopte ik even om dit te bekijken en een fotootje te schieten.



De weg hier was jammer genoeg niet zo fijn als de wegen die ik hiervoor gereden had. De ene bak grind volgde de andere bak grind weer op. Grindwegen vind ik niet erg, maar als er asfalt onder ligt denk ik toch aan die twee keer dat ik hierdoor in het ziekenhuis ben beland. Eenmaal terug bij de D94 schoot alles weer heerlijk op.
Eenmaal in de noordelijke Ardèche liep de tijd toch harder op dan dat ik wilde. Plots werd ik getrakteerd op een geweldig uitzicht bovenop de Col de Meyrand. Vanuit hier kon ik zelfs de Mont Ventoux, welke een goede 150 kilometer verderop ligt, zien liggen.



De weg naar beneden kronkelde harder dan ik eigenlijk wilde. Het weggetje langs La Baume haalde het tempo erg omlaag en ik zag het al aankomen dat ik te laat op de camping zou zijn om de start van de F1 te zien. Om klokslag 14.10 parkeerde ik de Strom in de berm om daar via de Ziggo app de start van de eerste race van het jaar te bekijken. Deze verliep goed en 10 km verder op de camping bij mijn ouders kreeg ik te horen dat Max al was uitgevallen…
Het tentje werd naast hun caravan opgezet, ik dronk wat koude biertjes en ging ’s avonds met hen eten bij het restaurantje op de camping. In het voorseizoen is dit een erg rustige camping maar nu, zelfs ten tijde van corona, was het er behoorlijk druk. Ook drukker dan mijn ouders lief is dus die zouden een dag na mij vertrekken naar huis.

Maandag 6 juli 2020
Het inpakken van mijn tent ging weer steeds sneller. Ik at een ontbijtje met mijn ouders en werd door hen uitgezwaaid. De route begon gelijk goed de hoge bergen van de Monts d’Ardèche in. Toen ik weer van het heel erg bochtige gedeelte af was stond aangegeven dat de weg ook hier afgesloten zou zijn. Natuurlijk bleef ik stug doorrijden tot ik bij de daadwerkelijke wegwerkzaamheden uit kwam. De weg was weggezakt een ravijn in. Er hing nog wat asfalt te bungelen en optisch gezien zou je er overheen kunnen maar de volbepakte Strom zou er zo doorheen zakken. Dat werd dus terugrijden. Aangezien de vorige rotonde een geheel andere kant uit ging raakte mijn Garmin behoorlijk van slag. De weg (D906) was echter zo’n geweldige weg, zowel qua bochten als qua asfalt, dat ik niet doorhad welke kant ik op aan het rijden was. Ik was puur aan het genieten. Na een behoorlijk stuk vertelde mijn Garmin me dat ik in Zuid Oostelijke richting aan het rijden was, dat terwijl ik naar het Westen moest. Ik negeerde mijn route maar, stelde het einddoel in op de Garmin en besloot deze maar gewoon te volgen. Gelukkig wist de Garmin er wel wat moois van te maken.
Bij het stuwmeer in de Chassezac stopte ik even. Ook hier was het nog steeds geweldig mooi rijden.





De weg die volgde schoot lekker op en bij het passeren van een dorpje met een kasteeltje stopte ik ook even om ook hier even te rusten en een fotootje te schieten.



Na zo’n 380 kilometer gereden te hebben kwam ik weer aan op Camping Moto Dordogne. Ik werd voor de zoveelste keer welkom geheten met een biertje . Nadat mijn tent stond was het tijd voor de BBQ en nog meer biertjes.



Dinsdag 7 juli 2020
Vandaag had ik een rustdagje gepland staan. Na een peperkoekreep naar binnen te hebben gewerkt met een kop koffie wilde ik toch een klein stukje rijden, nu zonder bagage. Wat me al snel opviel was dat de wegen in de Dordogne de laatste jaren een heel stuk beter zijn geworden. Het plaatsje Domme, wat op een paar kilometer van de camping af ligt, had ik nog nooit bezocht dus dat werd mijn bestemming.
Ik parkeerde mijn motor naast enkele andere motoren en liep een klein rondje door het dorpje. Vanuit de rand van het dorp heb je en erg mooi uitzicht over de Dordogne zelf.









Eenmaal op de terugweg reed ik langs wat rolletjes en die in de berm lagen… Ook stond er een bord bij dat ik ze niet mocht penetreren… en er dan foto’s van maken…. Vreemd volk die Fransen. Gewoon er tegenaan duwen mag dus wel…





Bij de bakker een stukje verderop at ik een broodje en bij een nabijgelegen popmstation gooide ik de Strom maar alvast vol voor de trip die de dag erna komen ging.
Op de camping relaxte ik wat bij mijn tentje en las de zoveelste van Baldaci.
Op het terras van de camping was het ook deze avond weer erg gezellig met weer net iets te veel biertjes. Ik sliep in ieder geval weer heerlijk.

Woensdag 8 juli 2020
Redelijk vroeg was ik al weer wakker. Ik nam een lekker warme douche, zette een bak koffie en ondertussen pakte ik mijn spullen weer in. Eenmaal geheel bepakt nog even langs de bar om af te rekenen en ik kon weer op pad. Natuurlijk moest er wel de gebruikelijke foto gemaakt worden.



Het rijden door de Dordogne schoot goed op. De wegen waren mooi en bochtig en het asfalt was goed. In een dorpje kocht ik bij de bakker nog wat te eten voor onderweg wat ik een uur later in de berm opat.
In Oloron-Sainte-Marie stopte ik weer even om mijn benen te strekken en om een fotootje te maken van het riviertje wat door het stadje heen liep en mij heel erg aan Girona deed denken.



Ik ging vervolgens enkele smalle weggetjes op welke me al een mooi uitzicht op de Pyreneeën gaven.





Bij Larrau pakte ik de pas de Puerto de Larrau om daar de grens met Spanje over te steken. Een erg mooie bergpas met goed asfalt en leuke bochtencombinaties.







Ik was weer in Spanje. Waar het in Frankrijk volkssport nummer één is om bij motorrijders te gaan bumperkleven (met een of andere sneue Dacia) houdt men hier gewoon heel erg goed rekening met motorrijders op de weg. Al snel kwam ik aan op de Camping Osate in Ochagavia.
Hier was het ineens verplicht om mondkapjes te dragen in de receptie. Er was gelukkig plek op de camping, ik kreeg een mooi plekje toegewezen en zette mijn tentje op.



Op het terras van de camping bestelde ik wat lokale biertjes, las mijn boek en tegen de tijd dat er gegeten kon worden bestelde ik een tweetal tapas. De kroketjes die je in Catalunya als tapas krijgt zijn meestal van het formaat aardappelkroketje. In deze kant van Spanje dacht men daar duidelijk anders over. Ik kreeg een 5-tal kroketten van Nederlands formaat en een lading chorizo’s. Veel te veel maar wel erg lekker!





Om de boel nog even wat te laten zakken maakte ik nog een wandeling naar het Dorpje. Eenmaal terug op de camping nog snel een kop thee bij de tent en daarna lekker slapen aangezien ik de dag erna weer een flinke rit te gaan had.







Donderdag 9 juli 2020
Al lekker vroeg was ik wakker, snel een warme douche, de boel inpakken, koffie, koekreep en na een stokbroodje gehaald te hebben bij het barretje op de camping kon ik weer de weg op. De NA-178 is werkelijk waar een geweldige gumweg en al snel reed ik voorbij het bordje Foz de Arbayún. Ik was hier ooit eerder geweest en wilde dus nog wel even stoppen om dit uitzichtpunt nog een keer te zien. Ik draaide op de weg, waar dat eigenlijk niet mocht maar het was zo ontzettend rustig, en reed terug naar het uitzichtpunt over deze kloof heen.



