Naar Roemenië en weer terug

Hans89

Rookie
23 apr 2011
5.945
1.480
Capelle aan den IJssel


Omdat ik graag verslagen lees van anderen en ik vermoed dat er zo nog meer mensen zijn die dat mooi vinden en ik het leuk vind om mijn ervaringen te delen, schrijf ik ook maar een verslag.
Nadat ik al een aantal keren wat korte vakanties van maximaal een week heb gemaakt naar diverse bestemmingen, wordt het nu tijd om eens wat langer weg te gaan. Zo begin ik ergens in het voorjaar eens wat info te zoeken over diverse bestemmingen en heb o.a. de Noordkaap, Zuid Spanje/Portugal, Zuid Italië, rondje UK en Ierland en Roemenië op mijn lijstje staan. Ik krijg maar 3 weken vakantie dus daar moet ik ook nog rekening mee houden. Ik ben een paar jaar geleden als eens in Roemenië geweest en dit beviel me erg goed, dit was wel met de auto en dat wil ik dus met de motor eens over doen. Ik kies dus voor Roemenië en de voorbereiding kan beginnen. Ik maak globaal een route die ik wil rijden en zoek uit wat er aan bezienswaardigheden en campings langs de route liggen. De route heen is globaal als volgt, via Duitsland, Tsjechië, Polen, Slowakije, Hongarije en terug via Hongarije, snelweg Oostenrijk en Zwitserland, Frankrijk (Vogezen), Luxemburg, België. In de weken voorafgaand aan de vakantie wordt de CB500 eens grondig nagelopen en voorzien van verse oliën en vloeistoffen en een nieuw setje rubber, voor de rest worden er geen gekke dingen aangetroffen dus dat zit wel snor. In de laatste week zoek ik al mijn kampeerspullen op en leg alles klaar wat ik mee wil nemen. Ik heb 3 tassen achterop en een tanktas voorop. In de toptas komt mijn tent, slaapmat en slaapzak en dan zit deze ook al goed vol. In de rechter zijtas komt alles wat te maken heeft met kamperen, dus een kookset + brander, stoeltje, verloopstekker, toilettas, etc, etc. in de linker zijtas komt kleding, 2 handdoekjes, een setje schoenen en een laptop. In de tanktas komt o.a. een petje, EHBO set, camera en andere spullen die ik bij de hand wil hebben. Gereedschap + banden reparatieset zitten standaard onder mijn zadel. Mijn regenpak komt achterop tussen de spinnetjes aangezien er niks waardelozer is om deze met een bui uit je tas te moeten halen. Ik heb iets meer kleding mee als normaal, maar ik wil in Roemenië sowieso een keer een kerkdienst bezoeken en ga nog op bezoek bij wat mensen, dus daar wil ik dan niet aankomen in een “campingoutfit”. Omdat ik vrijdag en zaterdag nog 2 lange diensten (2 keer een 12 uur dienst) moet draaien, heb ik besloten om pas maandag 1 juli weg te gaan.

Dag 1

Vanochtend lekker op tijd uit bed, zodat ik de laatste spullen nog kon in pakken en de motor gereed maken. Na het ontbijt rond een uurtje of 7 op de motor gestapt en vertrokken richting Duitsland. Het plan is om lekker door te gassen tot de Harz en daar nog lekker te gaan sturen. Tot de Duitse grens kan ik lekker vlot doorrijden, maar in Duitsland begint het feest direct met een wegopbreking. Het gedeelte in Duitsland duurt dan ook bijna 1,5 uur langer als gedacht door wegwerkzaamheden en ongelukken. Het weer is in Nederland niet echt top, maar hoe verder ik Duitsland in rij hoe beter het wordt, mijn trui kan ondertussen uitgetrokken worden. Uiteindelijk om een uurtje of 2 toch in de Harz aangekomen en daar begint het stuurfeest. Ik ben er vanaf Seesen in gegaan en ben richting Halle gereden. De weg varieert van heerlijke doordraaiers met snaarstrak asfalt tot kleine weggetjes waar het gooi en smijtwerk overheerst.

Alleen erg jammer dat er zoveel snelheidscontroles staan, ik wordt 3 keer geflitst maar gelukkig voor mij alle keren vanaf de voorkant, bij de laatste nog gezwaaid. Na een middagje lekker gaan door de Harz besluit ik rond 19 uur dat het mooi is geweest en dat ik een overnachtingplaats ga zoeken. Snel nog wat boodschappen in slaan voor het avond eten en ontbijt en dan maar op zoek naar een overnachtingplaats. Het gebied waar ik nu rij is erg afgelegen en rijd dan ook een onverharde weg in die een heuvel op gaat. Ergens halverwege de heuvel vind ik een mooi plekje waar ik mijn tent en motor mooi uit het zicht weg kan zetten en geniet nog van het uitzicht en het mooie weer. Er ligt voldoende hout in de omgeving dus al snel zit ik na te genieten van deze dag bij een behaaglijk kampvuurtje. Om 22 uur vind ik het wel mooi geweest en duik mijn slaapzak in, maar eerst wordt ik nog wakker gehouden door wat dieren die aan de andere kant van het dal flink lopen te bakkeleien in het bos. Wat het zijn weet ik niet, maar het waren in ieder geval geen muizen.


Dag 2

Na een onrustige nacht wordt ik om 6 uur weer wakker en besluit om mijn spullen weer te gaan pakken. Ik heb erg slecht geslapen ivm dat er 2 keer een onweersbui recht overkwam met bijbehorende wind en regen, ben er zelfs nog een keer uit geweest om te kijken of mijn motor wel stevig stond. ’s Ochtends is het nog erg fris, maar na een paar uur is dit volledig over en is het volop genieten geblazen. Vanaf Halle pak ik de snelweg tot Dresden, dit is namelijk een erg saai stuk met veel industrie en dat is niet mijn favoriete omgeving. Er wordt hier erg hard gereden en voelt gewoon de druk als er weer een grote Audi, Mercedes of BMW voorbij knalt. Bij Dresden verlaat ik de snelweg en volg vanaf daar de Elbe en steek dan bij Hřensko de Tsjechische grens over. Aan de oevers is goed te zien dat het water hier erg hoog heeft gestaan en soms ligt er zelfs nog modder/zand op de weg.

Net voor de grens koop ik nog wat te eten en drinken, dan kan ik nog met euro’s betalen, en wordt dan aangesproken door een Duitse man en wat hij verteld heeft weet ik nog steeds niet. Hij praatte zo rap Duits en met een accent, maar met ja knikken was hij geloof ik al tevreden. Eenmaal de grens over kom je direct in Hřensko en dit is zwaar toeristisch stadje en ik blijf daar ook niet al te lang hangen. In het dorp staat een bordje dat de weg wijst naar een natuurpark en volg deze, deze weg gaat dwars door het Národní park České Švýcarsko en de omgeving is echt top en zeker voor wandelaars de moeite waard. Het wegdek is redelijk maar in veel bochten licht split en dat glijdt heel goed kom ik al snel achter, om die reden gaat het tempo ook flink omlaag. Na deze weg ga ik over de wat meer doorgaande wegen richting Liberec waar ik een korte stop houd om wat te eten. Vanaf mijn stop rijd ik het Reuzengebergte in en na een partij sturen over keurig asfalt, steek ik bij Harrachov de Poolse grens over. In Polen wordt wederom verwelkomd door keurig asfalt wat zo nieuw is dat je het nog ruikt en deze weg is zeer rustig, ik kom over 25 km maar één fietser tegen. In Polen verplaats ik me via de bergen naar het Oosten en wil nog wat kilometers maken, omdat ik morgen Auschwitz wil bezoeken aangezien dit langs de globale route ligt. Rond een uur of 5 rijd ik door een stadje en zie daar een pinautomaat, wat me er aan herinnert dat ik nog zloty’s moet pinnen om eten te kunnen kopen en voor een evt camping. Na het pinnen steek ik de sleutel in het contact en kom erachter dat de motor niks meer doet. De zekeringen gecontroleerd en deze zijn allemaal goed, uiteindelijk beginnen de controle lampjes en het licht wel te branden maar starten ho maar. Na wat rondvragen en bellen kom ik bij een lokale scooter/motor boer terecht en deze wil er wel naar kijken. De beste man spreekt geen woord Engels en ik had ook het idee dat hij niet wist wat hij moest doen. Hij rommelt wat aan met een acculader en een spanningsmeter, maar snapt er niks van.

Uiteindelijk heeft hij een motorzaak gebeld en die waren binnen 20 minuten ter plekke met een busje. Deze man (Adam) en zijn vrouw (Adriana) spraken erg goed Engels en namen de hele buts aan spullen in de bus mee. Adam komt er al snel achter dat de accu niet meer wil laden en sluit een andere accu aan, waarna de motor direct aanslaat. Hij legt uit dat een accu is opgebouwd uit cellen en dat de verbindingen tussen de cellen kapot zijn. Ik herinner met dat ik vandaag een grote put niet kon ontwijken en daar vol doorheen knalde, dit kan volgens Adam de oorzaak zijn en dit blijkt daar vaker voor te komen. Helaas heeft hij mijn maat accu niet op voorraad en besteld direct een nieuwe. Deze zal pas morgenmiddag binnen zijn, dus ik moet een plaats hebben om te overnachten. Nadat zijn vrouw wat rond gebeld heeft, blijken alle hotels vol te zitten of alleen met reserveringen te werken, dus geen hotel. Ze vraagt of ik een tent mee heb en of ik het probleem vind om in de tuin te overnachten, daar heb ik geen enkel probleem mee en zodoende slaap ik voor vannacht in de tuin. Adam heeft ondertussen een pizza voor me besteld die er met smaak in gaat. ’s Avonds nog met Adam gepraat en veel geleerd over Polen met betrekking tot motorrijden. In Polen is motorrijden iets voor de “rijkere” mensen en zodoende zie je hier ook niet veel motorrijders. Ook kopen Polen liever een motor die veel status geeft in plaats van een motor die betrouwbaar is, hij verkoopt o.a. veel Harley Davidson, BMW’s en Ducati’s, terwijl hij deze merken geen kwaliteit vind en klanten komen er ook vaak mee terug met problemen. Ook verteld hij dat zijn motorzaak vooral gericht is op onderhoud en motor performance en hij heeft klanten die vanuit heel Polen komen en zelfs van buitenaf. Hij heeft ook goede contacten met wat leverancier/importeurs in Nederland, omdat veel artikelen via Polen niet verkrijgbaar zijn. Zo komt hij regelmatig bij Hyperpro om nieuwe producten te bekijken en/of om cursussen te volgen en hij gaat ook regelmatig bij fabrikanten/importeurs langs om cursussen te volgen. Zo is hij vorig jaar een week bij Ducati geweest om aan bepaalde modellen te kunnen sleutelen die aan klanten heeft verkocht. Iemand die gewoon hart voor motoren en zijn berijders heeft, jammer genoeg kom je die niet altijd tegen. Rond een uur of 10 stopt Adam ook met werken en besluit ik mijn slaapzak maar eens op te zoeken.


