Reisverslag: Stofhappen op de Stella Alpina

Frazer

MF veteraan
Donateur
4 apr 2007
8.289
4.967
Krommenie (Zaanstad)
Reisverslag: Stofhappen op de Stella Alpina

Al een paar jaar staat het tweede weekend van juli dikgedrukt in mijn agenda: Stella Alpina! Ook dit jaar gaan we weer die kant op. Voor één van mijn twee reismaatjes van de voorgaande jaren waren er helaas andere prioriteiten dit jaar, dus we blijven met z’n tweeën over deze keer. Ik op mijn XT660Z, hij op de grote broer van mijn motor, een XT1200. Twee andere kennissen gaan ook, maar die hebben hun eigen reisplan dus zien we alleen daar.

Motor staat klaar en alles is gereed, tot ik de avond voor vertrek een belletje van mijn reismaatje krijg. Problemen met zijn motor, hij stottert en houdt in. Deze problemen deden zich al eerder voor, maar we dachten dat we ze een paar dagen geleden hadden opgelost door nieuwe bougies te monteren (één bleek er slecht door veel vuil en vocht). Motor liep weer een paar dagen als een zonnetje, tot de avond voor vertrek. Bougies zijn goed, dus de verdenking gaat uit naar een van de bobines, waarschijnlijk dezelfde als waarvan de bougie slecht was. Het is al na zessen, dus alle motorzaken zijn al dicht. Voorlopig kunnen we dus even helemaal niks, want een nieuwe bobine hebben we niet. Een ding is zeker, het geplande vertrek van morgenochtend 08:00 uur gaan we niet halen. We spreken af om alles klaar te maken voor vertrek, en zien wat we kunnen doen. Ik ga in ieder geval niet alleen, we gaan samen of we gaan niet.

Donderdag 5 juli:

Onrustig nachtje gehad, alles staat klaar, maar gaan we wel? Eventueel later vandaag, of morgen, of misschien helemaal niet? Om half 9 krijg ik het verlossende appje, de dealer heeft een occasion staan en kunnen daar de bobines uit halen. Lang verhaal kort, er blijkt inderdaad een bobine kapot. Nieuwe erin, en we kunnen. Na nog wat ander gezeik kunnen we om 11:30 uur toch op pad! Twee uur later zetten we bij het tankstation net voorbij Maastricht de voetjes weer aan de grond, de eerste 200km zitten erop. Motoren vol gegooid, wij een bakkie en een broodje, en snel weer door. In Luik wijst de thermometer ruim 30 graden aan, en zijn we blij dat we gekozen hebben om in doorwaaipak te gaan. Hoe verder we België inrijden, hoe dreigender de lucht wordt. Dat hadden we niet verwacht, maar de regenpakken zijn mee dus het is geen ramp. Ter hoogte van de Baraque de Fraiture begint het te spatten, en we gebaren nog even naar elkaar of we doorrijden of toch stoppen om de regenpakken aan te doen. Het antwoord hoeven we niet af te wachten, want al snel begint het te hozen. Het lijkt erop dat de neerslag-achterstand in Nederland hier in korte tijd goedgemaakt gaat worden. Geluk dat we net ter hoogte van een parkeerplaats rijden. We vlammen de parkeerplaats op, en rijden door tot we half in de struiken onder een grote boom kunnen schuilen. Daar bedenken we ons dat het misschien niet zo’n strak plan was om op een parkeerplaats zonder toiletten in de struiken te gaan schuilen… :X

Snel trekken we ons regenpak aan en springen weer op de motor, de niet nader te omschrijven substantie aan onze motorlaarzen spoelt er in de regen wel weer af. Het gaat intussen goed los en komt met bakken uit de hemel. Gelukkig duurt het niet al te lang, en een half uurtje later zijn onze regenpakken alweer droog. Bij Arlon stoppen we om de regenpakken uit te trekken en steken we de koppen even bij elkaar. Voor zover we al een planning hadden was het de bedoeling om vanaf hier binnendoor te gaan. Het is echter al 16:00 uur en hoewel de snelweg niet mijn favoriet is schieten we wel lekker op. We zijn er al snel over uit dat we op de snelweg blijven, dan kunnen we de vertraging van vanochtend mooi wegwerken. Liever wat sneller door een omgeving die toch niet zo bijzonder is, dan dat we ons moeten haasten als we eenmaal in mooi gebied komen. We duiken de snelweg dus weer op, gooien in Luxemburg de motoren nog even vol, en zetten koers richting Frankrijk. Helaas pakken we vol de avondspits van Thionville, Metz en Nancy mee, maar we profiteren van onze voordelen als motorrijder. Overigens ook van de nadelen, want voor Nancy kunnen de regenpakken weer aan. Deze keer stoppen we maar gewoon op het asfalt. Zodra het een half uurtje later droog wordt stoppen we meteen weer, want het is nog steeds warm dus hoe sneller dat pak weer uit kan hoe beter het is. We overleggen weer even, en richten de pijlen voor vandaag op Vesoul. Zonder verder oponthoud rijden we verder, maar 20km voor onze bestemming trekken we de regenpakken toch weer aan omdat de lucht wel erg dreigend wordt. Dat is het nadeel van een doorwaaipak, maar hopelijk hebben we er later deze week nog profijt van. Uiteindelijk blijkt het dit keer mee te vallen met de regen. Wel bleek een paar dagen na thuiskomst dat het Franse CJIB ook heeft gemerkt dat we bovenstaand traject hebben afgelegd, blijkbaar precies in die paar kilometer waar geen file stond...

Rond half 9 arriveren we op camping Du Lac in Vesoul. We hebben er ondanks ons late vertrek toch mooi 730km uit weten te persen vandaag. De receptie is al dicht, dus we zoeken zelf een plek. We claimen een plekje door de motoren alvast neer te zetten, maar gaan eerst naar het naastgelegen restaurantje om wat te eten. We zouden eigenlijk zelf koken, maar het is laat en we hebben er geen zin meer in. Het eten is prima en laat zich erg goed smaken. Een goeie espresso als toetje en we hebben weer nieuwe energie om de tentjes op te zetten. Rond half 11 zijn we geïnstalleerd en ploffen we neer voor onze tentjes. Veel rust gunnen we ons zelf niet, want hoewel het al donker begint te worden kijken we uit op een mooi meer met een strandje. We kijken elkaar even aan en hebben hetzelfde idee, we zijn net kinderen en als we water zien moeten we er in. Een paar minuten later dobberen we in het donker in het meer. Heerlijk! Na het zwemmen even lekker douchen, voor we ons bed op zoeken voor een wel verdiende nacht slaap.

