Reisverslag: IJsland, genieten en afzien!

Frazer

MF veteraan
Donateur
4 apr 2007
6.166
547
34
Krommenie (Zaanstad)
In diverse topics heb ik beloofd een verslag van mijn IJslandreis te maken, en belofte maakt schuld… Het wordt een redelijk lang verslag, maar het was dan ook een reis van bijna 4 weken. Ik heb ook op het forum meerdere vragen gehad van hoe een IJslandreis te regelen. Om deze vragen te beantwoorden zal ik dit verslag afsluiten met uitleg en tips. Maar eerst het verslag:


Het Begin

Het stond al jaren hoog in de top van de bucketlist, maar steeds kwam er iets tussendoor. In 2017 moest het er dan eindelijk van komen, IJsland! Eind 2016 begon de planning. Hoewel ik altijd alleen reis, leek het me vanwege de veiligheid beter om dit georganiseerd te doen. Het ruige binnenland is helemaal alleen misschien niet zo handig. Enige voorwaarden, met eigen motor en zoveel mogelijk onverhard. Reis gevonden en geboekt, vertrek in september dus het afwachten kan beginnen. Weinig aan IJsland gedacht, tot ik in mei een mailtje van de reisorganisatie kreeg dat de reis vanwege te weinig deelnemers was geannuleerd.

Wat nu, wachten tot volgend jaar, iets anders verzinnen, of toch naar IJsland maar dan alleen? Hoe langer ik over de laatste optie nadacht, hoe meer zin ik er in kreeg. IJsland zat tenslotte toch al in mijn hoofd. Na wat inlezen tot de conclusie gekomen dat het met de juiste voorbereiding ook alleen prima te doen moet zijn, dus mijn keuze staat vast, ik ga naar IJsland!


Voorbereiding

Voordeel van zelf regelen is dat het goedkoper is, en ik niet gebonden ben aan een vaste datum. De kosten om mijzelf en de motor daar te krijgen zijn het grootst, dus als ik er toch ben kan ik net zo goed iets langer blijven dan de georganiseerde reis zou duren. Vrije dagen waren nog een probleem, maar dat is met wat overwerk wel weer recht te trekken. Voor het verschepen van de motor kwam ik al snel uit bij IJslandspecialist.nl. Alleen een datum kiezen, en de rest regelen zij voor je. Aan de hand van het vaarschema van de boot besloot ik te vertrekken op 24 augustus en op 18 september weer terug te keren. Een vlucht naar IJsland boeken is online natuurlijk ook zo gebeurd, dus zo was de reis in hoofdlijnen eigenlijk al snel voor elkaar.

Nog ruim 4 maanden voor vertrek, dus nog steeds afwachten. Na een drieweekse trip naar de Franse Alpen en daarna nog een kort uitstapje richting Stella Alpina ben ik half juli weer thuis en heb ik nog ruim 4 weken om de motor klaar te maken. Deze moet op 14 augustus in Rotterdam worden ingeleverd en kan op 24 augustus in Reykjavik weer opgehaald worden. Ik loop alles wat ik kan bedenken aan de motor na, ververs de olie, monteer nieuwe banden en zet alles in het vet. Om zeker te weten dat ik niks over het hoofd zie laat ik hem nog keuren door Erik van Lent. Ik wil niet het risico lopen dat ik een hoop geld betaal voor het verschepen van de motor en vervolgens in IJsland tot stilstand kom. Volgens Erik is de motor zoals ik eigenlijk ook wel had verwacht bijna in nieuwstaat. Natuurlijk kan er altijd iets gebeuren, maar dan heb ik er in ieder geval alles aan gedaan om het te voorkomen. Voor de zekerheid gaat er nog een nieuwe set binnenbanden, ketting, koppelingskabel, gaskabel, rem en koppelingsgreepjes en wat klein reparatiespul mee, maar dat hoop ik natuurlijk ongebruikt weer mee terug te nemen.


Maandag 14 augustus

Vandaag de dag dat de motor en bagage ingeleverd moet worden. De motor is er klaar voor en de bagage is gepakt. Ook mijn motorpak, helm en laarzen gaan mee op de boot, dus ik zal het de komende weken voor woon-werk even moeten doen met wat oude- en reservekleding. Aanhanger gehuurd en met het hele spul naar Rotterdam. De papierwinkel is zo geregeld en ik kan door naar de loods waar ik de motor achter moet laten. Op het gemakje de motor afgeladen en bagage erop gebonden. De havenmedewerkers zijn erg makkelijk, “zet hem daar maar ergens neer, komt wel goed”. Daar moet ik dan maar op vertrouwen. Een ontvangstbewijs of iets dergelijks krijg ik niet. Het is wel een dingetje om alles hier achter te laten, niet alleen de motor, maar ook een pak en complete kampeeruitrusting. Een paar foto’s voor het plakboek, en dan laat ik hem achter. Tot over 1,5 week!


Volgens de vrachtbrief gaat de motor mee op de m/v Helgafell. Via internet kan je alle scheepsbewegingen volgen, dus ik kan het niet laten om toch af en toe even te kijken waar hij ergens uithangt. Met meerdere tussenstops in Duitsland, Denemarken, Zweden en de Faeröer Eilanden zou hij op dinsdag in Reykjavik aan moeten komen.

Donderdag 24 augustus
Vandaag vlieg ik om 12:25 uur naar IJsland. Ik ben geen groot fan van vliegen, dus ik ben wel een beetje gespannen. Het is toch wel anders als een motortrip waarbij je gewoon rijdend van huis vertrekt. Mijn tent, matje en slaapzak gaan mee in de rugzak, want mijn motor en de rest van de kampeerspullen kan ik waarschijnlijk morgen pas ophalen. Natuurlijk had ik voor de eerste nacht ook een hotel kunnen regelen, maar ik ben nou eenmaal een kampeerder en hotels komen in mijn woordenboek eigenlijk niet voor.