Dag 3

Na een prima nacht in de tuin van de motorzaak wordt ik om 8 uur wakker doordat het hek wordt open gemaakt. Het is Adam die met een aantal werklui aankomt, hij is namelijk een verbouwing aan zijn werkplaats aan het doen, zodat de ruimte beter benut kan worden. De temperatuur is al behaaglijk, zo’n 25 graden en begin de dag in korte broek en t shirt. Binnen kan ik koffie pakken en met wat brood ontbijt ik op een bank die voor de zaak staat. In de buurt is niet zo heel veel te beleven dus ik vermaak me met mijn laptop en wifi van de zaak prima en heb ook erg leuke gesprekken met Adam en Adriana. Rond een uurtje of 12 komt er een busje van een koeriersdienst het terrein op gereden en neemt Adam een boel pakjes in ontvangst, ik hoop dat mijn accu erbij zit. Het is zeker geen straf om daar te zijn, omdat Adam en Adriana erg graag praten over van alles en nog wat, maar ik ben uiteraard gekomen om te rijden. Gelukkig zit mijn accu erbij en na 30 min komt het sein dat ik weer kan rijden, gelukkig eerder als wat er eerst voorspeld was. De motor wordt door Adam nog even nagelopen en krijg de tip om bij thuiskomst naar de nokkenasketting te laten kijken, omdat deze rammelt. Na het betalen hang ik mijn bagage aan de motor en neem afscheid van deze geweldige mensen. Ik krijg nog wat tips mee, omdat er wat wegen in de buurt zijn afgesloten wegens werkzaamheden. Omdat ik toch nog richting Auschwitz wil gaan besluit ik om over de “Autostrade” te gaan, daar moet ik wel tol betalen maar je krijgt als motorrijder 50% korting. Aangekomen bij de snelweg zie ik al dat het een complete chaos is en verteld de medewerker van de tolpoort dat er een file staat van maar liefst 30 km. Er is bij de volgende afslag een ongeluk gebeurd en die afslag ligt 25 km verderop en het staat compleet vast.

Hij geeft de tip om binnendoor te rijden en dan de afslag erna erop te gaan, maar helaas probeert iedereen dit en staat het in de omgeving van de snelweg compleet vast. Omdat mij het niet duidelijk is of ik langs de files/verkeer mag rijden met de motor doe ik dit dan ook niet. Op een gegeven moment komt er een pool op een Harley voorbij en deze wordt even verderop aangehouden door de politie en wordt het mij duidelijk dat het dus niet mag. Na bijna 2 uur bereik ik de afslag en kan mijn weg vervolgen over de snelweg, dit gaat heel wat sneller en het is heerlijk om weer eens het gas open te kunnen draaien en rijwind koeling te hebben, borden langs de weg geven zo’n 35 graden aan. Het loopt ondertussen al tegen 5 uur als ik bij Katowice aan kom en besluit toch maar richting Auschwitz te gaan. Auschwitz bestaat uit 2 kampen namelijk het eerste kamp in de stad zelf en de bekende barakken en gaskamers buiten de stad. Aangekomen bij het eerste blijk je hier tot 18 uur naar binnen te mogen en is het geopend tot 20 uur. Snel de motor op de betaalde en bewaakte parkeerplaats, op het parkeerterrein staan div Italiaanse en Finse motoren en spreek ook nog even meet 2 Finse rijders die op weg zijn naar Zwitserland en Oostenrijk. Ik mag nog net naar binnen toe, maar een audio guide zit er niet in aangezien je deze blijkbaar moet reserveren. In dit deel van Auschwitz bevinden zich een aantal tentoonstellingen en zit ook het museum.

Om 20 uur ben ik precies klaar en de bewaker loopt ook al de sluitronde. Auschwitz I is erg indrukwekkend en kan nu voor mezelf een beeld vormen wat daar allemaal heeft afgespeeld, ik kan dit allemaal benoemen, maar beter is om dit zelf te ervaren. De parkeerplaats zou omgerekend 2 euro kosten en ik zoek het bedrag bij elkaar, maar aangekomen bij de slagboom staat deze open en mag ik gewoon doorrijden. Nu alleen nog een slaapplaats en ik ben tevreden, ik zie dat er in Katowice een camping zit op 25 min rijden en besluit daar heen te gaan, vanaf daar kan ik morgen direct naar het 2e gedeelte van Auschwitz rijden. Aangekomen op deze camping blijkt deze midden in de stad te liggen, naast de snelweg en in de buurt van het vliegveld, dit stond dus niet op de site. Omdat er ook veel muggen actief zijn besluit ik op de camping een appartement te huren die ze daar ook aanbieden. Dit appartement bestaat uit een ruime badkamer + toilet, een keuken, een zithoek en een heerlijk 2 persoonbed met een fantastisch kussen en dat voor nog geen €20. Nog snel even wat eten klaar gemaakt en na een heerlijke douche duik ik het bed in. Na een drukke en warme dag is dit wel heel erg lekker. Ik kijk vanuit het bed nog even TV, maar helaas hebben ze alle Engelstalige films en series in het Pools over gesproken en daar snap ik geen reet van, dus gaat al snel het lampje uit.

Dag 4

Na een heerlijke nacht slapen wordt ik om een uurtje of 7 wakker en maak op het gemak een bak koffie en ontbijt klaar. Het is buiten al 25 graden dus dat gaat nog wat beloven voor de rest van de dag. De receptie is pas om 8 uur open en kan dan pas betalen en de sleutel inleveren. Omdat ik lekker op tijd ben douche ik nog een keer en hang alle bagage aan de motor en aansluitend loop ik naar de receptie en reken af voor deze nacht. Dat stukje lopen naar de receptie zorgt er al voor dat het zweet door mijn bilnaad loopt en dan is het nog maar 8 uur. Ik stel de GPS in op Auschwitz en na 25 min rijden sta ik voor de poort. Omdat ik vroeg ben kan ik zelfs voor de poort parkeren en anders kom je op een parkeerplaats verderop. Wederom kan ik mijn pak + helm achterlaten, aangezien er een beveiliger op nog geen 15 meter van mijn motor af staat en aangeeft er op te letten, prima mensen daar in Polen. Ik doe voor de zekerheid toch maar even de staalkabel door mijn jas, helm en bagage en ga dan naar binnen. Na 1,5 uur binnen te zijn geweest vind ik het wel mooi geweest, in de zon is het gewoon niet lekker meer en heb in 1,5 uur al bijna 2 liter water op.

Ik doneer mijn laatste zloty’s in een collectebus bij de uitgang, aangezien ik nu toch naar Slowakije ga. Na deze indrukwekkende plaats besluit ik om weer naar de bergen te gaan en wil nog wel wat kilometers maken, omdat ik anders helemaal niet in Roemenië ga komen. Ik rijd door een prachtig heuvellandschap en de weg is prima te doen. Ook moet ik wederom constateren dat er in Polen netter wordt gereden als dat iedereen in Nederland roept, er wordt zelfs gewoon rekening met je gehouden. Na een tijdje gestuurd te hebben, kom ik bij het Tatra gebergte terecht, dit gebergte is erg steil en komt als het ware vanuit het niets omhoog, het lijkt net of dat deze ergens zijn opgepakt en hier zijn neergelegd.