Ik vervolgde mijn weg en gooide bij de eerste pomp die ik tegenkwam de Strom nog maar een keer vol. Ik wilde de Bardenas Réalas gaan rijden en had geen zin om daar om wat voor reden dan ook problemen te krijgen. Net voor het dorpje Cáseda begon het zowaar te spetteren. Ik zou toch niet een van de droogste gebieden van Spanje binnenrijden in een regenbui en in een grote modderpoel belanden? Gelukkig hield het snel op en eenmaal bij het bord waar de Bardenas begonnen was het weer kurkdroog.



De gravelwegen in de Bardenas voelden gelijk vertrouwd aan. De uitzichten waren adembenemend mooi en zo anders dan welk landschap dan ook in Europa.







Na een van de fotostops wilde plots de Strom niet meer starten. Ik schoot gelijk in de stress, ik zou toch niet midden in de woestijn… aanduwen deed ook niets. Na een minuut gestrest te hebben kreeg ik ineens een heldere ingeving welke nog bleek te kloppen ook. Mijn helm had bij het over mijn spiegel hangen mijn noodknop ingedrukt. Flink opgelucht om deze stommiteit kon ik weer verder.
Bij een van de bekendste punten stopte ik ook nog even. Een paar MTB’ers waren zo vriendelijk even een fotootje van mij te schieten. Daarna vervolgde ik mijn weg weer maar stopte nog wel even om de rood, wit en blauwe steenlaag in de rotsen te fotograferen.





De strom was overigens goed vies geworden!




In het dorpje Valpalmas stopte ik even om daar gebruik te maken van het bankje in de berm wat ook nog eens in de schaduw stond. Het was inmiddels lunchtijd dus het stokbrood kwam uit mijn koffer en een blikje paté uit mijn tanktas en door die twee te combineren had ik een prima lunch.



Bij een uitzichtpunt langs de weg stopte ik nog even om te kijken en een fotootje te schieten. Ook hier was ik al eerder geweest bedacht ik me.



Ditzelfde deed ik bij de Mallos de Riglos. Een rotsformatie welke je al van ver kunt zien liggen. Het even stoppen was lastig want de weg was zo geweldig goed dat ik zo voorbij de stoppunten reed.



Het landschaap bleef mooi, welke kant ik ook op reed. Na nog een mooi stuk sturen kwam ik aan op Camping Isábena.



Het tentje werd opgezet en bij het barretje op de camping dronk ik een paar koude biertjes. Een goede avondmaaltijd kon ik hier gelukkig ook krijgen. Na nog even in mijn boek gelezen te hebben was het tijd om te gaan slapen.

Vrijdag 10 juli 2020
Na gedoucht te hebben en al mijn spul op de Strom gebonden te hebben verliet ik de camping. Niet zoals de Garmin mij vertelde rechtsaf maar eerst even naar links. De Repsol die ik hier gisteren gesloten aantrof zou nu wel open zijn. In het naastgelegen supermarktje kocht ik een brood voor onderweg. Vandaag zou het slechts een korte route van zo’n 233 kilometer zijn dus ik kon het lekker op mijn gemakje aan doen. Het eerste stuk door het dal van de Isábena is altijd schitterend om te rijden. Hierna volgde een iets slechtere en smallere weg door kleine dorpjes heen. Het was duidelijk te merken dat hier nog nooit een EU ambtenaar heen gestuurd was, anders was er vast subsidie geweest om ook deze weg mooi te maken. Net voor Puenta de Montaña passerde ik de grens mat Catalunya.



In plaats van de Figols de Tremp te pakken nam ik een smal weggetje in de zuidelijke richting van de Congost de Mont-rebei. Het is daar erg mooi wandelen echter mijn motor laten staan met volle bepakking voor een wandeling van enkele uren zag ik niet zitten. Ik vervolgde het smalle weggetje dus en had daar al een mooi uitzicht over het eind van de Congost.





Het smalle weggetje, de Col d’Ares, bleef maar slechter en slechter worden. Op sommige plaatsen was er niets meer van het asfalt over. Het uitzicht werd er echter wel steeds mooier op. Boven op de top van 1513 meter hoogte staat een observatorium.







Het weggetje omlaag was net zo steil maar net iets minder slecht. Ook hier had ik een vreselijk ver uitzicht over Catalunya heen. Het tempo omlaag lag wat laag, dit omdat er een terreinwagentje voor mij reed. Ik dacht eerst dat het va de Guardia Civil was maar het bleek van de boswachters te zijn. Na dit langzame stuk was het dan wel weer lekker om op de C12 even het gas goed open te kunnen trekken. Aan het eind van de C12 nam ik de C13 welke ik ook al kende als geweldige brede gumweg met schitterende uitzichten.







Aan het eind van deze weg begon alles er behoorlijk verlaten uit te zien. Ik kwam in de buurt van Lleida en het gebied Segria wat de Catalaanse regering in verband met Covid-19 weer in lockdown had gegooid. Ik had mijn route al vergeleken met dit gebied en ik zou er precies langs rijden en niet erdoorheen. De dorpen die volgden waren geheel verlaten. Op een enkele Afrikaan was er niemand op straat te bekennen en ik reed maar snel door. Toen ik eenmaal de fruitkwekerijen, waar ik doorheen reed, en waar de plukkers met z’n allen massaal COVID-19 gekregen hadden, gepasseerd was stopte ik in de berm op een klein strookje schaduw om daar mijn broodje te smeren. Een boer die in zijn tractor voorbij reed keek me verbaasd aan. Enkele minuten later kwam hij terug gereden met de vraag of alles wel goed was en begon vriendelijk een praatje te maken.
Ik sloeg de TV-7004 op en wist gelijk dat ik het gebied Muntanyes de Prades niet voor niets in mijn route had opgenomen. Wat een asfalt en wat een bochten, en dit was nog maar het begin. In Vilanova de Prades stopte ik even om een terrasje te pakken. Een cola met een ijsje gingen er goed in. Terwijl ik op het terras zat kwam er een local aangereden met zijn 2-stroke MTB. Een apart zelfbouwsel met een ali-kitje erop



Ik dacht dat ik al heel wat lekkere wegen gehad had maar wat volgde na deze pauze sloeg alles. Ik had dit gebied dus goed ingeschat op de kaart. Bochten, bochten en nog eens bochten en goed mooi ruw asfalt. Deze TV-7004 was haast lekkerder dan de GI-682, alleen de uitzichten op deze tweede zijn dan weer wat beter maar qua weg… wow!!!
Aan alles komt een eind en ik vervolgde de route via, overigens ook erg mooie wegen, naar het dorpje Siurana wat op de punt van een rotsformatiegelegen is.



Op de camping probeerde ik in te checken maar daar had men geen tijd voor want men zat zelf te eten. Ik vroeg of ik wel een biertje kon krijgen en dat kon gelukkig wel. Ik zocht op de camping een okay plekje uit, de grond was erg droog en zanderig, en zette mijn tentje op. Een van de vele katten op de camping werd gelijk mijn vriend aangezien die de resten van het patéblikje leeg mocht likken.



Ook een tweede keer had men geen tijd om mij in te checken, maar wederom wel tijd om mij een biertje te verkopen, voor op dezelfde nog niet bestaande rekening. Heerlijk makkelijk dus allemaal. Ik besloot even naar het dorpje te wandelen omdat dit de reden was waarom ik voor Siurana gekozen had. Mondkapjes waren hier overigens op straat verplicht maar mijn Buff werd ook geaccepteerd.



Het dorpje is eigenlijk maar erg klein maar wel mooi en oud en het uitzicht was fenomenaal. Vanaf de punt had je een uitzicht over het lager gelegen stuwmeer, echter overal waren wel diepe afgronden van soms enkele honderden meters.