Inchecken en boarden verlopen lekker vlot, en precies volgens schema gaan we de lucht in. Na ongeveer 3 uurtjes vliegen kom ik 13:45 uur lokale tijd (2 uur tijdsverschil) aan op de luchthaven Keflavik, op zo’n 45 kilometer van Reykjavik. Keflavik is van oorsprong een Amerikaanse militaire basis, maar vanaf 2006 is het een burgervliegveld. Reykjavik heeft zelf wel een luchthaven, maar die wordt alleen gebruikt voor binnenlandse vluchten, Keflavik is het internationale vliegveld van IJsland. De bagage ligt zo op de band en binnen een uurtje zit ik in de bus voor een transfer naar de hoofdstad. Na een aantal tussenstops bij diverse hotels stap ik om 15:45 uur uit bij de stadscamping.

De camping is druk, niet echt wat ik had verwacht bij een camping in IJsland. Het terrein is wel groot, dus echt dicht op elkaar sta je gelukkig niet. De haventerminal is maar tot 16:00 uur open, dus zoals ik had verwacht gaat het niet lukken om de motor vandaag nog op te halen. Ik ga even liggen, want heel goed heb ik niet geslapen vannacht. Daarnaast vind mijn lichaam het 3 uur opgefrommeld in de vliegtuigstoel van een prijsvechter zitten ook niet echt een prettig begin van de vakantie, dus mijn rug en nek zijn even in protest.


Na een uurtje liggen zoek ik op het plattegrondje van de stad de dichtstbijzijnde supermarkt op, want veel andere eetgelegenheden lijken er hier in de buurt ook niet te zijn. (Later vind ik een pizzatent vlak achter de camping, maar dat wist ik toen nog niet…). Uiteindelijk blijkt de winkel nog best een stukje lopen, maar een beetje beweging is niet slecht. Ik haal gewoon brood en wat beleg, want een brander heb ik niet dus ik kan niets opwarmen. Ik neem gelijk wat ontbijt voor morgenochtend mee en loop weer terug naar de camping.

De rest van de avond hang ik maar een beetje rond, de camping ligt in een buitenwijk dus er is weinig te beleven hier. Het is voornamelijk de tijd volmaken tot ik de motor kan ophalen. Na een lekker warme douche zoek ik om 22:30 uur mijn bed op. Ik heb het ook wel gehad, het is vanwege het tijdsverschil voor mijn gevoel ook al 00:30 uur.


Vrijdag 25 augustus, dag 2

Ik word om half 7 wakker en ga om 7 uur uit bed. Ontbijt heb ik gisteren gehaald, en bij de receptie van de camping verkopen ze gelukkig koffie want zonder kom ik niet in beweging. Om half 9 bel ik met de terminal van Samskip om te informeren of ik de motor al kan ophalen. Ik krijg te horen dat de motor nog niet is ingeklaard en dat de collega die over de Douane afhandeling gaat vandaag pas om 10 uur begint. Of ik over 1,5 uur even terug wil bellen.

Om de tijd de doden loop ik nog een rondje door de omgeving. De eerste indruk van IJsland is een beetje grijs en grauw. Er is weinig kleur in het straatbeeld, de meeste gebouwen lijken een beetje in Oostblok stijl. Veel kaal beton, oude gebouwen, graffiti en erg weinig kleur en gezelligheid. Het valt me op dat zelfs de auto’s voor zo’n 95% zwart, wit of grijs zijn. Het is allemaal een beetje deprimerend, en dan is het nog niet eens slecht weer.

Als het eindelijk 10 uur is bel ik nog een keer met de terminal en krijg ik gelukkig het bericht dat de motor klaar staat! Ik loop naar de terminal van Samskip op zo’n 3 kilometer vanaf de camping. Eerst naar het kantoor, waar wat papieren gestempeld worden en ik een bevestiging van de Douaneformulieren krijg. De medewerkers van Samskip mogen dat zelf afhandelen in plaats van dat je naar een Douanekantoor moet, dus dat scheelt een hoop tijd. Van IJslandspecialist heb ik overigens ook een boekje gekregen waar de hele procedure van het verschepen perfect is uitgelegd, dus ik heb precies op papier waar ik me moet melden en wat ik aan papieren mee moet nemen.

Vanaf het kantoor moet ik nog een half uurtje lopen naar de terminal, waar ik me meld op de aangegeven locatie. Ik kan doorlopen de loods in, en daar staat hij! Hij staat er prima bij, nog op het rek. Er staan nog 2 Nederlandse en 2 Belgische motoren op het rek te wachten. Een paar aardige medewerkers helpen me met afladen van de motor, ze wensen me een goede reis en drukken met op het hart de motor niet terug te brengen zoals de Duitse GS die om de hoek staat. Hij heeft duidelijk een schuiver gemaakt, de hele rechter zijkant zit in elkaar en de cilinderkop is aan flarden.

De 3 kilometer naar de camping heb ik op de motor natuurlijk zo afgelegd, dus binnen een paar minuten sta ik naast de tent. Mijn plan was eigenlijk om vandaag nog te blijven staan, al mijn spullen een beetje uit te zoeken en dan morgen pas te vertrekken. Maar het is het pas 12:00 uur, ik zit hier al bijna een hele dag en ik heb het wel gezien, ik wil rijden! Ik heb mijn hele uitrusting weer, dus ik zet eerst een bakkie koffie en organiseer mijn bagage. Mijn rugzak, de duffelbag waar al mijn spullen inzaten en wat reserveonderdelen voor de motor laat ik hier op de camping achter, dat kan in de bagageopslag.