Helaas liggen er geen wegen dwars doorheen, dus moet ik het met de wegen doen die erom heen liggen, dat is overigens geen straf om overheen te rijden. Ook merk ik dat het hier weer erg toeristisch wordt, het wordt drukker en overal zitten hotels en campings. Ik steek bij Zakopane de grens over met Slowakije en ben blij dat ik door deze stad heen ben, het is daar één grote toeristen circus. Ik laat Polen achter me en vind dit erg jammer, omdat het gewoon een erg leuk land is waar veel te ontdekken is. In Slowakije zie je direct dat het land armer is als Polen de wegen zijn slechter en hier kom ik direct veel paard en wagens, oude auto’s en zigeunerdorpen tegen. Op dit moment heeft de Slowakije de € en dit brengt weinig goeds mee. De prijzen van bijna alles is verdubbeld en de salarissen zijn hetzelfde gebleven, om die reden leven veel mensen in Slowakije nu onder de armoedegrens. In Slowakije ga ik de snelweg op, omdat ik toch nog wat afstand wil maken en de snelweg is hier een belevenis opzich. Het gebeurd 2 keer dat de snelweg ineens ophoud en je over een 2 baans weg verder gaat, als je op de kaart kijkt zie je ook gewoon dat er op 2 stukken geen snelweg is getekend. Bij de 2e keer ga je zelfs door een stad heen en daar waren ze ook nog eens bezig met de weg, dus was er een omleiding door een andere wijk erachter. Dit is echt apart want al het verkeer inclusief vrachtauto’s dendert dan gewoon door een stadswijk waar de straten niet eens van verhard zijn. Vanuit Slowakije kan ik op 2 manieren naar Roemenië toe, namelijk via Oekraïne of via Hongarije. Via Oekraïne valt helaas af, omdat ik alleen mijn ID kaart mee heb en voor Oekraïne heb je een paspoort nodig. Net voor de grens met Hongarije koop ik nog wat boodschappen, omdat ik hier nog met de euro kan betalen en ik in Hongarije dan niet eerst hoef te pinnen. Ik constateer in de supermarkt dat de prijzen echt hoger zijn als in de omringende landen, hetzelfde geld voor de benzine deze is ook duurder als in de omliggende landen. Eenmaal in Hongarije besluit ik nog even flink door te knallen en om een uurtje of 9 vind ik het genoeg en duik het bos in. Ik verken eerst een stukje te voet en vind een mooi plekje achter een aantal bosjes, het pad is wat modderig maar dat moet wel lukken. Helaas viel anders uit en bleef ik met de motor dus mooi steken in blubber, ik kon de motor zonder standaard recht op laten staan. Na een dik kwartier ploeteren en zweten, het is nog steeds een dikke 25 graden, heb ik de motor los en besluit maar op het pad te kamperen. Daar zet ik alleen mijn binnentent op voor de muggen en na wat te gegeten te hebben duik ik mijn tent in. Ik zit nu vlak voor de grens met Roemenië en zal daar dan morgenochtend overheen gaan, vandaag nog behoorlijk wat kilometers gemaakt.

Dag 5

Na een warme nacht wordt ik rond een uurtje of 6 wakker en hang alle bagage weer aan de motor en besluit ergens langs de weg te ontbijten. Na een 15 min rijden kom ik een mooi plekje tegen en waar ook nog eens een picknicktafel staat. Na het ontbijt is het nog een half uurtje rijden en dan zie ik de grens van Roemenië opdoemen en rijd naar het juiste poortje toe. Daar staat een douaneman zich te vervelen en hij werpt een blik op mijn id, ik hoef mijn helm niet eens af te zetten, en mag ik verder rijden. Het verschil tussen Hongarije en Roemenië is erg groot, de wegen zijn minder, veel oude auto’s, zwerfhonden, veel paard en wagens en de bebouwing is armoederiger en ook staan er veel lifters. Bij de eerste beste Petrom, benzinestations die vignetten verkopen, stop ik om een vignet aan te schaffen omdat dit volgens de ANWB zou moeten. Binnen krijg ik te horen dat motoren gratis zijn en dat ik mijn weg kan vervolgen, dit scheelt me weer €7, die ik later blijkt kan uitgeven aan een complete maaltijd. Bij dit benzinestation zie ik dat de benzine omgerekend ook maar €1,20 kost, dat zie ik graag. Vanaf Satu Mare rijd ik via de DN19 richting de grens van Oekraïne en deze weg ligt daar parallel aan grens. Richting de grens passeer ik een aantal dorpen waar een boel rijke zigeuners wonen, deze bouwen zogenaamde zigeunerpaleizen en dit zijn grote huizen met heel veel opsmuk. Verderop loopt de weg langs een rivier die de grens met Roemenië en Oekraïne vormt, er staan overal bordjes dat je rivier niet mag oversteken.

Vanaf deze weg heb je een schitterend uitzicht op Oekraïne en kom je door dorpjes waar de tijd heeft stil gestaan. Langs deze weg ligt het dorpje Săpânţa waar een mooie kerk staat met daarbij een bijzonder kerkhof. Op deze begraafplaats is ooit een kunstenaar begonnen met aparte grafzerken te ontwerpen waar een afbeelding opstaat wat iemand in het dagelijkse leven deed en omschrijving van de persoon zijn leven. Aangekomen op deze begraafplaats kom ik een Poolse motorrijder tegen met zijn vriendin en van hem krijg ik nog wat tips mee. Helaas staat de kerk in de steigers, in verband met een renovatie, waardoor de buitenkant niet goed zichtbaar is.

Bij de begraafplaats zit een lokaal barretje en haal daar nog wat te eten wat ik met handen en voeten werk bestel. Daar wordt ik door een klok eraan herinnerd dat het in Roemenië een uur later is als in Nederland en stel mijn horloge + gps goed in, dat wordt dus maar een dag met 23 uur. Na het bezoek aan deze bijzondere plaats ga ik weer verder over de DN19, het is hier gewoonweg genieten geblazen en geniet met volle teugen van de omgeving en de dorpjes, het asfalt is niet zoals we in Nederland zijn gewend maar afgezien van wat slechte stukken is het prima te berijden. Bij Sighetu Marmației gaat de weg over in de DN18 kan ik kiezen uit links of rechts. Op de kaart zie ik dat links naar het noorden loopt en door de bergen gaat en dat rechts naar beneden gaat. Ik kies voor de linkse en ga een fantastische weg in een mooie omgeving.

Na een tijdje kom ik bij een groot toeristisch centrum terecht, waar van alles valt te beleven op het gebied van bergsport. Nu snap ik waarom deze weg zo goed is, na dit centrum wordt het meer gat dan weg. Er staan bordjes die slecht wegdek aangegeven, maar deze kunnen ze beter weg halen want er is weinig sprake van een wegdek. De weg slingert met een boel haarspeldbochten omhoog naar een hoogte van 1400 meter, maar doorrijden zit er niet in. Ik ben constant bezig met slalommen om de putten en moet ook nog rekening houden met koeien en honden en sporadisch verkeer en er trekt er ook nog eens een bui over, dit zorgt ervoor dat je sommige gaten niet eens meer ziet. Ter compensatie is het uitzicht werkelijk schitterend en stop dan ook regelmatig om een foto te maken.


Ik doe uiteindelijk over een stuk van 75 km bijna 3 uur, een erg vermoeiende weg, maar het geeft wel veel voldoening als ik weer goed asfalt op rijd. Later deze week kreeg ik ook te horen dat deze weg is uitgeroepen tot de slechtste Drum Nationale (DN, nationale weg) van Roemenië en dit is volkomen terecht. Uiteindelijk kom ik via de slingerende DN17, een prima weg die in Nederland qua asfalt niet zou misstaan, in Vatra Dornei terecht waar ik mijn tentje en motor op een camping achter laat en de stad in ga. Dit is de 5de grootste stad van Roemenië en het is er erg gezellig. Ik zoek een leuk terrasje uit en na een prima maaltijd en wat drankjes reken ik 31 lei af, wat neer komt op €6,95, heerlijk dit. Vanaf het terras kan ik de mensen goed observeren en moet constateren dat er in deze stad toch een boel mooie dames rondlopen. Als het begint het schemeren loop ik op het gemakje naar de camping en stuur nog een mailtje naar het thuisfront. Deze camping kost maar 2,5 euro en heeft nog gratis internet ook. Ik had gehoopt iets noordelijker te komen en dan wat kloosters te bezoeken, maar door de vertragingen helaas niet gelukt, dit is wel een reden om terug “te moeten” naar dit schitterende land.

Dag 6


Na een goede nacht slapen wordt ik rond half 8 wakker van het zonnetje op mijn tent. Op het gemakje ontbijt ik en wil net de mijn spullen inpakken als de lucht betrekt en het begint te regenen. Snel al mijn spullen in de tent en ga zelf met mijn laptop onder een afdak zitten en wacht af. Na een uurtje is uiteindelijk toch droog geworden en ga ik op pad. Ik ga vandaag naar 2 Nederlanders, Arie en Miriam, die ik ken via de kerk en in Roemenië wonen en werken. Omdat ik daarvoor naar Păsăreni moet besluit ik via Bicaz te rijden, hier zit een mooie kloof waar je doorheen kan rijden. Vanaf Vatra Dornei rijd ik de DN17B op, op de kaart heb ik gezien dat hier veel bochten in zitten en dat voorspelt vaak veel goeds. Deze weg volgt de rivier de Bistria en heeft ook de zelfde grillige loop. Wanneer ik op deze weg rij is het goed te zien dat het al weer zaterdag is, Roemenen gaan in het weekend graag kamperen en dat is te zien aan alle tentjes die naast de rivier staan. De omgeving is erg mooi en het asfalt is niet geschikt om sportief te rijden, maar is prima om over heen te toeren en te genieten. Aan het einde van deze weg ligt Lacul Bicaz (meer van Bicaz) en gaat de weg over in de DN15. Dit is een werkelijk prachtige weg die je om het stuwmeer heen leidt en er zitten ook meerdere mooie uitzichtpunten, waar ik regelmatig een foto neem.

Ondertussen is de temperatuur weer gestegen tot een graadje of 30 en is rijden de beste optie om koel te blijven, het is gelukkig bewolkt dus geen brandende zon. In deze regio zie ik wat meer toeristen en kom ik de eerste Nederlanders tegen in Roemenië. De kwaliteit van de weg is goed en kan ik op sommige stukken de motor even flink laten werken en dat gaat prima. Ook merk ik dat de regio hier wat rijker is aan de nette huizen, goede wegen en dat er veel nieuwe auto’s rondrijden. Na het stuwmeer rijd ik door het stadje Bicaz en besluit hier om niet te stoppen. Hier lopen veel zigeuners en zwervers rond en vertrouw het niet om mijn motor hier te parkeren. Even buiten Bicaz kom ik een aantal Hongaarse motorrijders tegen, maar die spreken helaas geen Engels, dus kan ik geen informatie uitwisselen. Na Bicaz ga ik over de DN12C richting de kloof, op de weg ernaar toe merk dat je dit weer een toeristisch stukje van Roemenië is. Richting de kloof wordt ik nog getrakteerd op een bui en dit is erg lekker, het zorgt voor verkoeling en zorgt er ook voor dat het stof uit de lucht is. In de kloof is het een stuk drukker en ik zie ook de eerste toeristenstalletjes met allerhande lokale dingen en Chinese troep. De kloof is werkelijk waar prachtig om door heen te rijden, alleen de weg laat wel te wensen over, veel gaten en slechte stukken.