Ik besloot op zoek te gaan naar het pad wat naar La Trona zou leiden. Ook hier weer diepe afgronden naast het zanderige paadje.



Eenmaal terug in het dorpje bestelde ik een terrasje een Klara (Bier met Fanta-Lemon), goed voor de dorst en je wordt er niet gelijk zo zat van. Op de camping kon ik eindelijk inchecken, las nog wat in mijn boek en bestelde lasagne als avondeten. De zon was onder aan het gaan en ik wilde de zonsondergang zien vanaf het verste punt van het dorpje. Dat was dus weer teruglopen. Ik was niet de enige die op het idee gekomen was om op dat punt naar de zonsondergang te gaan kijken, maar het was zeker de moeite waard (en ja ik moet mijn sensor reinigen).



Eenmaal op de camping dronk ik nog wat biertjes bij het barretje en dook daarna mijn tentje in.

Zaterdag 11 juli 2020
Na even gedoucht te hebben, er waren zowaar muntjes nodig om te douchen maar dat was me van te voren verteld, was ik weer fris. De tent was gelukkig kurkdroog, wel wat zanderig, maar ik zou ‘m zo gerust even op kunnen bergen zonder te laten luchten. Hetzelfde gold voor het plastic grondzeil. Ik zette een bak koffie en at een koekreep en bepakte de motor. Echter het barretje zou pas om 9 uur open gaan om te betalen. Dat was dus nog even wachten op het terrasje. Toen ik kon betalen bestelde ik gelijk nog maar een kop koffie en een croissant.
Ik had in de route een extra paar lussen gelegd door de Muntanyes de Prades. In Cornudella de Montsant gooide ik mijn tank vol en ik kon mijn route voor vandaag weer vervolgen. De stukken van de Muntanyes de Prades die volgden waren wederom ook hier schitterend qua uitzichten, ik zag voor het eerst de Middellandse zee weer, qua bochten en qua asfalt. Jammer genoeg dacht heel Spanje met een racefiets er net zo over en was de weg bezaaid met wielrenners.







Ook aan al deze mooie bochten kwam een eind en ik reed verder, via een saaiere weg, naar het volgende punt wat ik in de route had opgenomen. Ik was nog nooit in Montserrat zelf geweest, dat was ook nu niet in de planning want ik wilde er omheen rijden, maar had het alleen zien liggen vanaf de verte. De bochtencombinaties die om deze berg heen liggen wilde ik ook zeker een keer gereden hebben. Ik was niet de enige die er zo over dacht en vele locals hadden dit tot hun lokale circuit gedoopt. Hoe hoog de rotsen echt zijn zag ik pas toen ik even goed inzoomde op een rots en er wat klimmers aan zag hangen.







Na het verlaten van de berg van Montserrat gooide ik mijn tank weer vol zodat ik zeker het einddoel van vandaag zou halen op deze tank.
Via el Monistrol de Calders reed ik naar het plaatsje Calders waar gelukkig een terrasje open was waar ik wat te eten kon bestellen. Gerechten zijn jammergenoeg nog niet mijn sterkste kant in het Spaans dus bestelde ik maar iets wat mij lekker leek, plato Iberico… Ik dacht een beetje Ibirico ham te krijgen met wat brood echter de schaal vlees die voor mij gezet werd was giga! Het brood smeerde ik in, zoals dat hoord met knoflook, tomaat en olijfolie en daar gaat dan het vlees weer op. Heerlijk, maar wat zat ik vol!



Als laatste toetje van de dag had ik het Massis de Montseny in de route geplakt. Door de hoge temperatuur begon ik redelijk gaar te worden en ik was dan ook blij dat ik hierna even lekker op een saaie rechtdoorweg uit kwam waar ik gewoon lekker 100 kon rijden. Bij Vidreres verliet ik deze weg en sloeg de weg in richting Lloret om daar “thuis” te komen in het vakantiehuis van mijn vriendin die daar al zou zijn met haar kinderen en de kat. En ja, dit is het uitzicht. Vanaf het huis.



Zondag 12 juli 2020 t/m Maandag 20 juli 2020
Het was rustig in Lloret, de meeste vakantiegangers zouden dit seizoen niet komen. In een Nederlandse kroeg waar ik F1 ging kijken had men het er zelfs over dat het rustiger was dan normaal in april. Dat zegt dus al genoeg. Op straat en in de supermarkten werden overal kapjes gedragen, op het strand mochten ze gelukkig af. Tsja wat doe je nog meer in Lloret, een beetje sleutelen aan de Vespa die daar staat, en welke dus nog steeds niet af is. Maar ik heb nu wel alle kabels vervangen.



Ook de Strom had wat liefde nodig. De voorband was zo aan het kuppen geslagen dat ik deze wel moest laten vervangen. De lokale motorzaak bestelde voor mij de gewenste band en 2 dagen later werd deze er op gelegd. En wat is er dan mooier om deze op een van de mooiste wegen die ik ken in te rijden. Het kustweggetje van Tossa naar St. Feliu de Guixols reed ik heen wat rustig, maar op de terugweg ging ik er van uit dat ik nu wel gas kon geven. En ja… wat reed dit weer heerlijk!







Verder veel BBQ, lezen en genieten van de schitterende zonsondergang. En ohja, de Strom werd eindelijk ontdaan van de vreselijke zandbak die er sinds de Bardenas Reales nog aan hing.



 

David_ZZR

MF veteraan
4 mrt 2010
3.964
642
Kaaiendonk
Dinsdag 21 juli 2020
Alle spullen zaten op de Strom en ik kon met vers gewassen kleren, en een verse binnenliner voor mijn slaapzak weer op pad. Na mijn vriendin, haar kinderen en de katten gedag gezegd te hebben was ik weer onderweg. De eerste weg naar Vidreres is een heerlijk bochtige weg. Hierna schoot ik de NII op wat eigenlijk op dit stuk een soort van snelweg is. Aan het eind van de rit zouden er nog veel bochtjes volgen, dit stuk omhoog is, als je niet langs de kust rijdt, een beetje saai dus een goed alternatief om even meters te maken. Na Gerona was het weer een heerlijke tweebaansweg die lekker opschoot met af en toe een leuke bocht.
Bij La Jonquera binnendoor rijden is altijd een drama en veel te druk. Hier schoot ik dus even de echte snelweg op om er na Perpginan weer af te gaan. Normaal ben ik geen snelwegliefhebber maar hierdoor sneed ik wel een druk langzaam winderig stuk af.
Een paar kilometer nadat ik de snelweg verlaten had verliet stopte ik om een kop koffie te drinken. Al snel viel me op hoe bloedheet het hier plots was als er geen rijwind was.



In Lézignan Corbières gooide ik de Strom ook even vol met verse peut. Bij deze zelfde pomp, die toen nog naamloos was, had ik ooit problemen gekregen met de Vespa. Nu het gewoon een Intermarché pomp geworden was dacht ik dat het wel okay benzine zou zijn. Niets was minder waar. Minder vermogen en 300 toeren minder stationair lopen was het gevolg.
De route die volgde door de Haute Langedoc was wederom erg mooi. Veel was bekend terrein maar nu een keer van de andere kant af gezien wat ook wel weer vernieuwend was qua uitzichten.
Rond de lunch stopte ik op een terrasje om er een hapje te eten. Kippenkluifjes met friet en sla. Het lijkt wel of je tegenwoordig overal friet bij krijgt. De kluifjes waren in ieder geval goed. De wegen die volgden waren kronkelig, onoverzichtelijk en vermoeiend. Ik kwam er achter dat mensen in Frankrijk eerst een “Conduite Accompagnée” sticker kregen voor het halen van hun rijbewijs. Hierna krijgt men voor een bepaalde periode een “A” achterop de auto geplakt zodat men herkent dat het een beginnend chauffeur is in de auto. Van deze eerste twee groepen had ik weinig last. Echter is er ook nog een derde groep bestuurders. Dat is de groep waarvan blijkt dat ze na een periode met deze A sticker rondgereden hebben blijkt nog steeds niet kunnen rijden. Deze krijgen een leeuwtje voor en achterop de auto geplakt, vaak in chroom, zodat ze te herkennen zijn als volkomen randdebiel op de weg. Het tempo op deze weggetjes lag dus erg laag. Bij een klooster wat er toeristisch uitzag dwong ik mezelf even te stoppen om wat uit Spanje meegenomen fruit te eten.