Om te beginnen even een korte uitleg over de wegen op IJsland. Binnen de bebouwde kom is vrijwel alles gewoon geasfalteerd, maar daar buiten is dat wel anders. Grofweg zijn er 3 soorten wegen:
  • De “1” is de rondweg die om heel IJsland loopt, dit is de belangrijkste weg van het land en is nagenoeg volledig geasfalteerd. Naast de 1 zijn er uiteraard nog meer asfaltwegen.
  • Buiten het asfalt heb je de normale gravelwegen. Deze zijn van goede kwaliteit en met een normale auto of motor prima te rijden.
  • De F-wegen zijn zwaarder en slechter dan het gewone gravel. Hier kom je regelmatig moeilijke passages en doorwadingen tegen. Voor auto’s zonder 4x4 zijn deze wegen verboden. Langs deze wegen is meestal geen bewoning, en zeker geen tankstations of winkels. Deze wegen zijn herkenbaar aan de wegnummers, die heel verassend beginnen met een F.
Alle wegen komen aan bod, de F-wegen zijn natuurlijk het mooist. Wat uitgebreidere uitleg over de wegen, en het hoe en wat op IJsland, zie hier.

Ik stel de Garmin in en rij al snel de stad uit het gravel op, dat begint al goed! Al vrij snel buiten de stad wordt het landschap ruig en kaal en lijkt het alsof ik op de maan ben. Ik kom al meteen langs een geothermisch gebied en de naar rotte eieren stinkende stoom trekt recht over de weg heen. Een geur die ik komende weken nog regelmatig ga ruiken. Helaas begint de lucht te betrekken en begint het te motregenen.


Na een stukje binnendoor kom ik bij Selfoss de 1 weer op, die ik een stukje volg. Het regent inmiddels behoorlijk door, maar mijn regenpak houd me redelijk droog. Ik rij door tot de waterval Seljalandsfoss, waar ook een camping naast ligt. Ik zet mijn tentje op en schuil nog even voor de regen. Even later wordt het gelukkig droog, al waait het wel heel erg hard.

Na het eten bekijk ik even de waterval. De Seljalandsfoss is een hele bekende waterval en toeristische plek, maar in de loop van de avond neemt de drukte een beetje af en kan je op je gemakje rondlopen. Je kan over een glibberig pad achter de waterval langslopen, al hou je het vanwege het stuivende water zeker niet droog. Het is prachtig hier, dit beloofd veel goeds! In de loop van de avond begint het weer te regenen, maar dat mag de pret niet drukken. Ondanks het wat mindere weer was het toch een mooi dagje. De eerste rit op IJsland is een feit!




Zaterdag 26 augustus, dag 3

De regen van gisteravond is geen moment gestopt, het waait hard en de tent gaat flink tekeer. Ontbijten en koffiezetten kan ik vanuit de tent redden dus ik hoef er voorlopig nog niet uit. Ik kijk het nog wel even aan. Het is grijs buiten, zo’n grijze mist die bijna als een deken op de grond ligt. Door de harde wind komt de regen horizontaal voorbij en klettert tegen het tentdoek. De regen gaat over in een harde slagregen, en binnen no-time staat het halve veld vol water. Ook mijn voortent moet er aan geloven en het water stroomt naar binnen. Ik stop zo veel mogelijk spullen in mijn waterdichte roltas, en prik met een haring wat gaten in de grond om het water wat sneller weg te laten zakken.

Het heeft weinig zin om nu te gaan inpakken, dus ik wacht af tot de regen wat minder wordt. Droog wordt het niet, maar in de loop van de ochtend neemt de regen wat af, pak ik mijn spullen in en ga op pad. Ik vind het normaal gesproken altijd wel leuk om in de harde wind op de motor te zitten, je kan een beetje in de wind hangen en dat heeft wel wat. Als ik de camping af rij valt het toch wel tegen. Nu ik in volledig open terrein rij merk ik pas echt hoe hard het waait. Ik heb echt serieus moeite om de motor op de weg te houden. Ik ben blij dat er weinig auto’s tegemoet komen, want regelmatig word ik echt de andere rijbaan op geblazen. Als er tegenliggers aankomen moet ik bijna stoppen omdat ik echt bang ben dat ik er voor geblazen wordt. Gelukkig buigt de weg even verderop een beetje af, en heb ik de wind recht van voren in plaats van de zijkant. Vind de motor niet zo fijn, want die houdt er niet van om tegen de harde wind in te moeten stampen, maar ik kan hem in ieder geval in het rechte spoor houden.

Ik kom langs de Skógafoss, een van de bekende watervallen in het land. Het is er erg druk met toeristen en het blijft onafgebroken regenen, dus ik heb eigenlijk weinig zin om te stoppen. Ik kom hier later nog een keer langs, en ik hoop er maar op dat het dan iets beter weer is. Zo’n 25 kilometer voor het dorpje Vik ligt er op het strand een neergestort militair DC3 vliegtuig van de Amerikaanse Marine. Het is tegenwoordig wel een toeristische trekpleister (in NL bekend vanwege opnamen van Wie is de Mol een paar jaar geleden) maar de foto’s die ik van het vliegtuig in zo’n compleet surrealistische omgeving heb gezien maken dat ik hier toch heen wil.

De regen komt nog steeds met bakken uit de hemel als ik de parkeerplaats op rij. Door de vele toeristen die zich niet aan de IJslandse regels kunnen houden is de weg naar het vliegtuig toe tegenwoordig afgesloten en zal je de laatste 4 kilometer helaas moeten lopen. Ik twijfel even, wind en striemende regen maken het geen fijne omstandigheden voor een wandeling. Weer is onvoorspelbaar op IJsland, en misschien regent het de komende weken wel aan een stuk, dus ik ga mijn vakantie er niet door laten bepalen. Nat ben ik toch al, dus ik ga ervoor.