Na de kloof heb je nog een pas en als ik omhoog rijd kom ik achter 4 Hongaarse motorrijders terecht waarvan 2 op een Harley. Bij bijna elke bocht hoor je de treeplanken over de weg schuren en het gaat zo snel als dikke stront door een trechter. Inhalen is door de vele bochten en de smalle weg bijna niet mogelijk, maar ik zie gelukkig kans op een kort recht stukje er voorbij te knallen. Eenmaal boven maak ik een paar foto’s en rijd naar beneden, als ik beneden ben zie ik dat de Hongaren pas boven zijn. Na de kloof en pas kom ik in de stad Gheorgheni, een erg rommelig en vies uitziende stad, ik hoor later dat hier veel werklozen wonen en dat was ook goed te zien. De stad ligt zelf op een vlakte en rondom zijn alleen maar bergen te zien, een mooie locatie. Vanaf hier houd ik Târgu Mureș aan, daar ligt het dorpje Păsăreni vlakbij. Ik volg eerst nog een stukje de DN12C, waar ik op het hagelnieuwe asfalt de bandjes nog even goed rond kan rijden. Ergens halverwege verlaat ik deze weg en rijd de laatste 60 km binnendoor. Ik kom nu door dorpjes heen waar ze volgens mij nog nooit een motor hebben gezien, want ik wordt door iedereen nagekeken en er zijn kinderen die angstig weg lopen, ook wordt er veel naar je gezwaaid. De weg is soms niet veel meer als een grindpad, maar valt allemaal nog prima te doen en hier zie ik het echte authentieke Roemenië waar de tijd wederom heeft stil gestaan. In deze dorpjes zijn ook bijna geen auto’s te vinden en als ze er staan is het een oud Renaultje of een Dacia, die naar verluid meestal van de burgemeester, dokter of dominee is. In Păsăreni aangekomen is het verzorgingstehuis waar Arie en Miriam werken makkelijk te vinden. Dit verzorgingstehuis wordt gedeeltelijk gefinancierd door de “Stichting Zeeland helpt Roemenië” en Miriam is hier de manager.

Aangekomen daar krijg ik van één van de medewerkers een briefje dat ze in de speeltuin van Târgu Mureș zijn en als ik zin heb daar ook heen kan komen. Snel mijn bagage binnen gezet en me verplaats naar de speeltuin. Daar aangekomen wordt ik hartelijk begroet door Arie en Miriam en ze hebben daar een samenkomst met Nederlanders die daar in de regio werken/wonen. Van alle Nederlanders in de regio daar zijn er maar 2 die daar niet wonen ivm een werkgroep of vrijwilligerswerk, 1 heeft daar een fabriekje opgezet vanwege de lage lonen en de ander is daar gaan wonen omdat hij met een Roemeense vrouw is getrouwd. Het is erg interessant om te horen over de projecten die daar lopen en wat voor mensen de beweegredenen zijn om daar te werken. Aansluitend gaan we nog eten bij de Mac en ’s avonds hebben we nog een gezellig samenzijn waar ik veel info over de streek en Roemenië krijg te horen die op het internet niet is te vinden. Ik slaap in het kantoor op een matras en dit is een welkome afwisseling na mijn slaapmatje. Ik kijk weer terug op een mooie dag en duik op tijd mijn bed is, want morgen gaan we naar de kerk.

Dag 7
Vandaag is het zondag en dan wil ik niet rijden en combineer dit gelijk met een rustdag. Na het ontbijt ga ik met Arie en Johan, een Nederlander die getrouwd is met een vrouw uit Păsăreni en nu op vakantie is, naar een Hongaarse kerk in Târgu Mureș. Deze dienst wordt gehouden in de burchtkerk en dit is een erg mooie kerk die gefortificeerd is. De dienst is in het Hongaars, maar Johan vertaalt de meeste dingen voor me en ik heb een Nederlandse Bijbel mee. Het is interessant om te zien dat deze diensten heel anders zijn als ik in Nederland gewend ben, na de dienst gaan we op de koffie bij Johan. ’s Middags maak ik een rondje door de omgeving en het dorp, de mensen zijn erg vriendelijk en spreken je ook aan, helaas versta ik er niks van. ’s Avonds wordt er nog naar een Nederlandse kerkdienst geluisterd en hebben we nog een gezellige avond. Een prima dag gehad zo en weer veel bijgeleerd over Roemenië.


Dit is de eerste week, de rest volg nog :+
 
Laatst bewerkt:

saabert

MF veteraan
25 jul 2013
2.966
79
thuis
ik ben acht jaar geleden (met de auto, jah...) in Roemenië geweest. een schitterend land met mooie wegen (google maar eens op 'transfagarasan' en 'transalpine', voor automobilisten al een snoepje, hoeveel temeer voor motoristen ;) ) . jammer dat je de kloosters niet hebt kunnen bekijken. echt, je hebt wat gemist!


(Voronet)
 

Hans89

Rookie
23 apr 2011
5.945
1.480
Capelle aan den IJssel
ik ben acht jaar geleden (met de auto, jah...) in Roemenië geweest. een schitterend land met mooie wegen (google maar eens op 'transfagarasan' en 'transalpine', voor automobilisten al een snoepje, hoeveel temeer voor motoristen ;) ) . jammer dat je de kloosters niet hebt kunnen bekijken. echt, je hebt wat gemist!

[afbeelding]
(Voronet)
Die kloosters ga ik zeker nog een keer doen, hele goed reden om nog een keer terug te gaan :Y
 

Hans89

Rookie
23 apr 2011
5.945
1.480
Capelle aan den IJssel
Je hebt een mooie reis gemaakt en leuk om te lezen dat veel mensen ook motor-minded zijn!!
Enigste negatieve reacties kreeg ik van 2 "über" Duitsers op hun GS'en, die maakten een lullige opmerking over mijn motor :/ . De locals waren super enthousiast en ik kreeg ook veel lof over de afstand die ik had gemaakt om hun land te komen bezoeken.
 

Bolski

MF veteraan
Donateur
29 okt 2003
59.714
76
Leuke schrijfstijl, ga door!
Ook het wildkamperen vind ik geweldig.
 

Hans89

Rookie
23 apr 2011
5.945
1.480
Capelle aan den IJssel
Dag 7

’s Ochtends ben ik weer op tijd wakker en pak op het gemak mijn spullen in, Miriam en Arie ontbijten meestal rond half 9 dus ik heb nog ruim een uur. Ik pak de kaart en de gps er nog even bij en vogel de route uit die ik wil rijden. Vandaag wil ik de Transfăgărășan rijden en op weg naar daar wil ik het stadje Sighișoara en de kerk van Biertan bezoeken. Dit moet in een dag etape van circa 300 km mogelijk zijn en dan is er nog tijd om wat te bezoeken. Na het een goed ontbijt hang ik de bagage aan de motor en neem afscheid van Arie en Miriam. Het weer is prima alleen geven ze bewolking af en hoop dat dit zal meevallen ivm de uitzichten van boven af. Vanaf Păsăreni draai ik de DN13 en dit is een goede weg, waar ik lekker kan doorrijden en er zitten ook nog genoeg bochten in. Aan het eind van deze weg ligt het stadje Sighișoara, dit is in het verleden een Saksische stad geweest en heeft een mooi middeleeuws centrum. De stad is vooral bekend geworden als de geboorteplaats van Vlad Țepeș, bij ons beter bekend als Graaf Dracula. Aangekomen in de stad ga ik op zoek naar een bewaakte parkeerplaats en kan deze helaas niet vinden, dan maar in de stad zelf. Als ik mijn motor voor een terras parkeer en net alles met de staalkabeltjes heb vastgezet, biedt een ober aan dat ik mijn spullen kan binnenleggen. Ik vertel hem dat ik alles heb vastgezet, waarna hij aanbiedt er wel op te letten. Vanaf daar loop ik naar boven waar het oude stadsdeel zich bevindt.

Daar aangekomen constateer ik dat er niks geen informatiebordjes staan en dit is erg jammer omdat ik dan niet weet wat al de gebouwen zijn. Maar niet getreurd want er komt een jongeman in klederdracht op me af die aanbiedt een rondleiding te geven. Hij vraagt een behoorlijke prijs, voor Roemeense begrippen) en na wat onderhandelen krijg ik voor 50 lei (circa €11) een rondleiding dit inclusief bezoek aan het geboortehuis van Dracula. De gids spreekt goed Engels en tijdens de rondleiding verteld hij dat hij in deze stad is geboren en zo in de rol van gids is gekomen. Het is een prachtig centrum en is zeker de moeite waard om te bezoeken. Als afsluiter bezoeken we het geboortehuis van Dracula en daar kan ik zelfs nog met hem op de foto. Voor Roemenen is Vlad Țepeș een ware oorlogsheld die tegen de Turken heeft gestreden, dat hij heeft verloren is niet van belang. Teruggekomen bij de motor bestel ik nog wat te drinken op het terras bij de ober, aangezien al mijn spullen er nog aan zitten. Na dit bezoek rijd ik via de DN14 richting Biertan, deze weg is niet geheel zonder beschadigingen. Ze zijn er dan ook druk aan de weg aan het werken en dit gaat geheel op de traditionele wijze dat; waar één man werkt er 3 toekijken. Biertan is vooral bekend geworden om zijn weerkerk, dit is een kerk die is gebouwd in een burcht. In deze kerkburcht zetelde tot 1867 de Lutherse bisschop en is van oorsprong ook een Saksische stadje. Daar aangekomen parkeer ik de motor op de stoep voor de ingang. Ik loop eerst een rondje om de kerk en ga dan naar binnen voor een bezoek.