Vrijdag 6 juli:

Wekker om 7 uur, spullen opruimen en klaarmaken voor vertrek. Zwembroeken zijn nog nat, dus dan kunnen we net zo goed nog een keer het water in duiken. En daar gaan we weer, even wakker worden. Daarna weer even douchen, camelbak’s vullen en we zijn klaar voor vertrek. Nog even de camping betalen, want de receptie is inmiddels open. We gaan op weg en stoppen bij eerste boulangerie die we tegenkomen voor een ontbijtje. Croissantjes natuurlijk, want we zijn in Frankrijk. Dubbele espresso er achteraan, en we zijn er klaar voor. Besançon voorbij en richting de Jura, nog even via de doorgaande wegen. We rijden door een mooie rotspartij, waarvan ik even niet meer kan achterhalen waar het was, maar het was een mooi stuk en hoewel ik hier veel in de regio ben geweest kan ik me niet herinneren dat ik er eerder ben geweest. Ik rij overigens de meeste routes globaal uit het hoofd op richtingsgevoel, ik voer alleen af en toe wat plaatsen ter ondersteuning in de Garmin. Zo kom je dus op plekjes die je vooraf niet had bedacht, altijd leuk!



Veel tijd voor toeristische routes in de Jura hebben we niet, dus via Saint-Laurent-en-Grandvaux en het skigebied van Les Rousses gaan we richting Gex. De eerste echte lekkere bochten dienen zich aan. Op het bekende uitzichtpunt over het Lac Leman stoppen we even. Niet voor het uitzicht, want de bewolking hangt te laag om iets te kunnen zien. Brander en Bialetti uit de tas, en we zetten even een lekker bakkie. Na de koffie gaat het gas er weer op, en leven we ons uit op de afdaling naar Gex. Eenmaal beneden vergis ik me even in de route, en gaan we richting Geneve. Nouja dat moet dan maar, geen zin om te keren. In de drukke en hete stad rijden we ons vast in de werkzaamheden, waar we ons via stoepjes, tram en busbanen een weg doorheen banen. Niet helemaal de bedoeling, maar stilstaan bij ruim 30 graden is ook geen pretje. Eenmaal de stad weer uit gaan we richting het meer van Annecy. Door het stadje, waar het volgens mij altijd druk is, volgen we de onderzijde van het meer. Bij een van de kleine jachthaventjes kan je met de motor tussen de paaltjes door en kom je bij een rustig plekje aan het meer. Wat we daar gaan doen zal geen verrassing zijn, de zwembroeken komen weer uit de bagage voor een heerlijke frisse duik in het heldere water. Heerlijk water, omringt door prachtige bergen, genieten van het reizen en doen waar je zin in hebt, gelukkiger kan je mij bijna niet krijgen!



We trekken het motorpak weer aan en gaan op zoek naar een restaurantje om wat te eten. Hoewel het daar stikt van de eettentjes, pakken we google-maps er even bij en zoeken een mooie uit. Met terras aan het meer natuurlijk. Blijkt een erg mooi plekje, met een strandje om te kunnen zwemmen. Dat hebben we natuurlijk net gedaan, maar ik sla hem even op bij de favorieten voor op de terugweg, of voor een andere keer natuurlijk. Na een lekkere Ceasar salade en natuurlijk een espresso (iets met een koffieverslaving…) stappen we weer op. Nu wordt de omgeving pas echt leuk. Hoewel ik hier wel 100 routes door de omgeving kan bedenken hebben we een doel te bereiken, dus je moet een keuze maken. Langs het meer naar Ugine, waar we de tank volgooien en via de Col de la Forclaz (de kleine) doorsteken naar Beaufort. In Beaufort stoppen we nog even om de camelbak’s weer te vullen, want vannacht zullen we niet op een camping staan. We rijden richting de Cormet de Roselend en houden op de kruising bij het stuwmeer rechts aan richting Arêches. Natuurlijk regelmatig even stoppen om te genieten van het uitzicht, want hoe vaak je hier ook bent geweest het blijft prachtig.



In Arêches heb ik even moeite om de weg richting Cormet de Arêches te vinden. Het is alweer een paar jaar geleden dat ik via deze kant af kwam, dus na 2x de verkeerde weg ingeslagen te zijn pak ik toch google-maps er maar even bij. Bij het stuwmeer begint het me weer een beetje te dagen, dus we zitten op de goede weg. Net voor het pad onverhard wordt slaan we linksaf, het onverharde pad de bergen in. Het is weer even wennen om met een zwaar beladen motor een grof stenenpad te moeten rijden, maar het gaat goed. Het pad loopt langs wat vervallen berghutjes door een prachtig landschap de berg op. Ik heb me al meerdere keren voorgenomen om hier een keer te kamperen, en vannacht gaan we ervoor. Het is nog een beetje lastig om op een berghelling een vlak stukje te vinden, maar het lukt. De motoren blijven op het pad staan, de laatste meters lopen we met onze spullen. Een prachtige plek met een klein kabbelend beekje erbij, schilderachtiger kan bijna niet. Alleen wat lage bewolking, maar dat is een kleinigheidje. Helemaal top, ik word hier zo ontzettend blij van.



Het is inmiddels 20:30 uur, en we lusten wel wat. Zakken droogvoer van Knorr, even koken en klaar. Niet hoogstaand culinair, maar het vult en op deze plek valt er gewoon niks te klagen. Mijn benzinebrander heeft onderweg benzine gelekt, waarschijnlijk door de warmte en de hoogte(?) via een overdruk ventiel, want het kraantje en dop zitten gewoon dicht. Ik ben in ieder geval blij dat hij in een blik zit en altijd rechtop in de tas staat. Tijdens het eten genieten we van de zonsondergang aan de horizon. We zitten op 2000 meter hoogte, dus met de zon vertrekt ook de warmte en het koelt flink af. Ik ben blij dat ik voor vertrek nog even een muts in mijn bagage gestopt heb. De bewolking begint langzaam op te lossen en de eerste sterren worden zichtbaar. Het gaat een koude nacht worden. We zitten te kijken hoe het steeds donkerder wordt, en er meer en meer sterren verschijnen. Het duurt erg lang voordat het echt donker wordt, maar het is natuurlijk ook hoogzomer en pas een paar weken na de langste dag. Achter de bergen aan de horizon zien we een hoop geflits, terwijl het hier inmiddels totaal onbewolkt is. We houden het op onweer in de verte, iets anders kunnen we ook niet bedenken. Het liefst zou ik nog even blijven zitten, maar ik heb het koud en ben moe, dus om 23:00 uur kruip ik in mijn tentje. Onderkleding van het motorpak hou ik lekker aan, en trek de capuchon van mijn mummieslaapzak over mijn hoofd. Ik kan het toch niet laten om de wekker om 01:30 uur te zetten om als het echt donker is naar de sterren te kijken. Ik het is niet dat ik een sterrenfreak ben hoor, maar een plek zonder lichtvervuiling terwijl het kraakhelder is, dat vind je niet vaak. Het kost even moeite om uit mijn warme slaapzak te komen, maar de sterrenhemel maakt alles goed. Zelfs de witte banen van het melkwegstelsel zijn te zien, geweldig indrukwekkend. Na een paar minuten kruip ik mijn bed maar weer in, het vocht op de tent is trouwens niet bevroren, maar het zal niet veel schelen.