Direct vanaf de parkeerplaats loop je het zwarte lava-zand op. Er is werkelijk niets te zien, zo ver je kan kijken alleen maar zwart, met daarboven het grijs van de bewolking die bijna op de grond hangt. Het is opeens net alsof ik in een zwart-wit film terecht ben gekomen. Het is echt een bizarre omgeving. Binnen de kortste keren loopt het water via mijn kraag naar binnen. Mijn muts is doorweekt en zelfs elke paar minuten uitwringen voorkomt niet dat het water langs mijn nek naar binnen druipt. Het is koud en er lijkt echt geen einde aan te komen. Af en toe kijk ik om, maar de parkeerplaats blijft maar in zicht, het lijkt wel alsof ik totaal niet vooruit kom. Aan de horizon zie ik nog steeds niets anders dan zwart zand en gele paaltjes die naar nergens naar toe lijken te lopen. Een enkele andere bezoeker die op de terugweg is lijkt ook nauwelijks dichterbij te komen. De bizarre omgeving maakt het onmogelijk om afstand of tijd in te schatten, en het lopen in motorpak met daar overheen een regenpak maakt het er ook niet echt comfortabel op. Met in mijn hoofd het nummer Highway to Hell van AC/DC, blijf ik maar doorlopen in de hoop dat er snel een eind aan komt.

Gezien de afstand van 4 kilometer moet ik er ongeveer één uur over gelopen hebben, maar voor mijn gevoel kan het net zo goed het dubbele geweest zijn. Eindelijk komt dan net achter een zandduin toch opeens het vliegtuig, of dat wat er van over is, tevoorschijn. Het is echt een bizar gezicht. Er is in de wijde omtrek geen enkele kleur te bekennen, loshangende onderdelen waaien tegen het vliegtuig aan en zorgen voor een continu gerammel, de regen komt horizontaal voorbij. Het is echt net een film, bijna luguber zelfs.



Nadat ik er even, geen idee hoe lang, heb rondgelopen ga ik weer terug naar de parkeerplaats. De terugweg verloopt al niet veel beter dan de heenweg, er lijkt echt geen einde aan te komen. De wind en regen gaan onverstoorbaar verder. De parkeerplaats komt in zicht maar lijkt geen meter dichterbij te komen. Toch bereik ik drijfnat de motor. Ik stap weer op en rij verder richting Vik, nog een half uurtje ongeveer. Ik kom onderweg nog langs de Eyjafjallajökull, de vulkaan die in 2010 heel het vliegverkeer in Europa platlegde. Het bezoekerscentrum laat ik even voor wat het is, ik vind het wel interessant, maar ik heb geen zin om al mijn natte zooi uit te trekken. Misschien komt het later nog.

In Vik stop ik op een camping. Veel kilometers heb ik niet gemaakt, maar door de regen af te wachten vertrok ik vanmorgen ook niet al te vroeg. Ik ben nat en ben er eigenlijk ook wel klaar mee voor vandaag, het is geen seconde droog geweest. In de supermarkt tegenover de camping sla ik even wat spullen voor de komende dagen in. Ik breng eigenlijk de hele avond in de tent door, veel anders kan je in de regen toch niet doen. Je moet je op IJsland sowieso zelf kunnen vermaken, want veel is er in de dorpjes niet te beleven. Ik zoek op tijd mijn bed op, en voel dat ik last van mijn keel krijg, hoop niet dat ik verkouden ga worden.



Zondag 27 augustus, dag 4

Ik hoor geen regen op de tent, dus hopelijk heb ik wat meer geluk dan gisteren. Ik zet koffie buiten de tent, maar halverwege moet ik alles alweer naar binnen verplaatsen omdat het weer begint te spatten. Ik besluit de boel te laten staan en van hieruit een rondje in de omgeving te rijden. De regen gaat over in buien, dus het is gelukkig ook af en toe even droog. Vergeleken bij gisteren al een hele vooruitgang. Ik sta hemelsbreed op nog geen 200 meter van de kust, dus ik loop eerst even naar het strand. Het pikzwarte zand maakt het wel een bijzonder gezicht.

Terug op de camping maak ik me klaar om een rondje te gaan rijden. Ik ga eerst naar Black Sand Beach, die naam zegt genoeg. De 200 auto’s op de parkeerplaats zeggen me ook genoeg, en daar heb ik geen zin in. Het verbaasd me sowieso hoe druk het hier overal is, dat had ik niet verwacht. Ik ga door naar Dyrhólaey, een uitstekende klif in zee met daarin een groot gat. Het is er ook druk, maar dat is hier nou eenmaal zo. De kust is erg ruig maar wel heel mooi. Papegaaiduikers vliegen af en aan, erg leuk om te zien. Helaas is het zicht door de bewolking en mist erg slecht, maar dat geeft het geheel ook wel iets mysterieus. De golven beuken onverminderd tegen de steile kliffen aan, het heeft hier wel iets weg van de kusten in Schotland en Bretagne. Door de regen en mist is er van de foto's helaas weinig geworden.



Ik rij een stukje terug, langs de camping en door naar Höfdabrekka. Vanaf hier loopt er een gravelweg zo’n 15 kilometer het binnenland in en dat schijnt erg mooi te zijn. Na de nodige buien is het zelfs een tijdje droog, waardoor ik de hele weg droog kan afleggen. De uitzichten zijn schitterend. Dit is echt wat ik me bij IJsland had voorgesteld. Lava-velden, begroeid met alle kleuren groen mos, rivieren en prachtige weidse uitzichten. Ik stop af en toe om van het uitzicht te genieten en neem wat zijpaadjes. De weg eindigt bij een camping, jammer want mijn spullen staan nog in Vik dus moet weer terug. Dit was wel een heel mooi plekje geweest. Ik rij de weg weer terug en geniet er nogmaals van, het is schitterend hier.