De route was smal en droog en ik was dan ook blij dat ik op de geplande camping aangekomen was. Dit was ooit een erg rustige camping voor natuurliefhebbers. Nu leek het zowaar druk. Na een tiental minuten gewacht te hebben kreeg ik te horen dat de camping vol zat en dat ze net het laatste plekje hadden weggegeven. Een stukje terug zat nog een andere camping. Mijn vraag of ze even konden bellen of daar wel plaats was werd negatief beantwoord. Op goed geluk dus naar de eerdere camping. Dit bleek, ondanks dat deze camping veel dichter bij het plaatsje Meyreus lag, veel rustiger te zijn. Er was, tot 8 uur ’s avonds, koud bier verkrijgbaar bij de receptie. Ik mocht zelf een plekje uitzoeken en was gelijk blij dat ik terug gegaan was naar deze camping. Boven de camping cirkelden de hier ooit uitgezette Vale Gieren rond. ’s Avonds begon het flink te donderen en te regenen. Een beetje jammer, maar ach het was toch al laat.





Woensdag 22 juli 2020
Het was droog toen ik wakker werd maar mijn tentje was behoorlijk vochtig. Jammer maar dat zou wel weer drogen. Bij de receptie haalde ik mijn twee broodjes op die ik besteld had en op dat moment begon het te regenen. Gelukkig niet echt hard dus het regenpak kon ingepakt blijven. De smalle langzame wegen van gisteren waren nu dus ook nog eens glibberig geworden. Een erg rustig begin van de dag dus. Ondanks dat was het wel erg mooi rijden in de Cevennen. Dat ik niet de enige was die zo over de weggetjes dacht vertelde een bordje mij later.





Na een geweldig mooie weg (D9) over perfect asfalt door de Cevennen werd het ineens een stuk drukker in de buurt van Alès. Files waar ik gelukkig omheen kon rijden maar de tijd op mijn GPS liep wel op. In Uzès stopte ik even om de Strom weer vol te gooien bij de Total en ook gelijk even de bandjes van wat meer lucht te voorzien.
In de buurt van de Pont du Gard stopte ik wederom even op een parking om daar mijn broodjes op te eten. En toen was daar mijn stomme plan om dwars door Avignon heen te rijden om de bezongen halve brug nog een keer te zien. Een vreselijke verkeersdrukte welke erg veel extra tijd kostte was het gevolg. Gelukkig schoot de D900 daarna erg goed op en was ook nog eens erg leuk om te rijden met af en toe een leuk dorpje.



Bij Les Granons stopte ik voor een lunch bij de daar gelegen pizzeria. Ik kreeg een pizza zoals deze hoort te zijn.



Na nog een stuk rijden kwam ik aan bij het toetje van de dag. De Col d’Allos. Deze had ik nog nooit gereden en vandaag zou deze dus eindelijk aan de beurt komen. Onder in het dal stopte ik nog even om wat fotootjes te schieten en om de GoPro te bevestigen.



De col omhoog was niet echt breed maar zeker mooi en omlaag was de col al net zo smal.






Als toetje van de dag zat de oprit van de Col de Vars nog in de route om zo aan te komen in St. Paul sur Ubaye. De camping was redelijk druk wat ik eigenlijk niet verwacht had maar ik kreeg een rustig plekje toegewezen wat ik pas na 3 rondjes rijden gevonden kreeg.
Nadat alles stond liep ik naar de naast de camping gelegen pizzeria om daar wat te eten en enkele biertjes te nuttigen. Nog voor ik zat begon het te donderen en de hemelsluizen gingen volledig open. De tafels aan de rand van het terras werden dichter onder het afdak geschoven omdat je anders zeiknat werd. Ik zat lekker in het midden en bleef droog toekijken onder het genot van een lokaal biertje.


Na een pastagerecht uit te oven gegeten te hebben wilde ik nog even naar het bruggetje wandelen wat hier verderop lag. Het was immers weer droog geworden. Ik dacht dat het 1,6 kilometer zou zijn maar dit bleken er 3,6 te zijn en dat redelijk omhoog over alpenwegen. Na een flinke wandeling , waarvan ik de laatste paar honderd meter afgesneden had door een weiland, was ik dan eindelijk bij het uitzichtpunt voor het bruggetje. Wow! Dit was de wandeling wel waard geweest.







Ik besloot op de terugweg nog een stukje af te snijden maar alles was stijler dan ik dacht en gleed geregeld onderuit door de natte gladde weilanden. Gelukkig steeds op het gras en niet in een door een koe achtergelaten hoop stront. Ik liep door het hoge natte gras naar de meest dichtbij gelegen boerderij en zo de weg weer op. Na een wandeling van bijna 8 kilometer kwam ik weer aan bij de pizzeria. Ik gunde mezelf nog enkele biertjes en daarna was het tijd om te gaan slapen.

Donderdag 23 juli 2020
Na lekker geslapen te hebben, en door de vele schaduw later wakker te zijn geworden als normaal, friste ik mezelf op onder de douche en wandelde naar het dorpje om iets te eten te halen. De dame achter de kassa van het miniwinkeltje bevestigde in haar eentje dat het woord sacherijnig zijn oorsprong heeft in het Frans. Echter met een banaan, en wat brood en paté voor onderweg liep ik terug naar de camping waar ik een bak koffie zette en alvast wat at. De koffers werden van de Strom gehaald en in de tent gezet. Ik had voor vandaag een mooi extra rondje door de Alpen gepland. Rijden zonder bepakking is ook wel eens een keer lekker. Ik reed de Col de Vars af terug in zuidelijke richting om daar de Col de la Bonette op te rijden. Deze had ik al eerder gereden vanuit zuidelijke richting. Op Google Maps had ik echter net voor de top een aftakking gezien waar ik overheen wilde rijden. Het eerste gedeelte van de Col omhoog was natuurlijk schitterend. Alleen jammer van die pleuriswielrenners die al zwalkend over de weg heen gaan en nooit rechts houden.




Na een mooi stuk rijden kwam ik aan bij de aftakking waar ik even stopte. Niet veel later kwam er een werkbusje aangereden wat er langs wilde. Het zou dus wel begaanbaar zijn dacht ik. Vanuit dit paadje had ik een mooi gezicht op de echte top van de Bonette die niet veel verder lag.





En toen begon het avontuur. Nog een paar honderd meter was het mooie gravelpad ineens een keienpad met hele diepe bakken gravel waar ik maar in bleef glijden. Omkeren dat zou hier niet lukken. En ik moest nog een heel eind. Na 7 kilometer zou de boel gelukkig weer verhard worden maar de staat van dit pad was toch echt iets too much voor mijn zware Strom. Een passerende KTM rijder raadde mij aan mijn banden een stuk leeg te laten lopen. Op zich een goed idee, maar hoe krijg je ze dan weer vol. Ik reed maar door en uiteindelijk belandde ik op de splitsing waar je kon kiezen om nog verder onverhard naar Bayasse (onderaan de Col de la Cayolle) te rijden of zoals ik gepland had door te rijden via een smal verhard weggetje naar Saint-Dalmas-le-Selvage. In de berm stopte ik even om te genieten van het uitzicht en om tevens iets te eten en te drinken. Wow! Wat is het mooi hier!