Deze kerk is opgenomen op de lijst van werelderfgoederen en zodoende zijn ze ook bezig om deze te restaureren. Het is een mooi bouwwerk en van bovenaf heb je een mooi uitzicht over de stad en de omgeving. Het loopt al tegen 1 uur en besluit maar wat te gaan eten in het restaurant in een bijgebouw van de burcht. Terwijl ik mijn eten wacht komen er een stel Nederlanders binnen en heb met een hun een kort gesprek. Zij zijn met het vliegtuig gekomen en hebben 2 huurauto’s waarmee ze rondrijden in Transsylvanië, helaas gaan zij niet verder Roemenië in. Het eten is er prima en geniet van mijn salade, gebakken aardappelen en gegrilde kip. Ik pak de kaart er ondertussen nog eens bij en zie dat er vanaf Biertan een weg naar het zuiden loopt en deze komt in de buurt van het begin van de Transfăgărășan uit. Volgens de kaart zou dit een verharde weg moeten zijn en had al van Arie begrepen dat daar nog een aantal authentieke dorpjes moeten liggen. Ik verlaat Biertan en rijd richting het zuiden en al gauw wordt de kwaliteit van de weg ook slechter. Het eerste dorpje is erg rustig en ben ik ook snel doorheen, maar na dit dorpje wordt het een gravelweg. Tempo iets lager en algauw rijd ik weer een dorpje binnen, hier is ook gelijk te zien dat het armer is, de huizen vervallen, weinig auto’s en veel mensen op straat.

Na dit dorpje wordt de weg alleen maar slechter en ligt vol grote keien en opgedroogde modder, er volgen zelfs nog een aantal haardspeldbochten die bijna stapvoets worden gereden. Bovenaan gekomen stuit ik weer op asfalt en kan weer lekker doorrijden en zie dan al gauw de silhouetten van de Transsylvanische Alpen opdoemen.

Ik nader dit gebergte vanuit het noorden en typerend voor de noordkant is de steilheid van de bergen. Wanneer ik de DN1 opdraai en richting de DN7C rijd begint het toch wel te kriebelen, dit is één van de doelen deze vakantie. Aan het begin van de Transfăgărășan staat nog een benzinepomp en gooi de tank vol, de eerste 100 km ga je niks meer tegenkomen en zou lullig zijn als ik zonder benzine sta. Het eerste stuk is plat, maar al gauw ga je heuvels in en klim je al rap omhoog, helaas is er door de bossen niet veel van het uitzicht te zien. Wanneer ik bij de steilere gedeeltes aankom, ligt er een soort kom in de bergen waar ik de weg doorheen zie lopen, dat beloofd wat moois.


Gelukkig is het weer nog prima, wel wat heiig, dus kan niet zo ver kijken als gehoopt, maar altijd nog beter als bewolkt. Het bijzondere aan deze weg is, dat hij eigenlijk van niks naar niks loopt dwars door het Făgărașgebergte. Het is van oorsprong een militaire weg door de bergen, die is aangelegd onder leiding van Nicolae Ceaușescu. De officiële documenten vermelden dat de weg is aangelegd door militairen, maar in werkelijkheid waren dit mensen uit de gevangenis, waarvan er vele omgekomen zijn. Nicolae Ceaușescu wilde met de aanleg van de weg laten zien dat ze in Roemenië ook in staat waren om dit soort wegen aan te leggen. Het is gelukkig erg rustig en kan zo een aantal mooie bochtjes pakken en maak zo tussendoor wat foto’s. Het wegdek is nog niet eens zo heel slecht, maar vangrails en dergelijke ontbreken. Eenmaal boven zet ik de motor aan de kant en geniet van het uitzicht naar beneden waar de weg als een soort spaghetti doorheen ligt.

Het is fantastisch om hier boven te staan aangezien dit de beruchtste en bekendste weg is van Roemenië. Tijdens het omhoog rijden ben ik geen enkele motorrijder tegengekomen en dat verbaasd me. Nadat ik door de tunnel ben gereden maak ik nog wat foto’s terwijl er naast me een Audi TT met Roemeens kenteken stopt. Er stappen een man en een vrouw uit en wanneer de man mijn kenteken ziet, begint hij in het Nederlands tegen me te praten. Hij heeft in Nederland gestudeerd en daar ook een aantal jaar gewerkt, maar miste Roemenië en werkt nu in Boekarest. Hij vind het helemaal geweldig dat ik vanuit Nederland op de motor naar Roemenië ben gereden en krijg van hem nog wat nuttige informatie. Na deze ontmoeting begin ik de afdaling, deze is minder spectaculair maar wel leuk en goed om te doen, hier kom ik ook pas de eerste motor tegen. Na de afdaling rijd ik door een mooie omgeving en rijd door een dal waarna ik bij een stuwmeer aan kom. Daar maak ik nog een paar foto’s en daar staan ook 2 Tsjechische motorrijders. Zij komen vanaf de andere kant en komen recht vanuit een regenbui en zijn blij dat het nu droog is, dat voorspelt weinig goeds voor mij.


Wanneer ik door rijd zie ik dat de weg nat is, maar het is wel droog en ik heb een lekker zonnetje. Uiteindelijk kom ik in Curtea de Argeș uit en het loopt al tegen een uurtje of 7 en stel de gps in op een camping. Ik vind een camping op een kwartier rijden en aangekomen op de camping blijkt de eigenaresse alleen maar Frans en Roemeens te praten, maar met handen en voetenwerk komen we eruit. Ik begrijp ook dat ze evt wat te eten wil klaar maken en ze heeft een klein barretje voor als ik vanavond wat wil drinken. Ik zet eerst mijn tentje op en besluit bij haar te eten aangezien ik zelf geen zin heb om te koken. Ik krijg heerlijke varkenslapjes van de BBQ met goeie friet en salade met tomaten die erg lekker zijn, daarbij drink ik een lekker biertje. Als ik klaar ben met eten komen er Tsjechische 3 motorrijders het terrein op, zij waren een uurtje voor mij binnen gekomen en zijn in de stad wezen eten. Als ik hun vraag naar de afgelopen dag zijn ze niet echt tevreden, zij hebben de gehele Transfăgărășan regen gehad en het werd pas droog aan het einde. Ik heb echt geluk gehad, aangezien ik maar op een uurtje achter hun heb gezeten en ik het gewoon droog heb gehouden. Na een biertje met hun gedronken te hebben zoek ik mijn tentje op duik mijn slaapzak in, een prima dag gehad zo.

Dag 8

Ik word wakker omdat de Franse camper die vlakbij stond al vertrekt en zie dat het al weer 8 uur is. Na een simpel maar voedzaam ontbijt hang ik de spullen aan mijn motor en kijk eens wat de route gaat worden. Vandaag wil ik de Branpas rijden en zal dan vanzelf in Brasov uitkomen, deze pas is de scheiding tussen het Făgărașgebergte en het Bucegigebergte en is op het hoogste punt 1290 meter. Het weer is bewolkt, maar de temperatuur is wederom al weer rond de 25 graden. Ik wens de Tsjechen een goede rit, aangezien zij vandaag naar de Transalpina gaan. De Branpas is vooral bekend om zijn schitterende uitzichten en dat het plaatsje Bran hier ligt waar een mooi kasteel zou moeten staan. De weg, DN73, is erg goed om te rijden en de uitzichten zijn prachtig mooi en maak dan ook behoorlijk wat foto’s.


Deze weg is wel drukker als wat ik de afgelopen dagen heb gereden, ook aardig wat vrachtverkeer en er staan ook direct weer straatverkopers. Het mooie is dat het vrachtverkeer hier beter rijdt dan in Nederland, door de vele bochten en bosjes heb je weinig zicht naar voren, als je achter een vrachtwagen komt te rijden. De meeste vrachtwagens kijken voor jou of het veilig is om in te halen en doen dan hun knipperlicht naar rechts aan, zij hebben vanuit hun hoge positie meer zicht op de rest van de weg. Het kan dus wel zo dat samenwerken, helaas is dit in Nederland niet zo gewoon, erg jammer. Wanneer ik bij Bran aankom zie ik direct het kasteel liggen en zie ook dat het er een stuk drukker is met toeristen, gezellig druk. Ik parkeer mijn motor op een bewaakte parkeerplaats, de hele parkeerplaats is volgestort met grind maar speciaal voor motoren hebben ze een aantal betonplaten neergelegd. Ik mag ook mijn spullen in een afgesloten hokje leggen en dat allemaal voor €0,50 per uur. Het kasteel wat ik wil bezoeken is een nationaal monument en wordt aangeschreven als het kasteel van Dracula, wat erg in twijfel wordt getrokken. Het kasteel en het stadje zijn de moeite waard en ik blijf er dan ook bijna 2 uur hangen. Als ik weer op pad ben constateer ik dat mijn koplamp raar beweegt en stop aan de kant van de weg. Daar zie ik dat er een bevestigingsbout verdwenen is en pak mijn doosje met reserve bouten en moeren erbij. Je raadt het natuurlijk al, deze maat heb ik dus niet bij. Ik kijk in de GPS en zie dat er dichtbij een autogarage moet zitten en heb wel een vermoeden dat zij deze hebben. Daar aangekomen blijkt het een assemblageafdeling van Ford te wezen en de voorman spreekt Engels. Hij gaat op zoek naar een passend boutje, maar helaas gebruiken ze in een Ford blijkbaar geen maatje 9. Van deze man krijg ik een adres van een motorzaak en voer deze in de GPS. Na 15 min sta ik voor een motorzaak die gespecialiseerd is in off road motoren en quads. De eigenaar kijkt ernaar en zegt dat ik een korte 9 moet hebben. Hij rommelt wat in een aantal dozen en pakt daar een boutje uit en dit is gelijk de goede. Hij kijkt naar mijn nummerplaat en verteld gelijk dat hij ook Nederlandse klanten heeft, deze komen naar Roemenië voor het off road rijden en stalling en onderhoud van de motor of quad wordt door hem geregeld. Het is ondertussen weer bloedheet dus ik ga weer snel op pad om me door de rijwind te laten koelen, dit lukt helaas niet altijd omdat de lucht ook warm is. Je merkt goed dat je hier in het rijkere gedeelte van Roemenië zit, je ziet bijv. geen vervallen of half afgebouwde huizen, er rijden nieuwere auto’s, weinig paard en wagen en de wegen zijn ook beter. Sommige dorpen die ik passeer zouden zomaar ook in landen als Frankrijk of Duitsland kunnen liggen en dat niemand dat opvalt. De omgeving is erg mooi en passeer ook een klooster die op een hele mooi plek ligt.