Terug op de camping merk ik dat ik me eigenlijk best slecht begin te voelen. De verkoudheid zet behoorlijk door, mijn keel doet pijn, ik heb hoofdpijn en overal spierpijn. Ik heb weinig zin om te eten, dus hou het bij noodles en wat fruit voor de vitamientjes. Zal wel niks helpen, maar ik heb mijn best gedaan. Ik zoek op tijd mijn bed op, hoop dat ik me morgen wat beter voel. De eerste paar dagen op IJsland waren best wel een beetje wennen. 3 uurtjes vliegen, en je bent in een totaal andere omgeving. Op sommige plekken ben je helemaal alleen, op andere plekken is het stervensdruk en toeristisch. Het weer werkt ook nog niet echt mee, en dan word ik ook nog eens verkouden. Ik moet mijn draai nog even vinden, maar dat komt wel.

Wordt vervolgd!
 
Laatst bewerkt:

Frazer

MF veteraan
Donateur
4 apr 2007
6.166
547
34
Krommenie (Zaanstad)
Maandag 28 augustus, dag 5

Ik heb wel eens betere nachten gehad, hoofdpijn en spierpijn, kon zowat niet normaal liggen. Vroeg in de ochtend een paar aspirines erin, en als ik om 8 uur weer wakker wordt gaat het redelijk. Ontbijt heb ik weinig zin in, en het zou waarschijnlijk beter zijn om een dagje te blijven liggen, maar daar kom ik hier niet voor. Het regent nog steeds, maar gelukkig niet erg hard. Ik pak alle spullen in en maak me klaar voor vertrek. Alle spullen zijn na meerdere dagen regen behoorlijk vochtig, maar het is niet anders. Voor ik vertrek loop ik nog even naar de supermarkt, je weet hier nooit hoe lang het duurt voor je er weer een tegenkomt. Ik haal toch maar even een broodje en een cappuccino, ik moet toch een beetje tot leven komen.

Als ik vertrek is het zowaar even droog en begin ik de lol er ook wel weer een beetje van in te zien. Ik stop deze keer wel bij de Skógafoss waterval, en werk me nog even in het zweet om de trappen naar boven te beklimmen. Ik kan goed merken dat ik me niet helemaal 100% voel, want ik sta te hijgen als een stoomtrein als ik eenmaal boven ben. Daar kom ik er ook achter dat het uitzicht vanaf beneden eigenlijk veel mooier is, dus ik begin al snel weer aan de afdaling.

Ik rij terug naar Hvolsvöllur, waar ik de tank goed vol gooi. De regen komt nu weer met bakken uit de hemel, maar ik heb geen zin om onder de kap van de pomp te blijven wachten en nat ben ik toch al. Ik ga richting de F261, eerst nog over asfalt, maar al snel over gravel en uiteindelijk de F. De F-wegen zijn serieuze onverharde wegen, daar ben ik voor gekomen dus ik ben benieuwd! Het is al begin middag, maar ik zie enkele overnachtingsplekken langs de route en ik heb genoeg eten, drinken en benzine bij me, dus dat moet goedkomen. Het begin van de F-route is slecht, veel gaten en kuilen, maar later gaat het beter. De route is geweldig mooi, langs bergen en heuvels en af en toe een blik op de gletsjer. Helaas hangt de bewolking laag, dus is het zicht niet zo goed, maar wat ik zie is geweldig.

Een woest kolkende rivier die door een kloof heen loopt, de oevers begroeit met mos en wat plantjes die zich in dit klimaat toch staande proberen te houden. Af en toe kruis ik een klein stroompje, maar nog geen serieuze doorwadingen. Ik kom zelfs wat wandelaars tegen, die zich over de open vlakte, door de harde wind en regen een weg banen. Het is de Laugavegur, de bekendste wandelroute van IJsland, van Landmannalaugar naar Thórsmörk. Dan dacht ik dat ik het in dit weer slecht had op de motor…




Net nadat ik een groepje wandelaars heb ingehaald kom ik bij een rivier. Dit is de eerste echte doorwading die ik tegenkom, en gelijk een serieuze. Ik stop uiteraard en ga eerst eens bedenken hoe ik dit ga aanpakken. Ondertussen komen de wandelaars ook aanlopen. Die moeten sowieso naar de overkant, want een brug is er niet. Een aantal gaan al half uit de kleren voor de overtocht, maar dan komt er een Toyota Landcruiser aanrijden. De wandelaars regelen gelijk een lift, al zal de auto wel een aantal keer heen en weer moeten rijden want het zijn wel een man/vrouw of 8. Dan hoor ik de inzittenden van de auto Nederlands met elkaar praten, dat zal je altijd zien. Ik overleg even met de bestuurster, en omdat ze toch een aantal keer heen en weer moet voor de wandelaars neemt ze elke keer een iets andere route om voor mij te kijken waar de rivier het minst diep is. Recht door het midden wordt niks voor mij, dat zie ik meteen al. Het water komt tot halverwege de voorbumper van de Landcruiser. Ze vindt een iets minder diepe plek, maar ik twijfel want het is alsnog best wel diep. Dan ga ik zelf maar lopend te water, nat ben ik door de regen toch al. Ik vind een stuk waar het water tot net boven mijn knieën komt en besluit de gok te wagen. Ik haal wel de bagage van de motor, dat scheelt toch al snel een kilo of 30 en maakt het zwaartepunt ook een stuk minder hoog. Voorzichtig loop ik de motor naar de overkant. Dit is wel even wat anders dan de riviertjes die ik in de Alpen regelmatig overgestoken ben! Gaat eigenlijk prima, het lijkt moeilijker dan het is, maar het is gewoon een beetje tegen natuurlijk om met je hele spul te water te gaan. Nadat ik nog twee keer heen en weer ben gelopen om de bagage op te halen is het hele spul veilig aan de overkant en kan ik met klotsende laarzen weer verder.