Zaterdag 7 juli:

Het was een koude nacht, maar door een goede slaapzak heb ik er geen last van gehad. Ik heb eigenlijk altijd dezelfde slaapzak bij me, comforttemperatuur tot het vriespunt, als het warmer is rits ik hem gewoon open of ga ik er op liggen in plaats van er in. Het is nog steeds fris als ik mijn tentje open rits. De zon schijnt volop, alleen staat er voor ons nog een berg in de weg. Eerst maar eens een bakkie zetten en wat eten. Al snel komt de zon over de berg, en wordt het gelijk warm. Als we met alle bagage een stukje tegen de heuvel op naar de motoren moeten klimmen merken we gelijk dat we hoog zitten, we staan allebei te hijgen als een stoommachine.



Rond een uur of 9 zijn we klaar om te gaan en dalen we het pad weer af. Aan het einde houden we links aan, en beklimmen we de Cormet de Arêches. We genieten volop van het uitzicht, een mooie waterval, een boerderijtje en het stuwmeer op de achtergrond, koeien worden gemolken, prachtig.



Terug in de bewoonde wereld rijden we richting Bourg St. Maurice, waar we bij de supermarkt eerst op zoek gaan naar een wegwerp bbq. Daar zit een verhaal aan, want vorig jaar konden we rondom Bardonecchia nergens een wegwerp bbq vinden. Vlees maar ingeslagen en andere winkels geprobeerd. Nergens kunnen vinden, dus uiteindelijk tot 2x toe het vlees maar in de pan gegooid. Een grote Franse Intermarche moet zo’n ding hebben, en dat klopt ook. Het is te warm om het vlees nu ook al te halen, maar de bbq nemen ze ons niet meer af! We zetten koers richting de Col d’Iseran, met zijn 2770 meter de hoogste verharde Alpenpas. Bij een fotostop aan het stuwmeer van Val d’Isere valt mijn oog op mijn kilometerteller, 80.000 precies. Ik wist wel dat hij in de buurt kwam, maar de laatste uren had ik er niet meer aan gedacht dus dit was een toevalstreffer.



De klim vanuit Val d’Isere vind ik nooit zo heel bijzonder, je zit voornamelijk tussen de skiliften en kale skihellingen, dus concentreren we ons voornamelijk op het rijden en houden we er aardig de gang in. Boven op de pas stoppen we natuurlijk even voor de nodige foto’s en kijken even rond. In het restaurantje word ik op slag verliefd op het meisje achter de bar, die haar uiterste best doet om ons in haar beste Engels te helpen, maar natuurlijk totaal geen interesse heeft in een paar wildkamperende en ongewassen motorrijders :+ We doen natuurlijk een espresso, maar aan het gebak in de vitrine kunnen we ook niet zomaar voorbij lopen.



De zuidzijde van de pas, richting Lanslebourg, vind ik persoonlijk altijd veel mooier dan de kant van Val d’Isere. Er ligt nog volop sneeuw, riviertjes smeltwater en een geweldig uitzicht. Ik kan het wel blijven herhalen, maar ik geniet zo volop van dit landschap. Vanaf de Iseran steken we door naar Col du Mont Cenis. Een brede weg die zich er weer uitstekend voor leent om wat meer gas te geven. Met achter me het geschraap van voetsteunen over het asfalt vlammen we naar boven, heerlijk om ons even uit te leven. Mijn trouwe eenpitter moet alle 48pk’s aanspreken en kijkt stiekem naar de grommende 1200 achter hem, maar weet dat straks op het onverhard de rollen omgedraaid zijn :+ Bij het restaurant aan het stuwmeer checken we in voor de lunch en laten het ons weer goed smaken. We willen via de onverharde weg langs het fort naar beneden, maar de weg is afgesloten en er lijkt een kleine aardverschuiving plaats te hebben gevonden. Even later zien we vanaf onze plek op het terras dat er toch motoren langs gaan, dus dat gaan wij straks ook maar proberen.



We moeten even een hek aan de kant schuiven, en hoewel we van een aantal wandelaars te horen krijgen dat we er niet langs kunnen hebben van afstand al gezien dat het wel kon. Uiteindelijk had de doorgang langs een graafmachine niet veel smaller moeten zijn, maar we kunnen er inderdaad net langs. Het onverharde stuk is niet heel bijzonder, maar het is weer even een leuke afwisseling. Eenmaal op het asfalt dalen we af richting Susa. Er ligt prachtig nieuw asfalt, en we gaan er weer voor. In een afdaling heb ik weinig last van het gebrek aan vermogen op mijn motor, dus we stampen weer aardig door een de banden worden goed gebruikt. Iedere keer verbaas ik me er weer over hoe goed die Heidenau banden het ook in sportief tempo op het asfalt doen. Een groepje Italianen op Ducati ’s zit achter ons, maar komen er in de korte bochten niet voorbij. Pas als de rechte stukken wat langer worden kunnen ze de snelheid maken die ik niet kan maken, en steken ze hem er probleemloos langs. We krijgen nog wel even een duimpje.

In Susa willen we de motoren weer even volgooien, maar wat is dat toch met die Italiaanse tankstations? Lijkt wel alsof ze daar nog in de vorige eeuw leven. Zoals bij ongeveer elke pomp worden onze passen niet geaccepteerd, ook met de visacard komen we nergens. Uiteindelijk frommelen we maar een paar tientjes contant in de automaat. Contant geld dus altijd aan te raden in Italië, Welkom in 2018. Met half gevulde tank gaan we vanuit Susa richting Bardonecchia. We zitten nog steeds in de flow van de afdaling, dus ook nu komen de voetsteunen regelmatig in contact met het asfalt. Met voor ons een Italiaan+duo op een Duc, en achter ons een ander groepje op o.a. een Super Tenere en een Africa Twin leggen we weer een aantal mooie bochtjes neer. Net voor Bardonecchia is de weg afgesloten en moeten we de laatste 10 km noodgedwongen over de snelweg. In het dorp doen we wat boodschappen en brengen we het thuisfront nog even op de hoogte, want in het basecamp zijn geen winkels en geen bereik. We proberen de lokale ijsboer nog even uit, voor we alles op de motor laden en richting basecamp gaan. Zoals gewoonlijk dit weekend stikt het in het dorp weer van de motoren, voornamelijk allroads en enduro’s. Aan de laag stof op de motoren is duidelijk herkenbaar wie nog omhoog en wie er al is geweest. We horen nu nog bij de eerste groep, maar dat duurt niet lang meer.