Als volgende pas dacht ik de Col de la Cayolle in de route te hebben opgenomen. Mijn GPS stuurde me netjes weer een pas op en ik dacht dat het de Cayolle ook was, alleen dan geschreven als Couillole. Ik vermoedde dat het wel een soort dialect zou zijn. Het pas een leuk pasje wat totaal anders was dan anders en boven op de top keek ik even op mij telefoon waar ik me nou precies bevond. Niet op de Cayolle dus maar op een pasje wat er net tussen lag.







Via het mooie dal van de Var reed ik naar de Col de la Cayolle. Ook dit was een erg leuk colletje om te rijden en ook redelijk aan de hoge kant.





In Barcelonette stopte ik even om de Strom weer vol te gooien en daarna reed ik de Col de Vars weer op richting St. Paul sur Ubaye.
In het dorpje was een motormuseum wat ik wilde bezoeken. Aangezien het dorp erg klein is had ik het zo gevonden. Het museum was in een oude schuur en er stond serieus een erg leuke collectie aan motoren. Na een praatje met de eigenaar en een donatie in de pot, er was immers geen entree, reed ik verder langs de camping naar het bruggetje. De avond ervoor was ik namelijk alleen tot het uitzichtpunt gewandeld en niet tot op het bruggetje zelf. Ik wilde het uitzicht nu wel eens echt van bovenaf zien.





Terug op de camping ging ik weer richting de pizzeria om daar enkele biertjes te drinken en mijn boek te lezen. De dag was redelijk inspannend dus ik lag vrij vroeg in mijn tentje.

Vrijdag 24 juli 2020
Ik friste mezelf op, at een koekreep, dronk een bak koffie en pakte alles in en bond de boel weer op de motor en verliet de camping welke ik de dag ervoor al betaald had. Het viel mij op dat de Strom plots heel erg rammelde en ik bedacht me dat ik, doordat mijn middenbok kapot was, ik mijn ketting niet meer gespannen had onderweg. De boel was wel steeds gesmeerd maar na een check bleek deze dus veel te slap te hangen. Alle bagage ging midden in het dorp van de Strom af zodat ik onder het zadel bij het gereedschap kon en zo de ketting kon spannen. Een kwartiertje later reed ik het dorp uit en merkte gelijk hoeveel beter dit reed.
Als eerste Col van vandaag had ik de Col de Vars gepland. In een dorpje op de col stopte ik even om bij de bakker daar wat broodjes te kopen voor onderweg. Na de Col de Vars volgde de Col d’Izoard wat voor mij ook een bekende Col was, maar door het aparte maanlandschap op de top echt de moeite waard. Eenmaal op de top stopte ik weer om een foto te maken toen ik plots mijn naam hoorde. Bekende motorrijders uit Tilburg (Quinten en Sonja) hadden mij gespot. Dit waren dan ook gelijk de enige Nederlanders die ik die dag tegen zou komen.







Na de Izoard reed ik het iets té drukke Briancon in om van daaruitd e Col de Lauterette op te rijden. Er hingen flinke donkere wolken boven de col dus ik stopte om in de berm de regenvoering maar in mijn pak te stoppen. Achteraf bleek dit gelukkig geheel overbodig geweest.



Na de Lauterette volgde de Col de Galibier. Niet door de tunnel maar gewoon geheel door naar de top voor het mooiste uitzicht. Een Zwitser op een GS, die schijnbaar dezelfde route als mij reed, en geheel versteld was van de schoonheid van de Franse Alpen, was zo vriendelijk een foto van me te schieten.







Ik reed de Galibier weer omlaag en zag in de verte een mooi pasje liggen. Ik dacht in eerste instantie dat dit de Telegraphe zou zijn, maar jammer genoeg was dit een gravelpad wat doodlopend was. Iets voor een volgende keer dus.



Na de Col de Telegraphe, welke direct na de Galibier ligt, volgde er een iets saaier stuk door het dal heen via een snellere weg en zelfs een stukje Péage. Na een paar kilometer verliet ik deze weg om de weg te vervolgen naar de Col de Chaussy. Deze col stond niet op mijn lijstje maar ik moest deze weg volgen om aan de bovenkant van de Lacets de Montvernier uit te komen. Dit weggetje had ik al erg lang op mijn to do list staan. Deze 17 elkaar opvolgende hairpins welke tegen een rotswand zijn aangeplakt moest ik een keer gereden hebben. Echt spannend was het niet maar zeker de moeite waard.





Eenmaal in het dal vervolgde ik de D1006 welke lekker opschoot om vervolgens uit te komen bij Massif des Bauges.



Vanuit het Massif des Bauges reed ik door naar de Jura waar ik gelukkig een Mac trof om mijn maag snel te vullen. De Jura schoot goed op en redelijk op tijd kwam ik aan bij de camping die ik gepland had. Jammer genoeg was ik toch te laat want de camping aan het meertje welke ik in gedachten had was vol. Ik startte de route voor de dag erna en even kwam het nog in me op die uit te rijden, de bar van de herberg die ik in gedachten had zou vast nog wel open zijn om 1 uur ’s nachts.
In Pontarlier zag ik een bordje camping staan en volgde het maar. Gelukkig was het een erg rustige Municipal camping. Naast een koud biertje, tot 8 uur ’s avonds, was er niets te krijgen. Ik kookte wat water voor een beker cup-a-soup en at daarna de good noodles pasta die ik al bijna 3 weken in mijn koffer had zitten als noodrantsoen. Net voor achten liep ik nog even naar de receptie voor een laatste koude pint en dronk deze op bij mijn tentje. Aangezien er niets te doen was op de camping en het donker begon te worden lag ik ook hier lekker op tijd in mijn tentje.

Zaterdag 25 juli 2020
Mijn tentje werd nat ingepakt, ik at een van mijn laatste koekrepen en verliet de camping. Vandaag had ik een route van 547 kilometer in de planning staan waarvan ik de eerste 20 de dag ervoor al had afgelegd. Maar dan nog was het een flinke trip. Het eerste gedeelte door de Doubs was weer vertrouwd mooi. Om een saaier stuk net voor Belfort af te snijden zat er ook hier zo’n 30 kilometer snelweg in de route. Vanuit hier zou ik het laatste echte colletje van de vakantie gaan rijden. En dat terwijl de Ballon d’Alsace niet eens de naam col heeft. Net voor ik de col op reed werd ik aan de kant gedirigeerd door een politieagent welke in de berm stond. Er was iets met koeien, gelukkig dus niets met te vlot rijden, en ik moest mijnmotor verder aan de kant zetten als ik niet wilde dat deze beschadigd zou raken. Ik deed dat en at rustig een broodje en wachtte af. Plots kwam er een meute van enkele honderden koeien de pas af aangestormd. Het leek Pamplona wel.



Toen de koeien voorbij waren wilde ik natuurlijk als eerste de pas weer op om het overige verkeer voor te zijn. De pas lag echter bezaaid met koeienstront. Ik vervloekte de koeien al maar na een paar honderd meter was de boel weer schoon en ging het strontspoor naar een daar gelegen boerderij toe.
De Ballon d’Alsace was een mooi toetje halverwege de rit van vandaag. Ik vervolgde mijn route via bredere D en N wegen door de Vogezen om bij Metz de snelweg op te schieten tot aan Diekirch in Luxemburg.



Er zou hier heel veel gecontroleerd worden dus ik hield mezelf netjes aan de snelheid op mijn GPS, dacht ik. Helaas ontving ik toch twee weken later een rekening van € 49 omdat ik 1 kilometer per uur te hard had gereden. De rit door Luxemburg was mooi en vertrouwd. Redelijk op tijd kwam ik aan bij het vaste afsluitadres van mijn vakanties; Baton Rouge in Vielsalm.
Ook hier was het weer erg gezellig en de BBQ hier was wederom super (net als de vele lekkere biertjes die hier verkrijgbaar zijn)! Meer dan genoeg, en goed, vlees en salades. Ook hier werden de maatregelen tegen COVID-19 perfect in acht genomen. Dit in tegenstelling tot andere motorcampings en herbergen welke ik op facebook voorbij zag komen.

Zondag 26 juli 2020
Na een goed ontbijtje ging alles weer op de motor en kon ik vertrekken. Via een leuke route door de Ardennen kwam ik aan in Zuid Limburg. In Valkenburg schrok ik gewoon hoe lomp druk het hier was en hoe dicht iedereen zonder enige bescherming op elkaar zat. Snel weg hier tussen dat lompe volk. Via een paar leuke weggetjes in Limburg schoot ik boven Maastricht de snelweg op en halverwege de middag was ik weer thuis en had ruim 5200 kilometer erbij gezet op de Strom.
 

James Bond

Die hard MF'er
31 jan 2014
947
604
B
Dank voor het reisverslag. Superleuk om te lezen!!!!!!
Heb jij dan niet dat je bijvoorbeeld in de Vogezen denkt: "ik heb al zoveel gaafs gezien, ben niet onder de indruk".
Had ik 2 jaar geleden toen ik in 1 streep doorreed van Assietta/Briancon/Embrun naar camping Moto in Crest.
 

maarten1973

Die hard MF'er
5 apr 2007
880
321
eindhoven
Leuk verslag weer hoor. Zit nu in Spanje (zonder motor) en dan jeukt het enorm! Dan lees ik met veel plezier je verslag. Top! Bedankt voor de moeite..
 

Rucarodi

Ja.... noe is't uut z'fasol...😖
3 jan 2012
830
581
Middelharnis
Mooie trip en leuk verslag, de reisverslagen hier op M-F vindt ik altijd fijn om te lezen, je bent er een beetje "bij" :t
Mooie foto's ook! Mijn volgende trip zal richting de dolomieten gaan maar de cevennen, dordogne en zuidelijk van de Alpen lijken mij ook wel wat als het ik zo lees en zie.
Bedankt voor het delen...
 

RRO

Mf'er
14 nov 2015
47
116
Elst (Ut)
Leuk verslag weer met ook een aantal herkenningspunten!

@James Bond niet helemaal onder de indruk zijn dat kan soms wel zo zijn. Maar beetje zwerven en weer eens een niet eerder bezochte camping opzoeken levert vaak wel weer leuke ontmoetingen op.
 

David_ZZR

MF veteraan
4 mrt 2010
3.964
642
Kaaiendonk
Dank voor het reisverslag. Superleuk om te lezen!!!!!!
Heb jij dan niet dat je bijvoorbeeld in de Vogezen denkt: "ik heb al zoveel gaafs gezien, ben niet onder de indruk".
Had ik 2 jaar geleden toen ik in 1 streep doorreed van Assietta/Briancon/Embrun naar camping Moto in Crest.
Tuurlijk had ik dat, maar effe een colletje in plaats van alleen maar rechtdoor blijft lekker. Na 4,5 dag werken zat ik weer een weekend in Luxemburg
 

Frazer

MF veteraan
Donateur
4 apr 2007
8.289
4.967
Krommenie (Zaanstad)
Tuurlijk had ik dat, maar effe een colletje in plaats van alleen maar rechtdoor blijft lekker. Na 4,5 dag werken zat ik weer een weekend in Luxemburg

Vind ik ook hoor, ook na een weekje Alpen rij ik op de terugweg met alle plezier nog een rondje door de Vogezen. Blijft ook gewoon mooi, en het is een leuke afwisseling onderweg naar huis
 

Marcooo

MF veteraan
5 aug 2005
4.142
33
Dinsdag 21 juli 2020
Alle spullen zaten op de Strom en ik kon met vers gewassen kleren, en een verse binnenliner voor mijn slaapzak weer op pad. Na mijn vriendin, haar kinderen en de katten gedag gezegd te hebben was ik weer onderweg. De eerste weg naar Vidreres is een heerlijk bochtige weg. Hierna schoot ik de NII op wat eigenlijk op dit stuk een soort van snelweg is. Aan het eind van de rit zouden er nog veel bochtjes volgen, dit stuk omhoog is, als je niet langs de kust rijdt, een beetje saai dus een goed alternatief om even meters te maken. Na Gerona was het weer een heerlijke tweebaansweg die lekker opschoot met af en toe een leuke bocht.
Bij La Jonquera binnendoor rijden is altijd een drama en veel te druk. Hier schoot ik dus even de echte snelweg op om er na Perpginan weer af te gaan. Normaal ben ik geen snelwegliefhebber maar hierdoor sneed ik wel een druk langzaam winderig stuk af.
Een paar kilometer nadat ik de snelweg verlaten had verliet stopte ik om een kop koffie te drinken. Al snel viel me op hoe bloedheet het hier plots was als er geen rijwind was.



In Lézignan Corbières gooide ik de Strom ook even vol met verse peut. Bij deze zelfde pomp, die toen nog naamloos was, had ik ooit problemen gekregen met de Vespa. Nu het gewoon een Intermarché pomp geworden was dacht ik dat het wel okay benzine zou zijn. Niets was minder waar. Minder vermogen en 300 toeren minder stationair lopen was het gevolg.
De route die volgde door de Haute Langedoc was wederom erg mooi. Veel was bekend terrein maar nu een keer van de andere kant af gezien wat ook wel weer vernieuwend was qua uitzichten.
Rond de lunch stopte ik op een terrasje om er een hapje te eten. Kippenkluifjes met friet en sla. Het lijkt wel of je tegenwoordig overal friet bij krijgt. De kluifjes waren in ieder geval goed. De wegen die volgden waren kronkelig, onoverzichtelijk en vermoeiend. Ik kwam er achter dat mensen in Frankrijk eerst een “Conduite Accompagnée” sticker kregen voor het halen van hun rijbewijs. Hierna krijgt men voor een bepaalde periode een “A” achterop de auto geplakt zodat men herkent dat het een beginnend chauffeur is in de auto. Van deze eerste twee groepen had ik weinig last. Echter is er ook nog een derde groep bestuurders. Dat is de groep waarvan blijkt dat ze na een periode met deze A sticker rondgereden hebben blijkt nog steeds niet kunnen rijden. Deze krijgen een leeuwtje voor en achterop de auto geplakt, vaak in chroom, zodat ze te herkennen zijn als volkomen randdebiel op de weg. Het tempo op deze weggetjes lag dus erg laag. Bij een klooster wat er toeristisch uitzag dwong ik mezelf even te stoppen om wat uit Spanje meegenomen fruit te eten.



De route was smal en droog en ik was dan ook blij dat ik op de geplande camping aangekomen was. Dit was ooit een erg rustige camping voor natuurliefhebbers. Nu leek het zowaar druk. Na een tiental minuten gewacht te hebben kreeg ik te horen dat de camping vol zat en dat ze net het laatste plekje hadden weggegeven. Een stukje terug zat nog een andere camping. Mijn vraag of ze even konden bellen of daar wel plaats was werd negatief beantwoord. Op goed geluk dus naar de eerdere camping. Dit bleek, ondanks dat deze camping veel dichter bij het plaatsje Meyreus lag, veel rustiger te zijn. Er was, tot 8 uur ’s avonds, koud bier verkrijgbaar bij de receptie. Ik mocht zelf een plekje uitzoeken en was gelijk blij dat ik terug gegaan was naar deze camping. Boven de camping cirkelden de hier ooit uitgezette Vale Gieren rond. ’s Avonds begon het flink te donderen en te regenen. Een beetje jammer, maar ach het was toch al laat.





Woensdag 22 juli 2020
Het was droog toen ik wakker werd maar mijn tentje was behoorlijk vochtig. Jammer maar dat zou wel weer drogen. Bij de receptie haalde ik mijn twee broodjes op die ik besteld had en op dat moment begon het te regenen. Gelukkig niet echt hard dus het regenpak kon ingepakt blijven. De smalle langzame wegen van gisteren waren nu dus ook nog eens glibberig geworden. Een erg rustig begin van de dag dus. Ondanks dat was het wel erg mooi rijden in de Cevennen. Dat ik niet de enige was die zo over de weggetjes dacht vertelde een bordje mij later.





Na een geweldig mooie weg (D9) over perfect asfalt door de Cevennen werd het ineens een stuk drukker in de buurt van Alès. Files waar ik gelukkig omheen kon rijden maar de tijd op mijn GPS liep wel op. In Uzès stopte ik even om de Strom weer vol te gooien bij de Total en ook gelijk even de bandjes van wat meer lucht te voorzien.
In de buurt van de Pont du Gard stopte ik wederom even op een parking om daar mijn broodjes op te eten. En toen was daar mijn stomme plan om dwars door Avignon heen te rijden om de bezongen halve brug nog een keer te zien. Een vreselijke verkeersdrukte welke erg veel extra tijd kostte was het gevolg. Gelukkig schoot de D900 daarna erg goed op en was ook nog eens erg leuk om te rijden met af en toe een leuk dorpje.



Bij Les Granons stopte ik voor een lunch bij de daar gelegen pizzeria. Ik kreeg een pizza zoals deze hoort te zijn.



Na nog een stuk rijden kwam ik aan bij het toetje van de dag. De Col d’Allos. Deze had ik nog nooit gereden en vandaag zou deze dus eindelijk aan de beurt komen. Onder in het dal stopte ik nog even om wat fotootjes te schieten en om de GoPro te bevestigen.



De col omhoog was niet echt breed maar zeker mooi en omlaag was de col al net zo smal.






Als toetje van de dag zat de oprit van de Col de Vars nog in de route om zo aan te komen in St. Paul sur Ubaye. De camping was redelijk druk wat ik eigenlijk niet verwacht had maar ik kreeg een rustig plekje toegewezen wat ik pas na 3 rondjes rijden gevonden kreeg.
Nadat alles stond liep ik naar de naast de camping gelegen pizzeria om daar wat te eten en enkele biertjes te nuttigen. Nog voor ik zat begon het te donderen en de hemelsluizen gingen volledig open. De tafels aan de rand van het terras werden dichter onder het afdak geschoven omdat je anders zeiknat werd. Ik zat lekker in het midden en bleef droog toekijken onder het genot van een lokaal biertje.


Na een pastagerecht uit te oven gegeten te hebben wilde ik nog even naar het bruggetje wandelen wat hier verderop lag. Het was immers weer droog geworden. Ik dacht dat het 1,6 kilometer zou zijn maar dit bleken er 3,6 te zijn en dat redelijk omhoog over alpenwegen. Na een flinke wandeling , waarvan ik de laatste paar honderd meter afgesneden had door een weiland, was ik dan eindelijk bij het uitzichtpunt voor het bruggetje. Wow! Dit was de wandeling wel waard geweest.







Ik besloot op de terugweg nog een stukje af te snijden maar alles was stijler dan ik dacht en gleed geregeld onderuit door de natte gladde weilanden. Gelukkig steeds op het gras en niet in een door een koe achtergelaten hoop stront. Ik liep door het hoge natte gras naar de meest dichtbij gelegen boerderij en zo de weg weer op. Na een wandeling van bijna 8 kilometer kwam ik weer aan bij de pizzeria. Ik gunde mezelf nog enkele biertjes en daarna was het tijd om te gaan slapen.

Donderdag 23 juli 2020
Na lekker geslapen te hebben, en door de vele schaduw later wakker te zijn geworden als normaal, friste ik mezelf op onder de douche en wandelde naar het dorpje om iets te eten te halen. De dame achter de kassa van het miniwinkeltje bevestigde in haar eentje dat het woord sacherijnig zijn oorsprong heeft in het Frans. Echter met een banaan, en wat brood en paté voor onderweg liep ik terug naar de camping waar ik een bak koffie zette en alvast wat at. De koffers werden van de Strom gehaald en in de tent gezet. Ik had voor vandaag een mooi extra rondje door de Alpen gepland. Rijden zonder bepakking is ook wel eens een keer lekker. Ik reed de Col de Vars af terug in zuidelijke richting om daar de Col de la Bonette op te rijden. Deze had ik al eerder gereden vanuit zuidelijke richting. Op Google Maps had ik echter net voor de top een aftakking gezien waar ik overheen wilde rijden. Het eerste gedeelte van de Col omhoog was natuurlijk schitterend. Alleen jammer van die pleuriswielrenners die al zwalkend over de weg heen gaan en nooit rechts houden.




Na een mooi stuk rijden kwam ik aan bij de aftakking waar ik even stopte. Niet veel later kwam er een werkbusje aangereden wat er langs wilde. Het zou dus wel begaanbaar zijn dacht ik. Vanuit dit paadje had ik een mooi gezicht op de echte top van de Bonette die niet veel verder lag.





En toen begon het avontuur. Nog een paar honderd meter was het mooie gravelpad ineens een keienpad met hele diepe bakken gravel waar ik maar in bleef glijden. Omkeren dat zou hier niet lukken. En ik moest nog een heel eind. Na 7 kilometer zou de boel gelukkig weer verhard worden maar de staat van dit pad was toch echt iets too much voor mijn zware Strom. Een passerende KTM rijder raadde mij aan mijn banden een stuk leeg te laten lopen. Op zich een goed idee, maar hoe krijg je ze dan weer vol. Ik reed maar door en uiteindelijk belandde ik op de splitsing waar je kon kiezen om nog verder onverhard naar Bayasse (onderaan de Col de la Cayolle) te rijden of zoals ik gepland had door te rijden via een smal verhard weggetje naar Saint-Dalmas-le-Selvage. In de berm stopte ik even om te genieten van het uitzicht en om tevens iets te eten en te drinken. Wow! Wat is het mooi hier!










Als volgende pas dacht ik de Col de la Cayolle in de route te hebben opgenomen. Mijn GPS stuurde me netjes weer een pas op en ik dacht dat het de Cayolle ook was, alleen dan geschreven als Couillole. Ik vermoedde dat het wel een soort dialect zou zijn. Het pas een leuk pasje wat totaal anders was dan anders en boven op de top keek ik even op mij telefoon waar ik me nou precies bevond. Niet op de Cayolle dus maar op een pasje wat er net tussen lag.







Via het mooie dal van de Var reed ik naar de Col de la Cayolle. Ook dit was een erg leuk colletje om te rijden en ook redelijk aan de hoge kant.





In Barcelonette stopte ik even om de Strom weer vol te gooien en daarna reed ik de Col de Vars weer op richting St. Paul sur Ubaye.
In het dorpje was een motormuseum wat ik wilde bezoeken. Aangezien het dorp erg klein is had ik het zo gevonden. Het museum was in een oude schuur en er stond serieus een erg leuke collectie aan motoren. Na een praatje met de eigenaar en een donatie in de pot, er was immers geen entree, reed ik verder langs de camping naar het bruggetje. De avond ervoor was ik namelijk alleen tot het uitzichtpunt gewandeld en niet tot op het bruggetje zelf. Ik wilde het uitzicht nu wel eens echt van bovenaf zien.





Terug op de camping ging ik weer richting de pizzeria om daar enkele biertjes te drinken en mijn boek te lezen. De dag was redelijk inspannend dus ik lag vrij vroeg in mijn tentje.