Al met al ben ik toch wel een uur met de oversteek bezig geweest, en de dag begint aardig op een eind te lopen. Ik zie op de kaart een overnachtingsplek op een paar kilometer afstand, daar waren alle wandelaars ook naartoe onderweg. Helaas moet ik om deze te bereiken een rivier oversteken waarvan ik direct al zie dat ik hier niet doorheen kom. Het is een woest kolkende modderstroom, aan de rand komt het al bijna tot mijn middel. Er ligt een voetgangersbrug, maar die is gebarricadeerd met grote stenen dus met de motor onbegaanbaar. Dan de doorgaande route maar verder volgen en een andere slaapplek zoeken. Wildkamperen kan natuurlijk, maar ik vind dat hier maar niks. Het weer kan zomaar omslaan en beschutting is er nergens. Ik heb er weinig zin in om midden in de nacht verrast te worden door een storm. Ik hou het dus maar bij de officiële overnachtingsplekken.

Na ongeveer een uur kom ik op een kruising een pijl naar een berghut tegen en hoewel ik deze kant niet op moet besluit ik de pijl toch maar te volgen. De route loopt over een prachtig lava-veld. Pikzwart zand zover je kan kijken. Een pad is er eigenlijk niet, je moet de paaltjes in de grond volgen. Na het doorkruisen van diverse kleine riviertjes en stroompjes zie ik in de verte een huisje staan. Dat moet de berghut Strútur zijn. Daar aangekomen blijkt er niemand te zijn, maar er is een kampeerveldje en een toiletgebouwtje wat wel open is. Perfect!

Met de motor kan ik het veldje niet op, daar is het te drassig voor, maar voor de tent is het een prima plekje. Binnen in het toiletgebouwtje hangen een aantal waslijnen, en kan ik eindelijk wat natte spullen te drogen hangen. Er is hier toch niemand, dus ik neem het hele hok in beslag. Ik draag alleen de hoognodige spullen naar mijn tent, en de rest probeer ik binnen een beetje te drogen. Het regent nog steeds, dus ik kook zelfs in het toiletgebouw. Ik doe gewoon net of ik thuis ben, wat een geweldige plek dit!

Omdat ik vrij laat aankwam wordt het al snel donker en zoek ik mijn bed op. Dan merk ik pas hoe moe ik eigenlijk ben. Ik voelde me vanochtend nog waardeloos, maar daarna ging het gelukkig iets beter. Wel zit ongeveer alles verstopt voelt mijn hoofd zwaar verkouden. Ik ben wel goed gesloopt nu. De laatste keer dat ik de weersvoorspelling bekeek was de voorspelling voor morgen goed, dus ik hoop eindelijk eens op een droge dag!

Dinsdag 29 augustus, dag 6

Als ik om 07:30 uur de tent open rits kan ik het bijna niet geloven, blauwe lucht! Ik kruip snel de tent uit, en het is inderdaad prachtig weer! De laatste keer dat ik blauwe lucht zag was 6 dagen geleden, vanuit het vliegtuig net voor de landing. De afgelopen paar dagen heeft het eigenlijk, met soms wat korte tussenpauzes, vrijwel continue geregend, dus een droge dag is heel erg welkom. Ik verplaats mijn spullen naar de waslijnen buiten, in de zon en de wind kan alles eindelijk weer even drogen.

Ik ga er eerst met de camera in mijn hand even op uit. Een beetje rondkijken en genieten van het opkomende zonnetje boven de prachtige omgeving. Ik geniet van het schitterende uitzicht van ruige bergen, riviertjes en alle kleuren groen mos. Misschien wel de mooiste plek waar ik ooit gekampeerd heb. Dit is echt IJsland zoals ik me voorgesteld had. Ik ga ontbijten en struin daarna nog even rond. Ik neem uitgebreid de tijd, dan hebben mijn spullen ook de kans om te drogen. Dit was echt even nodig, de afgelopen dagen werd ik soms wel een beetje moedeloos van het slechte weer. Nu in de zon ziet alles er mooier uit, en daar wordt je zelf ook een stuk vrolijker van.



Als vrijwel alles droog is pak ik de spullen weer in, en rond 11 uur ga ik op weg. Meteen vanaf de camping weer een rivier in, maar gelukkig niet zo diep dat ik gelijk weer nat ben. Mijn laarzen stonden gisteren nog vol met water, en dat droogt natuurlijk niet binnen één nacht, dus mijn voeten zijn helaas nog nat. De rest van de dag hou ik het zelfbedachte 2-sokken principe aan. Bij elke stop even de sokken wisselen voor een droog paar, het natte paar uitwringen en achterop de motor drogen tot de volgende stop en dan weer wisselen. Werkt eigenlijk prima, en aan het einde van de dag zijn mijn laarzen redelijk droog.

Vanaf de camping moet ik het eerste stukje over het lava-veld weer terug, maar omdat er weinig bewolking is heb ik een veel mooier uitzicht dan gisteren. Naast het gemak is rijden zonder regen ook gewoon veel mooier. De volgende rivier die ik krijg is de Holmsá, die enkele meters verderop als een waterval naar beneden stort. Wat ontzettend mooi is het hier!





Verder krijg ik geen diepe doorwadingen meer, de weg is redelijk goed en ik kom langzaam weer een beetje richting de bewoonde wereld. Het was een beste rit, een afstand van ongeveer 130 kilometer waar ik toch wel zo’n 6 uur over gereden heb.

Ik kom weer uit op de 1 rij richting het gletsjermeer Jökulsarlón, op zo’n 160 kilometer rijden. De weg is niet zo spannend, een beetje saai zelfs. 50 kilometer voor het meer stop ik even om de motor vol te tanken en doe ik gelijk even een bakkie. De twee medewerkers van het restaurant bij het tankstation zijn bezig een flinke oven naar binnen te dragen. Ze hebben het een beetje moeilijk dus ik help ze even met dragen, waarna me als bedankje gelijk een donut en nog een bak koffie voorgezet wordt.

Ik ben behoorlijk onder de indruk van het Jökulsarlón. Het is werkelijk schitterend. Het meer is ontstaan door het terugtrekken van de gletsjer Vatnajökull en staat in verbinding met de zee. De afgebroken stukken ijs smelten langzaam in het meer, totdat ze klein genoeg zijn om de laatste meters door het kanaal de zee in de drijven. Ik kan het niet laten om mijn motor vanaf de parkeerplaats even naar de rand van het meer te duwen om wat foto’s te maken.