Wanneer ik in Brasov aankom stuit ik al snel op een bewaakte parkeerplaats waar ook net 3 Tsjechen aankomen. Op de parkeerplaats nog even de kaart erbij en wat info uitgewisseld, zij hebben ook een dag stil gestaan ivm problemen aan één van de motoren. Zij zijn via de west kant van Roemenië naar het zuiden gereden en wilde via die kant ook weer terug. Ik geef ze de tip om via de oost en de noord kant van Roemenië terug te rijden en dat zouden ze mee nemen in de route. De parkeerplaats is ommuurd en kost deze keer €0,75 per uur, om de prijs hoef je het niet te laten. In het centrum scoor ik wat te eten en loop een rondje in het historische stadje, waar het erg gezellig is.

Na circa 1,5 uur vind ik het wel mooi geweest en haal mijn motor + pak weer op bij de parkeerplaats. Ik wil morgen nog een gebied bezoeken waar veel moddervulkanen zitten en besluit alvast die kant op te rijden. Vanaf Brasov ga ik de DN10 op, een leuke weg met veel bochten en een prachtige uitzichten.


Ik zie op de gps dat er een camping in de buurt moet zitten, deze is volgens de beschrijving alleen bereikbaar over een onverharde weg. Dit vind ik niet zo’n probleem aangezien onverhard meestal grind of gravel betekend en dat valt vaak prima te berijden. De gps wordt ingesteld en deze berekent een route en controleer deze aan de hand van de kaart. Zowel op de kaart als de gps staat de weg er naar toe als een verharde doorgaande weg en het laatste stukje als onverhard aangegeven. Eenmaal op de weg wordt het steeds slechter en als ik op een splitsing naar rechts een bospad op moet moet begin ik te twijfelen of dit wel de juiste weg is, na controle zit ik toch goed. Ondertussen komt er een boertje voorbij en hij ziet mij kijken op de kaart. Hij begint heel veel te vertellen en uit te leggen waar ik uiteindelijk iets uit haal dat ik wel de weg in moet maar na 5 bochten op de splitsing niet rechts, maar links moet gaan. De doorgaande weg is naar rechts maar ik kan beter linksom gaan, ivm slecht wegdek of iets dergelijks. Ik rijd het pad in en aangekomen bij de splitsing zie ik gelijk wat de man bedoelde, de weg naar rechts is versperd door stenen en omgevallen bomen. Ik draai de weg in naar links en dit is het eerste stuk nog prima te doen, maar hoe verder ik kom wordt het gewoon een serieus off road pad. Het is nog wel te doen met de CB, maar veel gekker moet het niet gaan worden, ik rijd met mijn voetsteunen al door de plassen en de blubber. Na bijna 2 uur kom ik bij de camping aan waar het er verlaten uitziet. Via een poortje aan de zijkant kan ik op het terrein komen en daar spelen ook een aantal kinderen, maar voor de rest is het een vervallen zootje en zie ik voor de rest geen mensen, dus ik besluit maar om verder te gaan. Ik verlaat het terrein weer en rijd richting een doorgaande weg die ik op de kaart zie staan, onderweg kijk ik of nog iets van een pension of camping zie of zo, maar helaas kom ik niks tegen. Als ik via een gravel weg boven op een heuvel uit kom heb ik een mooi uitzicht en besluit ik om daar te kamperen. Het is erg warm en verwacht geen regen, dus leg alleen mijn matje en slaapzak neer in de berm.


Nadat ik wat gegeten heb loop ik een rondje door de omgeving en constateer dat ik dus midden in een gas/olie winning veld terecht ben gekomen. Ik ben via de noordkant op de heuvel gekomen en de zuidkant staat helemaal vol met jaknikkers, deze heb ik dus niet gezien toen ik omhoog kwam. Wanneer het donker wordt kruip ik in mijn slaapzak en al gauw wordt ik gestoord door 2 terreinwagens die omhoog komen gereden. Ik zie vaag iets staan met “secur” en bereid al me voor op het feit dat ik weg moet. De eerste auto ziet me niet eens en de tweede auto stopt, hij schijnt met zijn zaklamp mijn kant op en ziet dat ik daar aan het overnachten ben, ik krijg een duim te zien en ze rijden verder. ’s Nachts heb ik één auto nog voorbij horen komen, hij reed zonder licht en liet de auto met de motor uit voorbij rollen, heerlijk dat dit ook gewoon kan.

Dag 9

Na een prima nacht in de buitenlucht wordt ik rond 6 uur al weer wakker van de warmte. Na een bak koffie en ontbijt pak ik de kaart erbij en zie dat ik vlakbij de moddervulkanen moet zijn, ik moet alleen de gravel weg volgen waar ik naast heb geslapen. Deze moddervulkanen ontstaan door de olie en gaswinning die hier plaats vind en er zijn 3 plaatsen in het gebied waar ze zitten. Na nog geen 5 min rijden stuit ik al op de eerste vulkaan, dit is de kleinste van de drie en maak wat foto’s en rij weer door. Na een kwartiertje rijden sta ik bij de grootste vulkanen en hier is een soort van park van gemaakt wat “Muddyland” heet. Hier is ook een parkeerplaats en zie een 4x4 met Pools kenteken staan met. Nadat ik de motor heb geparkeerd loop ik over een trap naar de vulkanen en na betaling van 4 lei mag ik op de vulkanen lopen.

Het is erg bijzonder om dit te zien en het is goed te zien dat het een gevolg is van de olie en gaswinning, het stinkt er naar rotte eieren en op veel stukken ligt ook aardolie. Als ik weer terug op de parkeerplaats ben, komt de Pool naar me toen en begint gelijk te vertellen dat hij ook motor rijdt en ook graag in Roemenië komt. Van hem begrijp ik ook dat je hier mag kamperen, helaas wist ik dat niet anders was ik gisteravond wel even door gereden. Het is 9 uur en de temperatuur loopt al weer naar de 30 graden, het zweet loopt dan ook al weer rijkelijk door mijn bilnaad. Ik pak de kaart erbij en kijk naar de mogelijkheden, ik heb morgen afgesproken om bij iemand in Boekarest te overnachten, dus moet daar wel rekening mee houden. Omdat ik de Zwarte Zee wel wil zien besluit ik naar de kust te gaan en wil dan via Tulcea zodat ik nog een glimp van de Donaudelta kan zien. Vanaf de vulkanen rijd ik eerst naar Buzău en vanaf daar naar Brăila, daar zie ik op de kaart een pontje over de Donau getekend. De weg naar Brăila is niet echt spectaculair en erg druk, een beetje vergelijkbaar met een doorgaande weg in Nederland. Het schiet wel lekker op en na 1,5 uur sta ik dan ook al bij het pontje. Ze proberen zo veel mogelijk voertuigen en personen op het pontje te zetten, dat ik wel op mijn motor moet blijven zitten omdat er geen ruimte is om hem op zijn standaard te zetten.

Na het verlaten van de pont rijd ik richting Tulcea en al gauw zie ik de delta verschijnen, vanaf de heuvels kan je goed zien dat het een erg groot gebied is.

Net voor Tulcea houdt ik een pauze en eet mijn laatste brood op. Terwijl ik daar zit passeert er een camper die claxonneert en zie al gauw dat het ook een Nederlander is en zwaai terug. Ik controleer de bagage en de motor nog eens en constateer dat dit nog allemaal oké is. Omdat het nog vroeg in de middag is wil ik proberen om in de buurt van Constanța te komen en dan het strand op te zoeken. Ik rijd via Murighiol en na ca 2 uur rijden en 100 km verder stop ik om wat te eten en te drinken en merk iets op aan de achterkant, maar weet niet wat. Terwijl ik sta te drinken, dringt het tot me door dat mijn kenteken weg is, de houder is gewoon afgebroken. De laatste 25 km was het ‘wegdek’ erg slecht en besluit om dat stuk terug te rijden. Ik rijd stapvoets terug, maar helaas zie ik niks liggen en besluit dat dit zinloos is. In Murighiol aangekomen ga ik op zoek naar een camping en deze is al snel gevonden. Vanaf de camping ga bellen, ik bel eerst met de ambassade en daar krijg ik één of andere muts aan de lijn die het gek vindt dat ik op de motor maar één plaat bij me heb. Na wat doorverbinden krijg ik iemand aan de lijn die me vertelt om een kartonnen plaat te maken en dan bij de politie een melding ervan te maken. Ik krijg van hun ook het advies om voor de zekerheid de ANWB te bellen en zij geven aan om hetzelfde te doen of de motor te laten vervoeren naar Nederland. Van de campinghouder krijg ik een stuk karton en maak daar een mooi plaatje van, ook stelt zij een brief op in het Roemeens voor het geval de politie geen Engels spreekt. Helaas werkt de politie maar tot 16 uur, dus dat wordt morgenochtend pas. Ik haal in het dorp wat boodschappen voor het avondeten en ’s avonds zit ik nog een tijdje samen met 2 Zwitsers en 2 Polen op de camping. Wanneer het begint te schemeren arriveert er een Frans sprekende scoutinggroep op de camping en zij blijken uit België te komen. Ik maak de opmerking dat ze dan op zijn minst Nederlands moeten kunnen spreken, maar sommige spreken een paar woorden Vlaams. Na de opmerking dat ze dan uit de verkeerde kant van België komen zal ik nooit vrienden met ze worden. Omdat ik nu aan de Delta zit stikt het er ook nog eens van de grote muggen en besluit al snel maar in mijn tentje te gaan liggen, waar ze niet kunnen komen, en al gauw lig ik een diepe slaap.


Dag 10

Na een warme nacht wordt ik wakker en doe vanwege de warmte rustig aan. Na een ontbijt en een bak koffie ruim ik mijn spullen op en maak mijn motor in orde. Ik krijg van de campingeigenaar nog een briefje met zijn telefoonnummer mee voor als de politie moeilijk gaat doen. Rond half 9 vertrek ik naar het politiebureau en deze is snel gevonden. Het stelt niet zo heel veel voor, het is gevestigd in een woonhuis en heeft één kantoor en een ruimte waar een tafel en wat stoelen staan. Wanneer ik binnen kom zitten er 2 jonge agenten en die blijken allebei vloeiend Engels te spreken. Wanneer ik het voorval uitleg, geven zij aan dat zij daar geen uitspraak over mogen doen en dat hun superieur in gesprek is. Ik mag binnen plaats nemen en krijg een bak koffie aangeboden, die ik graag aanneem. Ik heb sterk het vermoeden dat de agenten zicht erg aan het vervelen zijn en knoop een gesprek met hun aan. Deze 2 jongens zijn net van de politieschool af en worden de eerste paar maanden op een willekeurig bureau geplaatst, zo zitten ze de ene ruim 500 km van huis af en de andere bijna 900 km. Je merkt aan alles dat dit best slimme gasten zijn en ik heb dan ook een interessant gesprek over Roemenië en de relatie tot het westen. Ook vragen ze me of er ook knappe vrouwen lopen in Roemenië en wanneer ik dat met een ja beantwoord, zijn ze daar best trots op en terecht. Na ruim een half uur is de leidinggevende klaar met zijn gesprek en komt mijn kant op. Hij blijkt geen Engels te spreken, dus wordt alles door de andere agenten vertolkt. Hij weet blijkbaar ook niet wat hij moet doen en gaat telefoneren met het hoofdkantoor in Tulcea. Na een gesprek van ruim een kwartier krijg ik te horen dat ik zo rond mag rijden, ik moet dan wel mijn papieren bij maar dat is meer dan logisch. Als ik vraag of ze niet een papier willen maken, waarop staat dat ik met een “campingmade” kenteken rond rijd en bij de politie ben geweest, krijg ik te horen dat dit niet nodig is. Na wat handen geschud te hebben ga ik op weg met mijn kartonnen kenteken, ik hoop niet dat het gaat regenen want ik vermoed dat dit niet bevorderlijk is voor mijn nieuwe kenteken.

Vanaf Murighiol ga ik direct naar Constanta, het loopt al tegen een uurtje of 11 en ik heb in het begin van de middag afgesproken in Boekarest. Ik rijd door een glooiend landschap met veel graan en zonnebloemen, de zon brand ook weer ongenadig en stop regelmatig om te drinken. Ondertussen zie ik aan de linkerkant de Zwarte Zee en ontdek dat deze dus helemaal niet zwart is J Wanneer ik Mamaia op de borden zie staan ga ik deze volgen, deze badplaats wordt ook wel het “Benidorm van Oost Europa” genoemd en staat bekend om zijn stranden. Daar aangekomen is het door het weer ongelofelijk druk en is er bijna geen doorkomen aan, ik besluit dan ook om daar zo snel mogelijk weg te gaan want met deze hitte is het gewoon niet lekker meer. De temperatuur staat boven de 40 graden, mijn fan draait er lustig op los en het zweet druipt van mijn gezicht. Na deze drukte kom ik op de snelweg naar Boekarest terecht, aangekomen bij de tolpoortjes mag ik doorrijden aangezien motorrijders gratis zijn. Helaas koel ik op de snelweg niet echt af, de temperatuur is zo hoog dat de rijwind zelfs warm is. Onderweg stop ik nog om wat te eten en te drinken en controleer of mijn kenteken nog vast zit. Ik heb in Boekarest een overnachtingplaats geregeld via de site www.couchsurfing.org, dit is een internationaal gastvrijheidnetwerk. Er is mij door een jongen die Laurentani heet een slaapplaats aangeboden. Hij rijdt ook motor en zou mij in Constanta ophalen, alleen hij is zijn sleutel kwijt en kan zijn reservesleutel niet vinden, dus had hij eerder al afgemeld. Na een paar uur rijden over een saaie snelweg en nog saaiere omgeving kom ik in de buurt van Boekarest en daar wordt het ook al drukker. Ik stel de GPS in op het adres en sta dan ook al vrij rap tussen de betonnen flats op de plaats die ik heb doorgekregen, het verkeer is chaotisch maar was goed te doen. Laurentani heeft me al horen aankomen en komt al naar buiten toe en begroet me erg hartelijk. Ik haal mijn bagage van de motor af en we verplaatsen ons naar de 5e etage en er is geen lift dus dat wordt nog even zweten in mijn pak. Het gebouw ziet er van buiten niet al te florissant uit, maar binnen is het erg netjes en schoon. Laurentani deelt samen met een jongere zus dit appartement en heel soms verblijven zijn ouders hier ook, die wonen normaal 30 km buiten de stad. Het appartement is gezellig ingericht en daar maak ik ook kennis met zijn zus Simona. Ze spreken allebei erg goed Engels en dat communiceert voor mij wat makkelijker aangezien ik geen Roemeens spreek. Onder het genot van een kop thee, ze drinken daar heel weinig koffie, hebben we een leuk gesprek en leren we elkaar beter kennen. Zo heeft Laurentani aan de universiteit van economie gestudeerd en bij een bank gewerkt totdat deze vanwege bezuinigingen sloot. Hij werkt nu nog bij een Amerikaans call center en moet mensen in Amerika opbellen met allerlei vragen, dat is ook de reden dat zijn werkdiensten ’s avonds en ’s nachts zijn. Simona heeft aan dezelfde universiteit gestudeerd en is nu op zoek naar werk en werkt tijdelijk in een winkel. Zij zijn erg geïnteresseerd in mij als West-Europeaan en ik ben geïnteresseerd in hun manier van denken en leven. Zo begrijp ik dat ze in Roemenië heel erg tegen het “westen” opkijken en als ze de kans krijgen daar naar toe te gaan, ze dit ook gelijk aanpakken. Laurentani moet helaas vanavond gaan werken en Simona stelt voor om ’s avonds de stad in te gaan om wat dingen te bezichtigen en wat te eten. Ik douche nog even snel en kleed me om. Ze wonen net buiten het centrum en we pakken de metro naar de binnenstad. Ik had al begrepen dat Boekarest niet zo heel spectaculair zou zijn, maar doordat Andrea zoveel laat zien en verteld is het best een interessante stad. Vooral rondom het voormalige “Volkshuis” is goed te zien wat de impact van Ceaușescu is geweest op de stad.

Ook is in de stad goed te zien dat ze in Roemenië het woord “onderhoud” nog moeten ontdekken, er staan veel vervallen gebouwen en sommige zijn zelfs al in gestort. Zo komt het voor dat er gewoon straten zijn afgesloten vanwege instortingsgevaar.

Tijdens deze rondgang door de stad heb ik interessante gesprekken over van alles en nog wat en verteld Andrea dat zij en Laurentani een rondreis door Europa gaan maken. Zij hebben allebei een contract dat eind deze en volgende week afloopt en hebben samen besloten om eens wat anders te doen, ze gaan een trip maken door te liften en zien wel wat erna gaat komen. Wanneer bij een rotonde aankomen deze via een zebrapad willen oversteken hoor ik het prachtige geluid van een boxermotor met open pijp aankomen. Helaas hangt dit prachtige blok in een gedrocht wat de naam R1200GSA met zicht mee draagt. Terwijl de motorrijder even flink het gas open trekt, ziet hij een hele rij stilstaande auto’s over het hoofd en boort zich achter in een Mercedes. Andrea bekommerd zich over de rijder en duo terwijl ik de motor uitschakel en er voor de rest af blijf. Duo heeft wonderbaarlijk niks, maar de bestuurder zijn arm lig helemaal open en ziet er gebroken uit, hij reed ook gewoon in zijn shirt rond. Wanneer iemand de motor op pakt, roep ik nog dat deze moet blijven liggen voor de politie, maar het is al te laat. Wanneer de politie aan komt krijgt de beste meneer nog even de wind van voren, omdat hij de motor heeft weg gehaald. Enigste pluspunt aan het verhaal is dat de BMW er niet veel lelijker op is geworden. Tijdens het bezoek aan de stad gaan we ook nog naar een restaurantje wat traditionele maaltijden serveert en dat is toch erg lekker. Om een uur of 12 geeft Andrea aan dat ze morgen haar laatste werkdag heeft en om 8 uur moet beginnen en stelt voor om terug te gaan. Ik heb ook best wel zin in mijn bed en zo pakken een taxi terug. De chauffeur scheurt als een razende door de stad heen en negeert allerlei borden, wegmarkeringen, stoplichten en zo staan we dan al snel weer voor de flat. Ik mag slapen op een bank die ze kunnen uitklappen naar een bed en maak deze snel op en lig al snel in slaap.

Dag 11

’s Ochtends word ik door de warmte om een uur of 8 wakker en besef dat ik ook vandaag ook weer jaartje ouder ben. Laurentani is net terug van zijn werk en we ontbijten samen en tijdens het ontbijt hebben we ook weer een leuk en interessant gesprek. Gedurende de ochtend laat Laurentani foto’s zien van zijn andere hobby, hij is fanatiek bergsporter en heeft daar hele mooie foto’s van. Hij nodigt mij uit om eens terug te komen en dan een hike door de bergen te maken en daar heb ik wel oren naar. Net voor het middaguur is Andrea ook terug en lunchen we met zijn drieën en besluit ik daarna verder te gaan rijden. De spullen worden gepakt en de CB wordt klaar gemaakt. Nadat ik afscheid heb genomen vertrek ik voor een ritje door Boekarest en wil dan richting de bergen. Het duurt even voordat ik uit de drukte van Boekarest ben, maar eenmaal op de snelweg kan ik lekker vaart maken en doemen al snel de bergen op.

Wanneer ik bij Râmnicu Vâlcea stop voor een pauze en wat boodschappen zie ik dat ik nog wel de tijd heb om de Transalpina op te gaan. Het grootste gedeelte van de Transalpina is de afgelopen jaren opnieuw geasfalteerd. Ik kom er vanaf de zuidkant op en tot boven aan is het asfalt erg goed, er is weinig verkeer en daardoor kan ik lekker sturen. Het blijft nog wel steeds opletten aangezien je in Roemenië alles kan verwachten. Ik passeer het dorpje Rânca wat nog maar een paar jaar geleden is ontstaan en dit dorp bestaat alleen maar uit hotels, ressorts en horeca, dit is duidelijk een populaire wintersportbestemming. Als ik ergens halverwege de weg omhoog stop om wat foto’s te maken, komt er vanaf de andere kant een fietser aan. Ik maak een foto van hem en hij komt naar me toe en begint in het Engels tegen me te praten.

Heerlijk is dat, boven op een berg met iemand staan praten die je gewoon helemaal niet kent. Hij komt zelf uit een stadje in de buurt en had niks te doen in zijn vakantie dus ging hij maar fietsen. Hij heeft eerst de Transfăgărășan gepakt en komt nu via de Transalpina terug, ik vind het dapper aangezien hij op een oudere fiets rijdt en gewoon ze bagage achterop heeft gebonden. Ik krijg van hem een tip voor een goede camping langs de Transalpina en zet deze op de kaart. Ik rijd nu in één keer door tot op de Urdele Pass, dit is het hoogste punt van de Transalpina en tevens de hoogste weg van Roemenië, het is daar 2145 m hoog. Daar aangekomen staan er een aantal auto’s en een groepje Poolse motorrijders, ook staan er wat toeristenstalletjes. Ik koop 2 pannenkoeken en terwijl ik daar van geniet, geniet ik ook van het uitzicht. In tegenstelling tot de Transfăgărășan is het hier één grote kale en open vlakte en dat heeft ook wel iets, je kan rondom alle bergen zien.


Dit is de eerste keer dat ik mijn verjaardag op deze hoogte vier en dan ook nog op de Transalpina. Het loopt al over zessen en besluit om verder te gaan en die camping op te zoeken. Het wegdek blijft nog steeds erg goed en al gauw kom ik uit op de kruising met de DN7A. Ik wil de volle 148 km van de Transalpina rijden en ga rechtdoor over de DN67C. Na deze kruising wordt het wegdek slechter en zitten er soms hele stukken in die niet eens verhard zijn, de meeste mensen rijden verder over de DN7A en zodoende maken ze geen haast om dit ook te asfalteren.


De omgeving is erg mooi en na een uur rijden stuit ik op de camping die de fietser me mee gaf. Het is een hotel die er soort van een camping naast doet, ik sta dan volgens mijn idee dan ook op een speelveld. Er is ook een restaurant bij en ik heb geen zin om te koken, dus bestel ik daar te eten en drink nog een biertje op mijn verjaardag. Na een mooie dag is het genieten geblazen op het terras en blijf dan ook nog wel even zitten. De Transalpina is erg leuk en mooi om te rijden, maar ik miste daar de “magie en sfeer” die ik op de Transfăgărășan wel had. Ik had op de laatstgenoemde meer voldoening toen ik boven stond en daarom blijft deze mijn favoriet. Na een paar biertjes vind ik het mooi geweest en duik mijn tent in.

Dag 12

Vandaag wil ik naar een camping in Spinuş, deze camping is van een stichting in Nederland en wordt ook beheerd door 2 Nederlanders. Een paar jaar terug zijn we hier al wel eens geweest en daar wilde ik vandaag ook naar toe. Tussen de camping waar ik nu zit en Spinuş ligt het Apusenigebergte waar ik doorheen wil rijden. Ik ben vroeg klaar met alles en stap dan ook al om 8 uur op de motor. Ik heb van Laurentani de tip gekregen om via Alba Iulia te rijden en dan het fort te bezoeken. Aangekomen in de stad is het fort makkelijk te vinden en kom tot de ontdekking dat het fort is gesloten vanwege werkzaamheden, ik loop dan ook alleen buiten een rondje.

De snelste weg naar Spinuş is over de DN1, maar dit is de meest waardeloze weg die ze hebben in Roemenië, deze is erg druk en slecht te berijden. Ze hebben hier maar 3 snelwegen dus al het vrachtverkeer rijd over de DN wegen, om die reden is de DN1 één van de drukste wegen van Roemenië en maakten we een paar jaar geleden de fout om die te rijden. Ik kies ervoor om vanaf Alba lulia over de DN74 en de DN75 te gaan, ik had al eerder gelezen dat vooral de 75 de moeite waard moet zijn. Je komt hier ook al snel weer in gebieden waar de toeristen niet komen en je ziet dan ook weer mening vervallen of niet afgebouwd huis, oude auto’s en veel paard en wagen. Mensen beginnen vaak een huis te bouwen en bouwen elke keer als er geld is een klein stukje, zo kan het 15 jaar duren voor het huis af is.

Het asfalt is niet snaarstrak maar er valt prima te rijden en vermaak me prima met de vele bochten. De DN75 is echt weer een bergweg met vele mooie bochten, en het asfalt is ook weer wat beter. Het blijft steeds opletten hier in Roemenië, het ene stuk is als een biljartlaken en om de bocht kan het een gatenkaas wezen. Vanaf de DN75 heb ik een aantal mooie vergezichten en geniet er ook van dat het maar 25 graden is en bewolkt, een welkome afwisseling na de hoge temperaturen van de afgelopen dagen.

Aangekomen bij het plaatsje Stei draai ik de DN76 op en heb de keuze om via Oradea te rijden of binnendoor naar Spinuş. Ik zie op de kaart dat als ik binnendoor ga er ook evt wat onverhard in kan zitten, maar daar heb ik zoals eerder gezegd geen probleem mee. Ik ga dan ook al gauw van de 76 af en bij Beiuș ga ik de 764 op. Deze weg mondt al gauw uit in een prachtige rustige weg met werkelijk waar goed asfalt en al gauw rijd ik de bandjes tot aan randen rond. De omgeving is werkelijk waar schitterend en het is er genieten geblazen. Op een gegeven moment splits de weg zich op in de 764 en de 764D en ik besluit de 764 te volgen. Na deze splitsing veranderd de 764 in een all road pad met gravel, maar is prima te berijden en ik geniet volop van alles om me heen. Nadat ik weer in de buurt van een aantal dorpjes kom veranderd het wegdek ook weer in asfalt en kom ik al snel bij de DN1 terecht. Daar vind ik ook een benzinestation en gooi de tank nog eens vol en steek de DN1 over. Daar rijd ik via de de 1H en uiteindelijk de 108H naar Spinuş, deze weg ken ik nog van een paar jaar terug en vond hem toen ook al erg leuk. Ik rijd door een kloof en het asfalt is van Belgische kwaliteit, lekker sturen kan prima maar wel opletten dus. Aangekomen op de camping wordt ik begroet door Ruth en Erwin en het is erg leuk om hun weer te zien. Voorheen zat hier altijd een weeshuis, maar ivm veranderde regelgeving is het nu een soort van naschoolse opvang en bieden ze ondersteuning aan ouderen in het dorp. Ik haal snel nog wat boodschappen in het dorp en maak een pastamaaltijd klaar die ik ook nog laat aankoken. ’s Avonds heb ik nog een gezellige avond met een aantal andere Nederlanders op de camping daar.

Dag 13
Vandaag is het wederom zondag en vanuit principes heb ik vandaag weer een rustdag. ’s Ochtends beluister ik een Nederlandstalige kerkdienst en ’s middags maak ik een mooie wandeling in de omgeving, helaas heb ik mijn fototoestel op de camping laten liggen. ’s Avonds heb ik wederom een gezellige avond met een aantal Nederlandse gasten met een bijpassend kampvuur. Morgen ga ik de grens over en geniet van mijn laatste avond in Roemenië.
 

Daniell1987

MF veteraan
9 dec 2008
12.869
20
Beaverwijk
Facebook
link
Erg leuk weer om te lezen!

Hier ben ik even gestopt alleen

Wanneer bij een rotonde aankomen deze via een zebrapad willen oversteken hoor ik het prachtige geluid van een boxermotor met open pijp aankomen. Helaas hangt dit prachtige blok in een gedrocht wat de naam R1200GSA met zicht mee draagt.

Maar kon het toch niet laten verder te lezen
 

Wazige

MF veteraan
10 mrt 2013
1.020
0
Stein
In 1 ruk uitgelezen. Hopelijk volgt het verslag van de overige dagen snel! :] . Heb je de GS gekocht voor de trip of rijd je al langer op die motor rond?
 
Bovenaan Onderaan