De eerste paar kilometers, tot aan het dorpje Rochemolles, zijn nog verhard, maar daarna houdt het asfalt op. Al snel zijn ook wij bedekt onder een flinke laag stof. Er ligt nog redelijk wat sneeuw, meer dan ik hier de voorgaande jaren heb gezien. Ik ben benieuwd wat dat betekend voor de berg zelf. Om niet de kans te lopen om weer gezeik met de bobines te krijgen probeert mijn maatje achter me de meeste plassen te ontwijken, en ook de riviertjes doet hij rustig aan. Ik ken hem goed genoeg om te weten hoeveel moeite dat hem kost :+

Het basecamp is al flink druk, en we parkeren de motoren maar ergens in de rij. Het eilandje in de rivier is nog vrij, dus we kiezen snel om daar te gaan staan. Vorig jaar was het slecht weer en durfden we het niet aan, bang dat de rivier zou stijgen, maar nu kan het wel. Net voor ons sleept een ander groepje hun bagage richting het eilandje, maar daar kunnen we nog makkelijk bij. Al snel horen we ze Nederlands met elkaar praten. Ze zijn met 8 man, en wonen toevallig ook nog bijna allemaal binnen een kilometer of 20 van ons af. Even later blijk ik er samen met een zelfs nog een gezamenlijke kennis te hebben, de wereld is klein. We zetten de tentjes op, en hoewel de ondergrond wat stenig is staan we wel prachtig mooi vlak. Het zonnetje brandt lekker, en als de tentjes staan maken we ons op voor een duik in het ijskoude water. Een groepje Duitsers is ons net voor, maar snel daarna duiken ook wij er in. Een paar graden boven nul, veel warmer zal het niet zijn. Even terug was het waarschijnlijk nog sneeuw. Echt zwemmen kan je het niet noemen, daarvoor is het veel te koud, maar we zijn lekker opgefrist en het stof is er wel weer afgespoeld.




Samen met onze buren lopen we een rondje door het basecamp, een beetje mensen en motoren kijken, altijd leuk. Terug bij de tent kan de bbq aan, het is inmiddels al een uurtje of 8. Het is altijd een beetje behelpen op zo’n wegwerp bbq frutsel, maar het gaat. De zon zakt achter de bergen, en ik verbaas me er iedere keer weer over hoe snel ook de temperatuur afneemt. Het ene moment zit je nog in je zwembroek, het andere moment kan je een trui en lange broek gaan zoeken. Achter ons staat inmiddels een groepje Zwitsers, waaronder een leuke Zwitserse dame. Te moeilijke naam, dus we houden het maar op Heidi. Ze blijft bij de tentjes terwijl de rest van de groep een rondje loopt. In half Duits half Engels kletsen we wat, en volgens ons laat ze duidelijk doorschemeren dat er geen meneer Heidi in het spel is, maar het kan ook zijn dat we dat gewoon wilden horen.

Tegen de schemering zie ik een stukje verderop in het kamp een herkenbare tipi staan, de tent van een andere vriend en collega samen met zijn zoon. Hij gaat al 20 jaar deze kant op en heeft me jaren geleden voor het eerst verteld over de Stella Alpina. We kamperen al een jaar of 10 samen, en de eerste jaren ging ik altijd met hem mee deze kant op. Omdat ik de laatste 2 jaar wat ruimer de tijd neem rijden we niet meer samen op, maar in het basecamp zoeken we elkaar natuurlijk even op. We lopen even die kant op, en zitten gezellig samen bij een vuurtje te kletsen. Tegen middernacht zoeken we onze tentjes weer op, wat nog best lastig is in het donker tussen de motoren en tentjes door. Het clubje Zwitsers achter ons zit er nog gezellig bij, dus we sluiten daar nog even aan voor een biertje. Beetje een anticlimax als er bij mevrouw Heidi toch een meneer blijkt te horen -O- Het gesprek komt er uiteindelijk op dat ze zich in Zwitserland altijd zo ergeren aan Nederlanders die niet in de bergen durven te rijden. Toch hadden ze vandaag 2 Nederlandse motorrijders voor zich die er toch flink de sokken in hadden. Op onze vraag of er in hun clubje een XT1200 en een Africa Twin reed, en of er voor die 2 NL’ers toevallig een Duc reed werd bevestigend geantwoord. Hebben we de Nederlandse eer toch nog een beetje gered :] Rond 01:00 kruipen we ons bed in. Het is weer kraakhelder en koud, met een prachtige sterrenhemel.





Zondag 8 juli:

Rond een uur of 8 worden we gewekt door een helikopter, en die hangt hier vast niet zomaar. Ik kom net mijn bed uit en heb nog geen lenzen in, dus het is voor mij niet meer dan een wazige vlek, maar om me heen begrijp ik dat er mensen via een kabel neergelaten worden. Dat betekent niet veel goeds. Zeker een half uur lang zien we mensen in reflecterende pakken aan het werk op de helling, tot de helikopter weer terugkeert en een brancard met slachtoffer en twee hulpverleners weer oppikt. Wat er ook gebeurd is, hier kom je niet voor. Het hele basecamp is even stil.




We doen het rustig aan, ontbijtje, bakkie koffie en genieten van de zon die over de berg komt. Het is een komen er gaan op de helling, de eersten komen alweer omlaag terwijl anderen nog omhoog moeten. Velen zijn hun spullen alweer aan het pakken en maken zich klaar voor vertrek. Wij wachten nog even tot de ergste drukte voorbij is. Ondertussen stellen we onze plannen even bij. We waren van plan om vanmiddag weer te vertrekken, ergens beneden een camping te zoeken en nog wat andere routes te rijden, maar we hebben allebei het idee om hier gewoon te blijven staan. We hebben een mooie plek, onze Nederlandse buren blijven ook, en vanaf hier kunnen we ook nog een rondje rijden. We zijn er snel over uit, we blijven nog lekker een nachtje hier. Onze vrienden komen vanaf de andere kant van het kamp bij ons buurten en we doen nog een bakkie.

Rond 10 uur maken we ons klaar om zelf aan de beklimming te beginnen. Beetje lucht uit de banden, want die staan nog op standje vol beladen motor. Terwijl we bij de motor staan spreken we nog een andere Nederlandse jongen. Hij is onderweg naar het dorp aangereden door een quad. Motor is aan puin, vorkpoten en kroonplaten krom en wordt afgesleept. Hij is teruggegaan naar het basecamp omdat zijn tent en spullen er nog stonden, en zoekt bij de aanwezige auto’s een lift naar beneden. Ook weer zo’n vervelend verhaal. Ook al heeft hij zelf niks, wel een hoop schade aan de motor en daar kom je gewoon niet voor. We wensen hem succes en kunnen weinig voor hem doen. Ik wijs hem nog even onze tenten aan, mocht het hem niet lukken om weg te komen dan is hij vanavond van harte welkom om bij ons te komen staan.

We beginnen rustig aan, het is ontzettend stoffig dus we houden ruim afstand op elkaar. Al snel komt er een GS Adventure naar beneden. De hele voorkant is aan gort en het stuur is krom, zou deze motor iets met de helikopterevacuatie te maken hebben? Gedurende de eerste ongeveer 10 haarspeldbochten blijft het basecamp in zicht, maar wordt steeds kleiner naarmate we verder stijgen. Dan gaan we aan de andere kant van de berg verder en raakt het kamp uit beeld. De route is goed te rijden, wat modder door smeltende sneeuw, maar dat vormt geen belemmering. Dan komen we de auto van de organisatie tegen. Ze verkopen t-shirts, stickers, pin’s en blikjes drinken, maar zoals altijd zijn ze niet zo handig met inkopen en is het meeste al op. T-shirts alleen nog in maatje XL, en hoewel dat voor mij eigenlijk iets te groot is neem ik er toch eentje mee, en een sticker natuurlijk. Broodjes kosten niks, en aangezien de grootste drukte al voorbij is, en ze van de broodjes wel veel te veel hebben mogen we er 2 meenemen. Mooi om ons karige ontbijt van verdroogd stokbrood van gisteren even mee aan te vullen. We vervolgen onze weg naar boven, en de route wordt slechter. Erg veel grove losse keien, vooral in de bochten. Maakt het toch nog best een pittige klim. Ongeveer 150 meter onder de top kunnen we niet verder. De laatste serie haarspeldbochten tot de top is nog bedekt onder de sneeuw, en zelfs de lichte enduro’s kunnen dit keer niet meer verder. De Garmin wijst 2865 meter aan. Het uitzicht is er overigens niet minder om, ook vanaf hier is het geweldig. Net als we weer willen omkeren komen onze buren ook boven en maken we nog wat foto’s, voordat we aan de terugweg beginnen.



(Op bovenstaande foto de laatste meters van de Sommeiller, door de rechte lijnen in de sneeuw kan je het pad een beetje volgen, maar door de sneeuw is het nu onbegaanbaar).

Het eerste stuk op de grove keien is het nog even opletten. Er komt me een enduro tegemoet, waarvan de bestuurder nogal moeite lijkt te hebben om de motor onder controle te houden. Ik zit al helemaal rechts tegen de helling aan, en meer ruimte maken kan ik niet. Hij komt steeds verder mijn kant op, tot hij de motor verliest op de losse stenen. Hij ramt met zijn stuur mijn spiegel, die gelukkig inklapt, dus ik kan de motor houden. Hij heeft zelf minder geluk en gaat achter me tegen de grond. Gelukkig dat we niet stuur tegen stuur geklapt zijn, anders was ik waarschijnlijk ook de lul geweest, maar nu is er voor mij niks aan de hand. De andere heeft zelf niks, maar is zo stuntelig dat hij de motor amper overeind krijgt, en nadat wij hem daarmee hebben geholpen zelfs bijna niet meer kan opstappen. Hij staat te klooien om op te stappen, de motor is eigenlijk gewoon te hoog voor hem, of hij te klein voor de motor. Zo zie je maar weer, ook al doe je zelf voorzichtig, door toedoen van een ander kan je alsnog in de problemen komen. Was het toevallig net in een bocht gebeurd dan had ik zomaar de volgende in de helikopter kunnen zijn. Sowieso erger ik me trouwens behoorlijk aan de crossers en enduro’s. De meeste zijn locals die aan de toeristen even moeten laten zien hoe goed ze wel niet zijn, en als gekken over de route vliegen. Dat in combinatie met mensen die voor het eerst met een zware allroad op onverhard rijden zorgt soms voor hachelijke situaties. Nergens voor nodig, en bovendien gevaarlijk. Doe dat lekker volgend weekend als iedereen weer weg is. Ondertussen is de ergste drukte voorbij, en komen we weinig tegenliggers meer tegen, dus we rijden wat vlotter dan op de heenweg weer naar beneden.




Terug in het basecamp zijn de meesten al vertrokken en is het weer rustig. We zeggen onze vrienden weer gedag, die vertrekken weer en gaan een andere kant op. Wij relaxen nog even bij de tent, eten nog een broodje en duiken nog eens in het ijskoude water om al het stof er weer af te spoelen. We horen in het kamp dat de GS van vanochtend inderdaad van de gevallen motorrijder is. Het is een Brit, en volgens de geruchten had hij een gebroken been en diverse gebroken ribben. Lijkt nog relatief mee te vallen dus, we hopen het beste maar voor hem.

Dan maken we ons weer op voor het volgende ritje. We dalen het pad weer af richting Bardonecchia en gaan richting de Monte Jafferau. We rijden de verharde weg naar het hotel en slaan net iets daarvoor af. We nemen de langere route omhoog, niet die via de skipiste. Die heb ik al eens eerder genomen en is erg steil voor een zware allroad. Bovendien is de lange route ook nog eens veel mooier. De weg ligt er een stuk beter bij dan op de Sommeiller. Veel minder grove keien en minder krappe bochten, niet al te technisch, dus we kunnen met iets meer tempo naar boven. Na de nodige fotomomenten eindigen we bij een sneeuwveld wat ons de verdere doorgang blokkeert. We genieten van het prachtige uitzicht. Vorig jaar hebben we de top al gehaald, dus zo’n ramp is het niet dat we niet verder kunnen. Er staan nog enkele Jeeps, waarvan een van de bestuurders op zoek is naar een alternatieve weg. Hij vindt een mogelijkheid, maar twijfelt het te doen. Het is erg steil, smal en een losse ondergrond. Na lang twijfelen neemt hij uiteindelijk de gok en komt boven. Wij kijken het even aan, maar besluiten zijn voorbeeld niet te volgen. Omhoog zou ons wellicht ook nog wel lukken, maar ik hou bij een moeilijke passage altijd in gedachten dat ik ook in staat moet zijn om via dezelfde route terug te keren mocht ik even verderop wederom vast lopen. De garantie van een verdere vrije doorgang heb ik niet, en als we via het alternatieve pad al boven zouden komen, dan zie ik het zeker niet zitten om via deze route eventueel weer af te moeten dalen. Een bocht missen betekend in dit geval een paar honderd meter lager pas weer tot stilstand komen en dat gaan we gewoon niet riskeren. Bovendien weten we al hoe het er op de top uit ziet, dus daarvoor hoeven we het ook niet te doen. Volgend jaar weer nieuwe kansen. We waren wel van plan om af te dalen via de tunnel naar Salbertrand, maar nadat we van de Jeepbestuurder hebben vernomen dat dit door een lawine niet mogelijk is stellen we wederom de plannen bij, en volgen gewoon dezelfde weg weer omlaag. Ook niks mis mee trouwens. We komen vrijwel niemand tegen en rijden lekker sportief naar beneden, genieten geblazen!



(De weg loopt door richting het vierkante bord in de verte, maar de sneeuw is te diep om verder te kunnen).

In Bardonecchia doen we nog snel wat boodschappen, vlees voor de bbq, ontbijtje voor morgenochtend een traytje bier voor vanavond met de buren bij het kampvuur. We rijden weer richting Basecamp, waar de rust inmiddels echt teruggekeerd is. Stonden er vanochtend nog een paar honderd tentjes, nu zijn het er niet meer dan een stuk of 30. We duiken nog een keer het water in om ons een soort van te wassen na weer een stoffige en warme dag. De buren hebben intussen hout gesprokkeld en mooi vuur aangelegd, dus we kunnen zo aanschuiven. Na een gezellige avond zoeken we rond middernacht ons bed weer op. Alweer een geweldige dag, afgesloten met een prachtige heldere sterrenhemel, het houdt maar niet op. Dit is wel het goede leven hoor, lekker motorrijden, prachtige natuur, heerlijk weer, primitief kamperen, vuurtje erbij en gezellige mensen om je heen. Komt bij mij toch behoorlijk dicht in de buurt van ultiem geluk.




Maandag 9 juli:

Onder het genot van een bakkie koffie genieten we nog even van de prachtige omgeving, voor we ons kamp weer afbreken. Van de tentjes die nog in het kamp staan zijn de meesten bezig om de boel op te pakken, dus over een paar uurtjes is het hier weer echt rustig. We beladen de motoren, en zeggen de buren gedag want die zijn net wat eerder klaar. En groot deel van de groep was fanatiek lid van de XT500 club, dus ik kom ze ongetwijfeld nog wel een keer tegen. Zelf ben ik ook al een paar jaar lid, maar tot het bezoeken van een clubdag is het nog nooit gekomen. Ze hebben me nu wel enthousiast gemaakt, dus ik zal er eens wat actiever mee aan de gang gaan.



Langzaam verdwijnt het basecamp uit onze spiegels als we de weg naar de bewoonde wereld weer afdalen. Mooie herinneringen lagen hier inmiddels al, maar daar zijn er dit jaar zeker weer een hoop bijgekomen. Het was een geweldige editie, voor mij zelfs de mooiste van de 4x dat ik nu geweest ben. Ik vind het altijd jammer om weer te vertrekken, maar bij leven en welzijn ben ik er volgend jaar zeker weer bij! In Bardonecchia doen we een poging om de motoren weer even vol te gooien, bij een bemande pomp deze keer, dus dat moet goed gaan. Mevrouw achter de balie ziet ons staan, maar blijft stoïcijns voor zich uit staren terwijl wij haar vragend aankijken waarom de pomp het niet doet. Pas als ik na een tijdje wachten maar eens binnen ga vragen waarom hij het niet doet is ze nog net bereid uit te leggen dat maar 2 van de 8 pompen in de shop betaald kunnen worden, de andere 6 lopen via de betaalterminal buiten. Laat ons vooral eerst 5 minuten kloten en kom niet even vertellen dat we bij de verkeerde pomp staan, of gebaar desnoods even. De andere 2 pompen zijn bezet, dus ik probeer het maar met mijn betaalpas. Ondanks de maestro en visa stickers op de betaalterminal worden zowel mijn pinpas als creditcard geweigerd. Het is we allebei al op reserve staan en dat ik weet dat er in de verdere omtrek geen andere pomp is, anders was ik opgestapt en vertrokken. Graag of niet hoor. Uiteindelijk komen de 2 andere pompen en vrij en kunnen we bij Gods gratie de tank volgooien. We besluiten toch nog maar even het dorp in te lopen om geld te pinnen, want zonder contant geld kom je anno 2018 in Italië dus niet heel ver. Bij de bakker scoren we gelijk nog maar een paar broodjes.

We rijden naar Salbertrand, waar we op camping Gran Bosco onze tent neerzetten. Het lijkt wel een Stella Alpina in het klein zoveel motoren staan er, maar we kunnen er nog tussen. De eigenaar van de camping is erg aardig en spreekt bovendien vlekkeloos Engels, het sanitair is keurig en er is een restaurant, niks mis mee dus. Ik had al vaker van deze camping gehoord, maar voorheen stond ik altijd op camping Bokki in Bardonecchia. Deze is dit jaar gesloten (renovatie of definitief?), dus zijn we uitgeweken naar Salbertrand. Ik weet wel waar we volgende keer direct naartoe gaan, want dit ziet er wel even 10x beter uit. We zetten de tentjes op, halen de koffers en tassen van de motor en vertrekken gelijk weer voor de volgende rit. We rijden weer richting Susa, waar we de Colle delle Finestre opzoeken. Eerst een hele serie korte en krappe maar verharde haarspeldbochten, voor het onverhard wordt. Deze col leent zich er altijd wel voor om wat sportiever te rijden. Het is fijn gravel zonder grote stenen, het pad is redelijk breed en de bochten niet te krap en overzichtelijk. Als ik me niet vergis is de Giro d ’Italia er dit jaar nog overheen geweest, dus de route ligt er perfect bij. Voor het eerst in dagen hangen er weer wat wolken, en vlak voor de top duiken we erin. Koud is het trouwens niet, en het ziet er ook niet uit dat het gaat regenen. Op de top vergapen we ons nog even aan een club terreinwagens die op de parkeerplaats staan, dat is iets voor later als ik groot ben.

Vanaf de Finestre gaan we weer een paar kilometer over asfalt, voor we de Strada Dell’ Assietta opgaan. De eerste paar kilometers gaan door de wolken, maar daarna komen we er boven. Het blijft altijd een bijzondere gewaarwording om de wolken van boven te zien. De Assietta is geweldig, het pad is iets minder goed als de Finestre, maar technisch nog steeds niet echt moeilijk. De route tot aan Sestriere is een kilometer of 35 en kronkelt prachtig door de bergen, waarbij er meerdere passen worden aangedaan. Het is genieten en we nemen er uitgebreid de tijd voor, als we 500 meter na de vorige stop weer een mooi uitzichtpunt tegenkomen, ach dan stoppen we toch gewoon weer, we hebben geen haast. Zo leggen we de hele route af, regelmatig stoppen en even naar een uitzichtpunt klauteren om te genieten van het uitzicht. Wat is het toch een geweldig gebied dit! We wisselen regelmatig even van positie zodat we allebei even veel stof kunnen happen. Je moet echt een paar honderd meter afstand op elkaar houden, anders is het niet te doen. Het is nog vrij druk met andere motorrijders, er zijn er na de Stella natuurlijk nog een hoop in de omgeving aanwezig. Zelfs hier staat een fotograaf zoals je op verharde cols ook vaak tegenkomt. Ik kijk achteraf altijd wel even, maar ik koop ze eigenlijk nooit. Maar wie weet.



(Toch gekocht dus :+ )

Na een geweldige route komen we uit in de wintersportplaats Sestriere. Eerst maar eens ergens een bakkie doen, daar zijn we wel aan toe. De eerste beste locatie waarvan we vermoeden dat het een barretje is blijkt het clubhuis van de naastgelegen visvijver te zijn, maar ze willen wel een bakkie voor ons zetten. We raken aan de praat met de eigenaar of uitbater, en gaan maar voor de tweede ronde koffie. Hij vraagt ons of we al in de Valle Argentera zijn geweest. Dat zijn we niet, ik heb er zelfs nog nooit van gehoord. Hij legt ons de route uit, en hoewel het al 17:30 is gaan we die kant op. Het is niet ver weg. Het is een vallei van een kilometer of 10, met een onverharde weg langs prachtige riviertjes en watervallen. Het is extreem stoffig, dus we moeten grote afstand op elkaar houden willen we nog iets kunnen zien. Het is een prachtige omgeving, ik ben er nooit geweest, maar volgens mijn maatje heeft het wel wat weg Yosemite Park. De route loopt uiteindelijk dood en stopt bij een prachtige waterval. Ook hier kan ik het weer niet laten om een duik in het koude bergwater te nemen, dat ik geen zwembroek en handdoek bij me heb weerhoudt me daar niet van. Nadat ik weer een beetje ben opgedroogd maken we nog wat foto’s van de omgeving en klooien we nog wat met foto’s bij een doorwading en een springbultje. Dan rijden we dezelfde route weer terug naar Sestriere, waar we de Garmin op de snelste route naar de camping zetten.





Iets na 20:00 uur staan we weer naast de tent. Alweer een geweldige maar vermoeiende dag. We gaan eerst maar eens douchen, voor het eerst in 3,5 dag. Nadat al het vuil weer is losgeweekt gaan we naar het restaurant om wat te eten. We hebben vanmorgen weinig gegeten, vanmiddag niks, dus we kunnen wel wat gebruiken. Antipasti met inktvis, nog nooit gegeten maar eens moet de eerste keer zijn en het smaakt niet verkeerd. De pizza’s zijn geweldig, we zijn het er allebei over eens dat het misschien wel eens van de beste pizza’s ooit is. Kan er aan liggen dat we de hele dag zowat niks gegeten hebben, maar ze zijn echt heel goed. Dan een tiramisu en een espresso doppio, Italiaanser kan bijna niet. We zijn allebei goed gesloopt, dus na het eten zoeken we onze tentje weer op. Beide buren zijn in dromenland al een heel bos aan het omzagen, maar gelukkig heb ik er weinig last van.

Maandag 9 juli:

We naderen alweer het einde van onze trip, dus we gaan weer richting huis. Het is een beetje kiezen tussen opschieten en mooie passen rijden, maar ik heb een redelijke middenweg kunnen vinden. Rond 9 uur zijn we weg, richting Bardonecchia en door over de Col de L ’Echelle. Een leuke pas met mooi uitzicht over Bardonecchia, gevolgd door een soort hoogvlakte. In het weekend altijd een drukke plek waar veel Fransen en Italianen picknicken en wandelen, maar het is maandag dus vrij rustig.



Via Briançon gaan we richting de Col du Lautaret en de Galibier. De eerste 15km na Briançon loopt door een aaneenschakeling van dorpjes, schiet niet echt op dus, maar daarna kunnen we weer gang maken. Bovenop de Lautaret (wat wel een pas is, maar verder totaal niet boeiend), slaan we af naar de Galibier. Dit was jaren geleden de eerste echte serieuze pas die ik reed, en daardoor blijft hij toch altijd een beetje speciaal voor me. Ik kan me die eerste keer nog goed herinneren, een drukke dag in het weekend en de Porsches, Subaru ’s en andere snelle auto’s kwamen aan alle kanten voorbij. Hele groepen motoren, fietsers, en dat allemaal door elkaar, zonder vangrails. Sindsdien al ontelbare passen gereden, maar die keer blijft me altijd bij. Net voor de ingang van de tunnel stoppen we even bij de shop om nog even een ansichtkaart voor de dealer te halen, als bedankje voor het redden van onze vakantie. Wilden we al eerder doen, maar als we het nu niet doen dan hoeft het niet meer. Dan wordt mijn aandacht getrokken door een stapel wollige schapenvachten. Precies een mooi maatje voor mijn zadel, en laat ik dat nou altijd al eens hebben willen proberen. Toevallig op de Sommeiller nog met iemand over gehad, volgens hem werkte het goed. Ik heb eigenlijk nooit last van zadelpijn, maar ik maak vaak lange dagen dus een beetje comfort kan nooit kwaad. Ik kan hem gewoon niet laten liggen. Ik heb geen zin om alle bagage los te halen zodat het zadel er af kan, dus ik drapeer hem er maar gewoon overheen. Wel opletten dat ik niet ga staan, want dan waait hij er af.




Het is nog wat vroeg voor een bakkie, dus we beklimmen de laatste meters van de Galibier en gaan door naar te Telegraph. Daar stoppen we wel voor een broodje en een bakkie, maar we blijven niet te lang hangen want we hebben nog meer te doen vandaag. Het dal van Saint-Jean-de-Maurienne is zoals altijd druk en heet. We gooien de motoren nog even vol en proberen een postzegel te scoren, maar het postkantoor is tussen de middag dicht, en de naastgelegen boekhandel verkoopt alleen postzegels voor binnen Frankrijk. Dan doen we er daar 2 van, maar dat blijkt te makkelijk gedacht. Dan maar weer verder. Met pijn in het hart rijden we afslag naar de Col de Madeleine voorbij, maar omwille van de tijd gaan we dat niet halen. Het was één extra dagje inplannen voor de thuisreis, of een dagje extra voor de Assietta en Finestre, het werd de laatste optie. Via de Col du Frêne en de Col de Leschaux steken we door naar Annecy. Geen hoge cols, maar best leuke weggetjes en lekker rustig. Vorig jaar stonden we ons hier nog in de stromende regen in ons regenpak te wurmen, nu zijn we maar wat blij met ons doorwaaipak. Afgezien van de regen op de eerste dag hebben we geen druppel meer gehad. Vandaag liepen de temperaturen zelfs op tot ruim 35 graden.

We komen weer uit bij het meer van Annecy, en we lopen mooi op schema, dus we lassen weer een zwemstop in. Op onze nieuw ontdekte locatie van een paar dagen terug deze keer. Na een lekker frisse duik stappen we snel weer op, lunchen hebben we al gedaan dus ook hier verspillen we niet te veel tijd. Vanaf Annecy navigeren we deze keer wel om Geneve heen, maar het blijft een saai stuk. Schiet geen moer op ook, toch nog eens goed verdiepen in de kaart of er ook leuke opties zijn. In Gex is het postkantoor gelukkig open, en uit het grote boek van Sinterklaas komen nog wat postzegels tevoorschijn. Lijkt erop of dat hier ook geen dagelijkse zaken meer zijn. De kaart kan op de bus, en wij gaan door de Jura in. We besluiten om vandaag door te rijden tot Besançon, dat moet haalbaar zijn. We kiezen voor de wat grotere wegen, dat schiet wat meer op. Het is wel druk op de weg, en uit veel auto’s en huizen hangen Franse vlaggen. Ik volg het voetbal totaal niet, maar het zal er wel iets mee te maken hebben. Rond half 8 stoppen we op camping De la Plage in Besançon. Het laatste uurtje was voor het mooie eigenlijk iets te veel, want we zijn er allebei wel een beetje klaar mee, maar we hebben er dan ook 450 kilometer opzitten. Frankrijk speelt vanavond de halve finale, dus al snel is het uitgestorven op straat en op de camping. Het zal ons een zorg zijn, wij zetten de tentjes op en maken wat te eten en een bakkie. Twee uur later komt iedereen blij de tv-zaal weer uit, en rijden de toeterende auto’s langs de camping, ze hebben gewonnen. Voor ons is het mooi geweest en we zoeken ons bed op.

Dinsdag 10 juli:

Vandaag rest ons nog 760 kilometer tot huis. We pakken alles voor de laatste keer in en stellen de Garmin in op de snelste route. Bij de naastgelegen bakker doen we een ontbijtje met een bakkie, en dan stijgen we op. Het weer heeft een kleine omslag gemaakt, het is nog steeds droog maar het is aanzienlijk frisser dan gisteren, een graad of 18 hooguit. Na een uurtje begin ik het in mijn doorwaaipak gewoon fris te krijgen, en dan zitten we nog niet eens op de snelweg. Toch maar even stoppen en de softshell er onder. Snel weer door, via de bekende namen als Nancy, Metz en Thionville. Waar het op de heenweg nog volledig vast stond, kunnen we deze keer prima doorrijden. Op 60 en 40 km in de reserve halen we de eerste pomp in Luxemburg en kunnen we ze nog een keer goedkoop volgooien. Zelf verzorgen we ook de inwendige mens en zetten we verder koers naar huis. Het is druk bij Luxemburg-stad, maar daarna rijden we weer vlot door. Door Luik, en dan de grens weer over. De Nederlandse grens betekend overigens nog niet dat we er bijna zijn, er resteert nog 250km op de klok. We rijden van Luxemburg in één ruk door naar het tankstation De Lucht langs de A2. Daar naderen we weer de bodem van de tank, en kunnen we ook zelf wel weer een bakkie gebruiken. Het is voor mij ook altijd een mooie laatste stop, nog exact 100km te gaan voor ik thuis ben. We nemen na een zeer geslaagde week alvast afscheid van elkaar, want over een kilometer of 50 scheiden onze wegen en dan gaan we niet weer stoppen. Na nog iets meer dan een uurtje ben ik rond half 8 weer veilig thuis, 2780km op de klok.

Het was een geweldige week, prachtig gereden, schitterende natuur en super gezellig. Na wat opstartproblemen hebben de motoren het weer geweldig gedaan. De 1200 helemaal probleemloos, die van mij met een stuk getrilde koplamp en gebroken draadje van de richtingaanwijzer, maar dat was terplekke te fixen en nauwelijks de moeite van het melden waard. Hij lust een slokje olie, maar lange halen over de snelweg zijn niet zijn hobby, en die van mij trouwens ook niet dus dat is hem vergeven. Als het effe kan volgend jaar weer!

De laatste dag geen foto’s gemaakt, dus sluiten we maar af met een actiefoto van maandag.


En tot slot nog wat bewegend beeld:

 
Laatst bewerkt:

R0dsk0ll

Die hard MF'er
28 dec 2010
327
5
Valkenburg (ZH)
Prachtig reisverslag Frazer, de foto's zijn ook geweldig, wat een omgeving! :9~

Jullie hebben toch behoorlijk wat kilometers afgereden in een korte tijd. :]
 

Thois

Die hard MF'er
23 jul 2013
304
10
Erg leuk verhaal! Heel netjes dat de dealer jullie kon helpen om toch op vakantie te kunnen gaan :)
 

swetty

MF veteraan
15 jan 2002
34.133
2.868
Enschede
Mooi geschreven, las zo lekker weg!

Herkenbaar de passen, in de 70tiger jaren de bekende passen met de motor gereden. Alleen zo het nu een stuk drukker zijn....
 

A.S.Moto

MF veteraan
13 apr 2008
3.608
526
Limburg
Facebook
link
Fijn verslag!

Zelf heb ik in Susa geen probleem gehad om met mijn betaalkaart te tanken... (ik ben wel binnen gaan betalen)
Het tankstation in Bardonecchia is idd een RAMP... ik ben met een briefje van 20€ gaan tanken in het onbemande station iets verderop.

Zelf vond ik het ook een fijn avontuur, en ga zeker eens terug....



Oja, die lawine korbij Salbertrand... daar was idd niet door te komen.


 

Jofr

MF'er
31 mei 2014
74
2
Geweldige omgeving wat een mooie foto's man! Ik ben iig enthousiast om er ook is naartoe te rijden.
 

Frazer

MF veteraan
Donateur
4 apr 2007
8.289
4.967
Krommenie (Zaanstad)
Fijn verslag!
Zelf heb ik in Susa geen probleem gehad om met mijn betaalkaart te tanken... (ik ben wel binnen gaan betalen)
Oja, die lawine korbij Salbertrand... daar was idd niet door te komen.

Bedankt!
Binnen betalen is meestal geen probleem inderdaad, maar tussen 12:00 en 16:00 is nagenoeg alles gesloten daar en ben je wel verplicht de betaalautomaat te gebruiken. Die leveren helaas wel veel problemen op. Het is op zich geen ramp, mits je maar zorgt dat je voldoende briefgeld bij je hebt. Ik vind het wel irritant, want geld terug geeft dat ding niet, dus als je er meer geld in gooit dan dat er in je tank kan ben je het restbedrag kwijt.

Dat van die lawine hoorde wij ook al, dus we hebben het niet eens geprobeerd. Ik had de tunnel wel eens willen rijden, maar we hadden ook geen zin om daarna weer om te moeten keren en weer terug te rijden dus we hebben het meer geschrapt. Was ook al redelijk laat op de dag dus wat tijd betreft kwam het ook wel goed uit. Volgend jaar nog maar eens proberen.
 

Wimvlis

MF veteraan
28 apr 2009
4.595
711
Naaldwijk
Dank het verslag en bijbehorende (mooie) foto's :}

Heb het verslag in 1 x uitgelezen. Moet maar eens gaan nagaan wat er nodig is om een dergelijk tocht te gaan maken.... Want je verslag is zeker inspirerend ;)
 

EvN

MF veteraan
5 mei 2006
2.264
2
Zo hehe, heb eindelijk een beetje normaal internet zodat ik de foto's kan laden.

Leuk verslag met veel herkenbare plekken en mooie foto's
 

TdB 85

MF veteraan
23 mrt 2010
18.253
40
Weer een heel avontuur Niels, leuk om te lezen met mooie foto's.
Nu wil ik zeker volgend jaar ook proberen om daar heen te gaan, je wordt bedankt. :+

Grappig dat ze in Zwitserland klagen over de Nederlanders, ik klaag altijd dat Zwitsers niet kunnen rijden. :P
 

Frazer

MF veteraan
Donateur
4 apr 2007
8.289
4.967
Krommenie (Zaanstad)
Zoals gebruikelijk bij mij heeft het weer een eeuwigheid geduurd voor ik wat met de bewegende beelden gedaan heb, maar met de kerst ben ik er maar eens voor gaan zitten. Beter laat dan nooit...


 
Bovenaan Onderaan