Prachtige blauwe ijsschotsen drijven vredig op het meer en de zeehonden komen via het kanaal vanuit zee een kijkje nemen. Ondanks dat het vrij toeristisch is komt er een rust over me heen die ik lang niet gevoeld heb. Ik zit gewoon een beetje te staren aan de rand van het water en te genieten. Af en toe loop ik een stukje verder en ga daar weer even zitten. Het is rustig, stil en doordat het windstil is, helemaal niet koud. Het is echt prachtig hier. Ik maak me niet druk om de tijd maar geniet van het moment en blijf zitten tot de zon ondergaat. De lichtinval van de ondergaande zon geeft de ijsschotsen elke minuut weer een andere kleur. Er staan veel mensen te kijken en te fotograferen, iedereen is rustig en geniet. Pas na 20:00 uur vind ik het mooi geweest en stap weer op de motor.



De dichtstbijzijnde camping is 50 kilometer rijden, dus ik heb ik nog even te gaan. Ik rij rustig terug, het is hier sowieso nooit druk op de weg, maar nu kom ik echt bijna niemand tegen. Er heerst een serene rust, ik kijk uit over de bergen en gletsjers en ben nog onder de indruk van de schoonheid van het meer. Ik geloof bijna niet dat ik hier echt ben. De rust en schoonheid zijn overweldigend en overvallen me een beetje. IJsschotsen die misschien al duizenden jaren bevroren zijn geweest, nu voor altijd smelten en de zee in drijven, bergen en gletsjers die hier al duizenden jaren het zicht bepalen. En dan kom ik op de motor langs, een klein stipje wat helemaal niks voorstelt ten opzichte van deze overweldigende uitgestrektheid. Ik besef me hoe gelukkig ik ben dat het mij gegund is om dit soort reizen te maken en in gezondheid te leven, een geluk wat lang niet iedereen op deze wereld heeft. Gedachten aan leuke en minder leuke tijden komen voorbij, het wordt best een beetje vochtig in de helm, en deze keer niet door de regen…

Nadat ik met mijn kop in de wind weer een beetje in de realiteit terecht ben gekomen kom ik op de camping aan en zet in het laatste daglicht snel mijn tent op. Het is inmiddels 21:00 uur en ik heb nog niet eens gegeten. Even later zie ik vaag de schijnsels van het noorderlicht, maar het is aan de horizon nog niet donker genoeg dus het blijft bij wat vage strepen. Ik duik nog even onder de douche en zoek mijn bed op, de ervaringen van vandaag nog even overdenkend.

Deel 1 van de filmbeelden:
 
Laatst bewerkt:

De patatkoning

MF veteraan
6 dec 2004
1.306
0
deze ga ik uiteraard ook even braaf uitlezen :-) Leuk geschreven! En idd een prachtige kampeerplek zeg!!!!
 
Laatst bewerkt:

Frazer

MF veteraan
Donateur
4 apr 2007
6.166
547
34
Krommenie (Zaanstad)
Woensdag 30 augustus, dag 7

De hemel is weer strakblauw als ik de tent open rits, maar door de bergen duurt het nog even voor ik in de zon sta. Zoals ik inmiddels wel gewend ben doe ik het rustig aan. Op eerdere reizen vertrok ik altijd vroeg, maar nu heb ik het gevoel tijd genoeg te hebben, dus ik haast me niet. Pas rond 11 uur rij ik van de camping af. Ik ga vanaf vandaag een aantal dagen het binnenland in, dus ik moet eerst even wat voorraad inslaan. In Kirkjubæjarklaustur gooi ik de tank vol en sla ik in de supermarkt voor een paar dagen eten in.

Ik laat het asfalt achter me, en neem de F208 richting Landmannalaugar, een bekende berghut in het binnenland. Ik kom veel 4x4’s tegen, maar Landmannalaugar is dan ook wel een toeristische plek. De weg is niet al te best, veel gaten, kuilen en losse stenen. Het is wel erg mooi rijden, door het mooie weer zijn de uitzichten geweldig. Op een bankje nabij een doorwading stop ik even om wat te eten en te kijken hoe de auto’s er doorheen rijden. De ene heel rustig en behoudend, de andere op snelheid. De doorwadingen zijn allemaal niet extreem, maar het zijn er wel aardig wat. Bij de meesten stap ik toch wel even af om te checken hoe diep ze zijn en wat de beste route is. De kortste weg is lang niet altijd de beste weg en soms zitten er toch onverwachts best diepe gaten in. Voor mij zorgt geen van de doorwadingen voor problemen, maar het blijft wel opletten want een foutje is toch zo gemaakt.







Dat het niet altijd goed gaat blijkt wel als ik bij een van de doorwadingen een auto half in de rivier zie staan. Hij is met de voorwielen nog net op het droge gekomen, maar de achterkant staat nog in het water. Ondanks dat ik met de motor weinig kan betekenen stop ik toch om te kijken of ik kan helpen. De motor van de auto blijkt te zijn afgeslagen en niet meer te willen starten. De auto, een Mazda CX3, heeft dan misschien wel vierwielaandrijving maar lijkt mij op het eerste gezicht niet echt geschikt voor het doorwaden van rivieren. De bestuurder heeft er ook al niet echt verstand van, en weet niet eens waar zijn sleepoog ligt. Omdat de achterkant van de auto nog in het water staat en mijn voeten toch al nat zijn, ga ik in de kofferbak op zoek naar het sleepoog, die ik al snel heb gevonden. Ik draai het oog in de bumper, en dan is het wachten op een passant met een sleepkabel.