Vrijdag 24 juli 2020
Ik friste mezelf op, at een koekreep, dronk een bak koffie en pakte alles in en bond de boel weer op de motor en verliet de camping welke ik de dag ervoor al betaald had. Het viel mij op dat de Strom plots heel erg rammelde en ik bedacht me dat ik, doordat mijn middenbok kapot was, ik mijn ketting niet meer gespannen had onderweg. De boel was wel steeds gesmeerd maar na een check bleek deze dus veel te slap te hangen. Alle bagage ging midden in het dorp van de Strom af zodat ik onder het zadel bij het gereedschap kon en zo de ketting kon spannen. Een kwartiertje later reed ik het dorp uit en merkte gelijk hoeveel beter dit reed.
Als eerste Col van vandaag had ik de Col de Vars gepland. In een dorpje op de col stopte ik even om bij de bakker daar wat broodjes te kopen voor onderweg. Na de Col de Vars volgde de Col d’Izoard wat voor mij ook een bekende Col was, maar door het aparte maanlandschap op de top echt de moeite waard. Eenmaal op de top stopte ik weer om een foto te maken toen ik plots mijn naam hoorde. Bekende motorrijders uit Tilburg (Quinten en Sonja) hadden mij gespot. Dit waren dan ook gelijk de enige Nederlanders die ik die dag tegen zou komen.







Na de Izoard reed ik het iets té drukke Briancon in om van daaruitd e Col de Lauterette op te rijden. Er hingen flinke donkere wolken boven de col dus ik stopte om in de berm de regenvoering maar in mijn pak te stoppen. Achteraf bleek dit gelukkig geheel overbodig geweest.



Na de Lauterette volgde de Col de Galibier. Niet door de tunnel maar gewoon geheel door naar de top voor het mooiste uitzicht. Een Zwitser op een GS, die schijnbaar dezelfde route als mij reed, en geheel versteld was van de schoonheid van de Franse Alpen, was zo vriendelijk een foto van me te schieten.







Ik reed de Galibier weer omlaag en zag in de verte een mooi pasje liggen. Ik dacht in eerste instantie dat dit de Telegraphe zou zijn, maar jammer genoeg was dit een gravelpad wat doodlopend was. Iets voor een volgende keer dus.



Na de Col de Telegraphe, welke direct na de Galibier ligt, volgde er een iets saaier stuk door het dal heen via een snellere weg en zelfs een stukje Péage. Na een paar kilometer verliet ik deze weg om de weg te vervolgen naar de Col de Chaussy. Deze col stond niet op mijn lijstje maar ik moest deze weg volgen om aan de bovenkant van de Lacets de Montvernier uit te komen. Dit weggetje had ik al erg lang op mijn to do list staan. Deze 17 elkaar opvolgende hairpins welke tegen een rotswand zijn aangeplakt moest ik een keer gereden hebben. Echt spannend was het niet maar zeker de moeite waard.





Eenmaal in het dal vervolgde ik de D1006 welke lekker opschoot om vervolgens uit te komen bij Massif des Bauges.



Vanuit het Massif des Bauges reed ik door naar de Jura waar ik gelukkig een Mac trof om mijn maag snel te vullen. De Jura schoot goed op en redelijk op tijd kwam ik aan bij de camping die ik gepland had. Jammer genoeg was ik toch te laat want de camping aan het meertje welke ik in gedachten had was vol. Ik startte de route voor de dag erna en even kwam het nog in me op die uit te rijden, de bar van de herberg die ik in gedachten had zou vast nog wel open zijn om 1 uur ’s nachts.
In Pontarlier zag ik een bordje camping staan en volgde het maar. Gelukkig was het een erg rustige Municipal camping. Naast een koud biertje, tot 8 uur ’s avonds, was er niets te krijgen. Ik kookte wat water voor een beker cup-a-soup en at daarna de good noodles pasta die ik al bijna 3 weken in mijn koffer had zitten als noodrantsoen. Net voor achten liep ik nog even naar de receptie voor een laatste koude pint en dronk deze op bij mijn tentje. Aangezien er niets te doen was op de camping en het donker begon te worden lag ik ook hier lekker op tijd in mijn tentje.

Zaterdag 25 juli 2020
Mijn tentje werd nat ingepakt, ik at een van mijn laatste koekrepen en verliet de camping. Vandaag had ik een route van 547 kilometer in de planning staan waarvan ik de eerste 20 de dag ervoor al had afgelegd. Maar dan nog was het een flinke trip. Het eerste gedeelte door de Doubs was weer vertrouwd mooi. Om een saaier stuk net voor Belfort af te snijden zat er ook hier zo’n 30 kilometer snelweg in de route. Vanuit hier zou ik het laatste echte colletje van de vakantie gaan rijden. En dat terwijl de Ballon d’Alsace niet eens de naam col heeft. Net voor ik de col op reed werd ik aan de kant gedirigeerd door een politieagent welke in de berm stond. Er was iets met koeien, gelukkig dus niets met te vlot rijden, en ik moest mijnmotor verder aan de kant zetten als ik niet wilde dat deze beschadigd zou raken. Ik deed dat en at rustig een broodje en wachtte af. Plots kwam er een meute van enkele honderden koeien de pas af aangestormd. Het leek Pamplona wel.



Toen de koeien voorbij waren wilde ik natuurlijk als eerste de pas weer op om het overige verkeer voor te zijn. De pas lag echter bezaaid met koeienstront. Ik vervloekte de koeien al maar na een paar honderd meter was de boel weer schoon en ging het strontspoor naar een daar gelegen boerderij toe.
De Ballon d’Alsace was een mooi toetje halverwege de rit van vandaag. Ik vervolgde mijn route via bredere D en N wegen door de Vogezen om bij Metz de snelweg op te schieten tot aan Diekirch in Luxemburg.



Er zou hier heel veel gecontroleerd worden dus ik hield mezelf netjes aan de snelheid op mijn GPS, dacht ik. Helaas ontving ik toch twee weken later een rekening van € 49 omdat ik 1 kilometer per uur te hard had gereden. De rit door Luxemburg was mooi en vertrouwd. Redelijk op tijd kwam ik aan bij het vaste afsluitadres van mijn vakanties; Baton Rouge in Vielsalm.
Ook hier was het weer erg gezellig en de BBQ hier was wederom super (net als de vele lekkere biertjes die hier verkrijgbaar zijn)! Meer dan genoeg, en goed, vlees en salades. Ook hier werden de maatregelen tegen COVID-19 perfect in acht genomen. Dit in tegenstelling tot andere motorcampings en herbergen welke ik op facebook voorbij zag komen.

Zondag 26 juli 2020
Na een goed ontbijtje ging alles weer op de motor en kon ik vertrekken. Via een leuke route door de Ardennen kwam ik aan in Zuid Limburg. In Valkenburg schrok ik gewoon hoe lomp druk het hier was en hoe dicht iedereen zonder enige bescherming op elkaar zat. Snel weg hier tussen dat lompe volk. Via een paar leuke weggetjes in Limburg schoot ik boven Maastricht de snelweg op en halverwege de middag was ik weer thuis en had ruim 5200 kilometer erbij gezet op de Strom.
mooi verslag weer.
 

pigmaat

Die hard MF'er
13 apr 2011
430
37
Weer heerlijk om te lezen en de foto`s ook geweldig. Blijf het wonderbaarlijk vinden dat er lui zijn die dit soort reizen alleen te ondernemen.
Dank voor het delen van weer een geweldig verhaal
 

LePensZeur

Leipe Shit Ouwe
28 okt 2004
12.441
2.438
Ede (Gelderland)
Facebook
link
Belachelijk.
ik heb hier geen woorden voor, schitterende foto's en bij elke foto de neiging om hem/haar ? te lijken/liken/likken en dat gaat dat niet. realiserend dat er 25 foto's in 1 post mogen scroll en lees ik rustig door. alles word nog mooier....
Dit wil ik ook zien :P , schitterend. Ga morgen door met lezen , maar de route ga ik oppakken :P
 
Bovenaan Onderaan