Uiteindelijk stopt er toch iemand met een sleepkabel en trekt de auto uit de rivier. De auto is uit het water, maar daarmee is het probleem nog niet opgelost want hij start nog steeds niet. Ik maak onder de kap het luchtfilterhuis open, en zoals ik al verwachtte is het luchtfilter drijfnat. Of de motor vast zit of dat de elektronica de boel heeft platgelegd weet ik niet, maar hij gaat in ieder geval niet starten. De bestuurder heeft al contact met het verhuurbedrijf opgenomen, en ik kan ze verder toch niet helpen dus ik wens ze succes en ga weer verder. Langs de rand is de rivier veel minder diep, dus ik ben er zonder moeite doorheen. Hadden ze zelf de rivier ook even verkent dan hadden ze hier nu waarschijnlijk niet gestaan.

Na een klein uurtje rijden kom ik aan in Landmannalaugar, maar voor ik het terrein op kan moet ik nog één rivier doorkruisen. Aan de andere kant staat een motorrijder, dus ik moet het ook kunnen redden. Het gaat inderdaad zonder problemen, waar de andere motorrijder, een Duitser op een DR800, me al op staat te wachten. We spreken elkaar even kort, zoeken een plekje en zetten de tentjes naast elkaar op. Het blijkt een hele aardige vent te zijn. Wolf, want zo heet een beetje stoere en bierdrinkende Duitser natuurlijk. Hij heeft een motorhotel nabij Berlijn en heeft zelf al een hoop verre reizen op de motor achter de rug. Hij vindt het maar vreemd dat ik geen bier drink, volgens hem ben ik de enige motorrijder die dat niet doet. We hebben een leuk gesprek over motoren, reizen en kamperen.



Landmannalaugar is een (erg toeristisch...) geothermisch gebied, dus het warme water komt hier gewoon uit de grond. Je kunt lekker badderen in een warme rivier die zo uit de berg komt stromen. Het begin is kokend heet, dus hoe dichter je bij de bron komt hoe warmer het wordt. Het is niet diep, dus je kunt gewoon op de bodem zitten en een beetje relaxen. Krijg je het koud dan ga je weer dichter naar de bron, wordt het te heet dan ga je weer een stukje terug. Het is koud buiten, dus het is heerlijk in het warme water.



Ik raak aan de praat met een IJslander, hij heeft me zien aankomen dus weet dat ik op de motor ben, en dat schept nou eenmaal een band. Hij is bezig om samen met een aantal vrienden een bedrijfje op te zetten om motorreizen door IJsland te organiseren. Het loopt al redelijk, maar ze willen er in de toekomst graag van kunnen leven. Wie in de toekomst nog eens naar IJsland wil maar er de motor niet voor heeft of het niet zelf wil regelen: RideWithLocals. Je gaat mee met de locals die hier al hun hele leven op de motor zitten en alle wegen kennen. Leuk concept en een aardige gast.

Het hete water uitkomen als het buiten donker en rond het vriespunt is valt niet mee, maar het moet er toch een keer van komen. Er is geen kleedhokje en het toiletgebouw is best een eind lopen dus je staat vol in de koude wind. Dat valt even tegen! Terug bij de tent kruip ik snel in mijn warme slaapzak, het was weer een prachtige dag vandaag!

Donderdag 31 augustus, dag 8

Als ik om half 8 wakker wordt hoor ik spatjes op de tent, dat is even een domper want het was gisteren zo mooi helder. Om 8 uur kom ik toch mijn bed maar uit. Wolf heeft de koffie klaar en nodigt me gelijk uit om aan te schuiven. Na de eerste bak koffie komt ook de IJslander die ik gisteren sprak aanlopen, en we spreken nog een tijdje over motoren en motorreizen. De mensen in IJsland zijn niet zo heel erg spraakzaam, maar het zijn wel heel aardige mensen. Wolf biedt aan in zijn hotel wat reclame voor hem te maken en ook ik zal eens kijken of ik hem in Nederland een beetje kan promoten, al weet ik nog niet precies hoe. Ik krijg nog een aantal tips voor mooie routes en haal de kaart erbij om alles even aan te strepen. Van de locals moet je het hebben!

Nadat onze IJslandse vriend weer is vertrokken tovert Wolf eieren en bacon tevoorschijn. Geen idee hoe hij dat op de motor heeft meegenomen, maar de eieren zijn in ieder geval nog heel. Ik heb nog brood, dus we hebben een perfect ontbijtje. Genieten! Ik vraag bij de receptie even wat de weersvoorspelling is want ik wil hier eigenlijk nog een dagje blijven. De voorspelling is redelijk, dus ik blijf lekker staan. Wolf pakt zijn spullen, en nadat ik bij de doorwading nog wat actiefoto’s van hem heb gemaakt zeggen we elkaar gedag en vertrekt hij, we houden contact.




Bij de receptie ik kreeg ik een tip voor een kleine wandeling van zo’n 5 kilometer. Nadat ik nog even wat heb gegeten ga ik dit rondje lopen. Af en toe regent het een beetje, maar het wordt langzaam iets beter. Het begint met redelijk wat hoogteverschil en ik kan merken dat mijn verkoudheid me nog wel parten speelt. Mijn benen voelen als lood en mijn spieren voelen als elastiekjes. Ik ben er dus niet rouwig om dat de wandeling maar kort is. De omgeving is wel erg mooi, heel ruig. Het pad loopt langs lava-velden en pruttelende hete bronnen, en eindigt langs een mooi kronkelend riviertje. Leuk rondje.



Als ik tegen het einde van de middag terugkom ga ik nog even het warme water in, dat heb je tenslotte niet elke dag tot je beschikking. Na een uurtje inweken ga ik weer richting de tent om te eten. Na het eten op het gemakje opruimen, afwassen en koffiezetten. Rond half 10 ga ik weer richting het warme riviertje. Ik kan wel voor de tent gaan zitten bibberen, maar in het warme water is het een stuk beter vol te houden! Nog even genieten hier, morgen ga ik weer verder.
 
Laatst bewerkt: